Het Openbaar Ministerie is van mening dat voetballer Quincy Promes 8 miljoen euro aan verdiend crimineel geld moet inleveren, zo bleek vrijdag in de Amsterdamse rechtbank. Volgens het OM heeft Promes dat bedrag onrechtmatig verdiend door drugs te smokkelen.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De voetballer werd in 2023 tot anderhalf jaar celstraf veroordeeld vanwege het neersteken van zijn neef. Dat gebeurde na het ontstaan van een ruzie tijdens een familiefeest in Abcoude. Datzelfde jaar werd Promes wederom veroordeeld, dit keer voor zijn betrokkenheid bij grootschalige drugshandel. Daarvoor kreeg hij in februari 2024 zes jaar celstraf opgelegd.
Promes had volgens de rechtbank een sturende rol in de smokkel van ruim 1.350 kilo cocaïne. De douane onderschepte een partij van ruim 712 kilo. Er werd 650 kilo van een containerschip uit Brazilië gehaald. Daarmee heeft Promes volgens het OM die acht miljoen euro verdiend.
De veroordeling kreeg hij bij verstek opgelegd, omdat hij in Rusland en later in Dubai verbleef als speler van de Russische ploeg Spartak Moskou. Promes werd vorig jaar door de Verenigde Arabische Emiraten uitgeleverd aan Nederland.
Dat het OM nu wil overgaan tot de ontneming van een deel van zijn vermogen ‘is zeker geen uitzonderlijke stap’, zegt hoogleraar strafrecht Marieke Dubelaar, verbonden aan de Radboud Universiteit. Volgens haar dient het OM vaker met succes zo’n vordering in bij de rechter. ‘Het OM maakt dan een schatting van wat iemand verdiend zou kunnen hebben met de illegale activiteit.’
Dubelaar zegt dat het OM kijkt of iemand nog ergens vermogen heeft, zoals bijvoorbeeld in vastgoed of andere goederen. ‘Dat kan dan in beslag worden genomen en later te gelde worden gemaakt.’
De advocaat van Promes zei destijds in de rechtbank dat er niets over is van het miljoenenvermogen van de voetballer, omdat de autoriteiten al beslag zouden hebben gelegd op zijn huizen. ‘Hij zal dus moeten voetballen om een boterham te verdienen, om in het levensonderhoud van zijn kinderen te kunnen voorzien.’
Volgens hoogleraar Dubelaar houdt de rechter rekening met de draagkracht van de verdachte op het moment dat een vordering wordt ingediend. Het zou, stelt de hoogleraar, dus zo kunnen zijn dat het eerder in beslag genomen vermogen en bezit nu wordt gebruikt om die 8 miljoen te vorderen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant