Autotest De nieuwe elektrische Renault Twingo heeft aardige kanten, maar haalt het niet bij het origineel, ziet Bas van Putten. Aan boord een sympathieke digitale assistent met robotdictie.
De Renault Twingo E-Tech
In de vorige eeuw ging ik met collega Wouter Klootwijk op de Auto-RAI uitzoeken op welke achterbanken van welke kleine auto’s twee volwassen mannen pasten. De Daihatsu Move en Renault Twingo wonnen ex aequo, maar de Twingo vonden we het leukst. Hij had ronde oogjes, was met zijn grote ramen rondom zo transparant als je stadsauto’s in de Parijse verkeerschaos moest willen hebben, en er zat geen onderdeel te veel aan. Het interieur was zo gestript en het digitale dashboard zo geminimaliseerd dat alleen stuur en pook uitstaken, waardoor de cabine één grote open ruimte leek. Met het verschuifbare achterbankje konden we bovendien zelf onze beenruimte bepalen. Het autootje woog nog geen 800 kilo, het was klein, het schiep stijl uit bescheidenheid, zijn gekke kleuren stonden lief en prachtig. Geniaal.
Volgende generaties Twingo werden minder slim en minder leuk. De tweede was een fletse remake van de eerste, de derde een ruim maar minder schrander knuffeldoosje met vijf deuren. Hoe bedenk je het, de motor achterin onder de opwarmende bagagevloer. Een bak ijs in je boodschappentassen werd een trauma.
Nu is er weer een nieuwe. Elektrisch. Met de vier deuren van zijn voorganger maar met de retro-oogjes van de oer-Twingo als koddig verlichte kunstwimpers op het motorkapje in vert absolu, Groen Absoluut. Het is een retro-auto. Achterin is hij ruim, wederom mede dankzij het verschuifbare achterbankje. Hij rijdt lief en vlot. Maar hij heeft niet de originaliteit van zijn stamvader. Het dashboard rijst als een rotswand voor je op. Daar heeft Renault dan nog eens zinloos overvloedig schermen tegenaan geplakt die te veel van je willen, terwijl de piepjes van de veiligheidssystemen je zenuwstelsel ondermijnen.
Uiterlijk is hij gek zoals een doorsnee hatchback met een fopneus en een plaksnor, half leuk zonder het echt te zijn. Hij heeft alleraardigste kanten, maar zijn stilistische inconsistentie maakt iets stuk. Hij is wel goed. Half goed. Aan boord zo’n Alexa-achtige virtuele assistent die in andere auto’s spontaan ‘hoe kan ik u van dienst zijn?’ vraagt of met ‘daar kan ik u niet mee helpen’ vragen beantwoordt die je niet had gesteld. Deze – Renault noemt hem Reno – zegt bij het instappen: „Hoi, laat ik mezelf even voorstellen.” Tuurlijk Reno, het is jouw hut. Het vervolg valt mee. Op Reno kun je bouwen. „Hoi Reno, wil je de airco harder zetten?” Reno, mannelijk vastberaden met de robotdictie van een oude scifi-serie: IK HEB HET BEGREPEN, IK ZET DE TEMPERATUUR EEN GRAAD LAGER.
Vroeger kostte dit geluk een ton. Ik herinner me hoe ik, ook met Wouter Klootwijk, jaren geleden de eerste Mercedes met Nederlandstalige spraakbediening mondeling naar Wouters favoriete slager dacht te kunnen sturen. Het systeem heette Linguatronic en volgens Mercedes verstond het elk boerendialect. In vorstelijk ABN spraken wij de bestemming in. Niets lukte. Toen Wouter in een column geestig schreef hoe de navigatie van de Benz ons steeds naar historisch verdoemde slagers in Duitsland wilde sturen waren bij de importeur de rapen gaar. De boodschapper is altijd schuldig. Misschien nog pijnlijker dan de kinderziekten van weleer is dat die ooit onbetaalbare ongein nu wel feilloos werkt in een simpel Fransoosje van geen 25 mille. Luxe is als verdienmodel verleden tijd.
Was architectonische logica ook maar retro. Dan had ik naast Reno’s dankbare gezelschap ook goed uitzicht rondom gehad, en kleinere wielen dan die actieradiusbeperkende 18 inch-schoepen. Anderzijds is dit een van de lichtste EV’s in zijn klasse. Dat scheelt stekkerrijders een slok wegenbelasting en wellicht ook stroomverbruik.
Volgens Renault zou hij 260 kilometer op een lading moeten halen en dat leek me al sterk met een batterijcapaciteit van 27,5 kWh op een leeggewicht van 1.200 kilo, toch nog 70 procent zwaarder dan de eerste. Het op de boordcomputer aangegeven bereik maakt hij wel waar. Daar kom ik achter door hem onrechtvaardig op de proef te stellen met een snelwegrit van Groningen naar Oldenburg, waar hij als stadsauto uiteraard niet voor gemaakt is.
Hier wordt de naar eenvoud snakkende mens blij van; een nostalgisch uitklapraampje in de achterdeuren.
Het dashboard had er een stuk charmanter uitgezien zonder dat grote scherm.
De stoelen zitten niet briljant maar voldoende. Jammer dat de karakteristieke, klunzige bekledingsmotiefjes van het eerste model zijn gesneuveld. Ze hadden de retro-ervaring compleet gemaakt.
Het is geen laadvakje, en probeer je iPhone 16 hier maar eens zonder kleerscheuren uit te lichten.
Vert absolu houdt zich kranig. Bij vertrek belooft hij 214 kilometer, bij aankomst na 140 kilometer heb ik nog 68 kilometer over. Dit is echt een héél zuinig autootje. Bij inhalen op Autobahnen wel even met 200 naderende BMW’s in de gaten houden. Harder dan 130 wil de Twingo niet en zo snel kunnen zelfs BMW’s niet remmen.
Motor elektromotor
Vermogen 82 pk
Koppel 175 Nm
Aandrijving voor
Transmissie automaat
Topsnelheid 130 km/u
Acceleratie 0-100 12,1 seconden
Verbruik gemiddeld 13 kWh/ 100 km (fabrieksopgave)
CO2-uitstoot 0 g/km
Energielabel A
Basisprijs € 20.995
Prijs testauto € 24.540