Burgerberaad Van de 82 aanbevelingen die het Nationaal Burgerberaad Klimaat vorig jaar deed, wil het kabinet er 41 overnemen. Het kabinet neemt het burgerberaad serieus maar verandert niet van koers: veel plannen worden ingepast in al bestaand beleid. Dat blijkt uit de officiële reactie die vrijdag gepresenteerd is.
Samenkomst van het Nationaal Burgerberaad Klimaat in de Rijtuigenloods te Amersfoort.
Het kabinet is „onder de indruk” van de ideeën die het Nationaal Burgerberaad Klimaat heeft aangedragen en neemt de helft van hun aanbevelingen over. Voor een kwart van de voorstellen gaat het kabinet nog op zoek naar mogelijkheden, aan de laatste kwart wordt geen opvolging gegeven, vanwege praktische bezwaren, bestaande internationale afspraken of omdat de overheid er niet over gaat.
Dat staat in de kabinetsreactie op het burgerberaadadvies, dat deze vrijdag is gepresenteerd in Den Haag. Voor een volle zaal met deelnemers van het burgerberaad en maatschappelijke organisaties gaven de drie verantwoordelijke bewindspersonen, minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei, D66), minister Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken, CDA) en staatssecretaris Annet Bertram (Infrastructuur en Milieu, CDA), toelichting op de 49 pagina’s tellende reactie.
Het Nationaal Burgerberaad Klimaat vond in 2025 plaats. 175 deelnemers, die samen een representatieve afspiegeling van Nederland vormen, kwamen zeven weekenden bijeen om antwoord te geven op de vraag hoe Nederland op een klimaatvriendelijkere manier kan omgaan met voedsel, reizen en spullen. Op 1 december presenteerden zij hun ideeën over hoe het beter kan.
Hun advies bevat dertien aanbevelingen, bestaande uit 82 deelaanbevelingen. Daarvan zegt het kabinet, dat verplicht was op iedere aanbeveling een onderbouwde reactie te geven, er 41 te willen overnemen. Die gaan onder meer over het halveren van voedselverspilling in 2035, scherpere Europese regels voor repareerbare producten en een lobbyregister om transparanter te maken welke partijen invloed proberen uit te oefenen op beleid.
In de reactie onderschrijft het kabinet principes die het burgerberaad zelf formuleerde, zoals duurzame keuzes stimuleren en vervuilende keuzes ontmoedigen, „mét behoud van keuzevrijheid voor iedereen”. Het kabinet streeft naar een „eerlijk klimaatbeleid, met als doel de uitstoot snel te verminderen”. Uitgangspunten daarbij zijn dat „de verduurzamer verdient” en „de vervuiler betaalt”, schrijft het kabinet. Ook moeten de kosten van klimaatbeleid worden verdeeld op basis van draagkracht en mogen kwetsbare groepen niet onder het bestaansminimum zakken.
Uit de reactie spreekt dat het kabinet het burgerberaad zeer serieus neemt als politiek instrument. De toon is positief en het kabinet omarmt nadrukkelijk de ideevorming die het burgerberaad heeft voortgebracht. Aan de andere kant verandert het kabinet niet van koers door het burgerberaad en wordt een groot deel van de plannen inhoudelijk ingepast in al bestaand beleid, in lopende EU-trajecten of in latere besluitvorming. Daarbij verwijst het kabinet geregeld naar de belemmeringen van begrotingsregels.
Vooral de meer controversiële voorstellen van het burgerberaad worden door het kabinet doorgeschoven naar Europa of helemaal terzijde gelegd. Zo zegt het kabinet mee te gaan met het voorstel om kerosine mondiaal te belasten, maar schrijft het ook dat dit „een complex en tijdrovend proces” is, omdat „Europese wetgeving dit niet toestaat”.
Ook maatregelen als het afbouwen van fossiele subsidies „worden bij voorkeur in internationaal of Europees verband genomen”, net zoals voorstellen voor duurzaamheidslabels op producten en belastingen op nieuw plastic. Een door het burgerberaad voorgesteld emissiehandelssysteem (ETS) voor landbouw en veeteelt, zodat boeren gaan betalen voor de uitstoot die ze veroorzaken, ziet het kabinet helemaal niet zitten. In totaal neemt het kabinet 23 deelaanbevelingen niet over.
Veelvuldig verwijst het kabinet daarbij naar al bestaande Europese regels of voorstellen waar de Europese Commissie in de toekomst nog mee komt. En naar plannen waar het kabinet sowieso al mee bezig was, zoals de ‘ministeriële taskforce landbouw, natuur en stikstof’ die over een paar weken met voorstellen komt om de stikstofuitstoot in Nederland te verminderen, de vorig jaar opgerichte Plastictafel, of de Europese richtlijn Right to Repair.
Nienke Meijer, de onafhankelijke voorzitter van het burgerberaad, is heel blij met de kabinetsreactie. „Het kabinet heeft echt geluisterd en het advies heel serieus genomen” zegt ze. „Als rasoptimist zie ik dat ze positief zijn over driekwart van de voorstellen.”
De afgelopen maanden ging Meijer veel langs bij maatschappelijke organisaties, vaak samen met een groep deelnemers van het burgerberaad, om te vertellen over het proces en de uitkomsten. „We kregen enthousiaste reacties. Veel mensen vroegen ons hoe er zo goed kon worden samengewerkt, ook al was er veel inhoudelijke onenigheid. Dan antwoordde ik dat dit kwam doordat er écht naar elkaar werd geluisterd, dat we een sfeer creëerden waarbinnen mensen probeerden niet meteen te oordelen, maar begrip te krijgen voor elkaars standpunten.”
Zo’n zestig maatschappelijke organisaties en bedrijven waren vrijdag ook aanwezig, waaronder de NS, de mobiliteitsalliantie, boerenbelangenorganisatie LTO en de Consumentenbond. Zij onderschrijven allemaal het belang van het burgerberaad en zeggen elementen van de aanbevelingen over te nemen in hun eigen bedrijfsvoering of organisatie. „Dat is precies zoals we het hadden gehoopt”, zegt Meijer. „Het advies overhandigden we aan het kabinet, maar het was gericht aan de hele samenleving.”
Het was voor het eerst sinds 2006 dat in Nederland een nationaal burgerberaad werd georganiseerd, en niet eerder deden zoveel mensen mee. De zorgvuldige selectie op basis van geslacht, leeftijd, woonplaats, opleidingsniveau en opvatting over klimaatbeleid, zorgde voor een representatieve groep van 175 mensen. Klimaatsceptici en mensen met grote zorgen over klimaatverandering moesten hierdoor samen tot plannen komen waar iedereen zich in kon vinden.
Onder intensieve begeleiding gingen zij met elkaar in gesprek, daarbij geholpen door tientallen deskundigen, grotendeels zelf door het burgerberaad uitgezocht. Het leidde tot „constructieve” gesprekken en „impactvolle aanbevelingen”, die „breed door de deelnemers werden aanvaard”, aldus onderzoekers van de Radboud Universiteit, de Haagse Hogeschool en Tilburg University, die het burgerberaad volgden en er een ruim tweehonderd pagina’s tellend evaluatierapport over schreven.
De onderzoekers keken ook naar wat dit burgerberaad deed met de polarisatie op het daarvoor gevoelige onderwerp klimaat. Opvallende uitkomst daarvan is dat deelnemers in al die maanden inhoudelijk niet of nauwelijks van mening zijn veranderd over het onderwerp. Maar deelnemers kregen wel meer begrip voor elkaars standpunten en zagen elkaar minder als tegenstander – de ‘affectieve polarisatie’ zoals dat heet, nam af. De professionele begeleiding speelde daarbij een belangrijke rol, aldus de onderzoekers.
In september debatteert de Tweede Kamer over de kabinetsreactie. Tot het eind van het jaar blijft het burgerberaad bestaan om de uitvoering van de aanbevelingen te volgen. Een belangrijke maatstaf waarom een burgerberaad slaagt, is de mate waarin de adviezen politieke opvolging krijgen. Daarvoor is de eerste stap nu gezet.