Asiel Het aanmeldcentrum in Ter Apel zit overvol. Asielzoekers bivakkeren op het grasveld voor de poort. De problemen worden bij ons over de schutting gegooid, vinden de dorpsbewoners. „In Den Haag bestaat Ter Apel niet.”
Bewegwijzering in Ter Apel.
De witte pendelbus vanaf station Emmen stopt elk uur voor het aanmeldcentrum bij Ter Apel, dat met hoge groene hekken is omzoomd. Telkens stappen er mensen met koffers en tassen uit, soms met de geprinte routebeschrijving in de hand. Bij het aanmeldcentrum in Ter Apel, een dorp in Zuid-Groningen tegen de Duitse grens, moeten ze zich melden met hun asielverzoek. Sinds ruim een week wacht hen een onaangename verrassing: er is geen plek.
De eerste dag veroorzaakte dat verwarring. Asielzoekers die na een korte registratie weer naar buiten komen, staan verdwaasd op het grasveld voor de poort. Het zijn vooral mannen, want voor vrouwen, kinderen en ouderen wordt wel plek gemaakt. Een Pakistaanse man staat urenlang met rode ogen naast zijn koffer in het gras. De in allerijl opgetrommelde vrijwilligers van het Rode Kruis delen water en ontbijtkoek uit en proberen, met vertaalapps of via Engelssprekende landgenoten, uit te leggen wat er aan de hand is. Ah, overvol. En wat nu, vragen de mannen. Niemand die het weet.
Op dat moment weet de burgemeester van Westerwolde, waar Ter Apel onder valt, het ook niet. Tegen Hart van Nederland zegt Jaap Velema hoe „treurig” hij het vindt dat er wéér asielzoekers buiten moeten slapen, net als in 2022. In het centrum zitten 2.316 mensen, ruim driehonderd boven het maximum. Meer kan gewoon niet. De reden? De doorstroom stokt: er zijn geen huizen voor statushouders die in Nederland kunnen blijven. Gemeenten blijven achter met het realiseren van opvangplekken. Velema legt de oorzaak van de opvangcrisis bij de politiek: Den Haag draagt een grote verantwoordelijkheid voor het vastlopen van het systeem. „Dat maakt het voor ons bijna onmogelijk deze taak te dragen.”
Als Ahmed (28) uit Gaza ‘s avonds uit de bus stapt, denkt hij vooral aan een douche. Hij is een etmaal onderweg en is moe. Niet naar binnen? Hij hoort het pas als hij is uitgestapt, zegt hij in het Engels, een taal die hij leerde tijdens zijn studie tandheelkunde in Turkije. Anderhalf uur later stapt hij in de bus met zo’n vijftig andere mannen. Ze rijden naar buurgemeente Stadskanaal, waar in een leeg warenhuis haastig veldbedden zijn neergezet.
Het aanmeldcentrum ligt buiten Ter Apel. Over het fietspad naast de Wildervanckweg met aan de andere kant uitgestrekte weilanden, wandelen de hele dag groepjes asielzoekers richting het dorp. Bij het kanaal slaan ze linksaf het viaduct onderdoor, naar de Hoofdstraat. Tot het dorpshart, een pleintje met de Aldi, Lidl, Jumbo en Action, is het tweeënhalve kilometer.
Andries Meendering in zijn voortuin.
Net voor het pleintje woont Andries Meendering (82) met zijn vrouw. Hij zit op een bankje in zijn voortuin die grenst aan de Hoofdstraat. Twee in kleurige jurken geklede vrouwen met een baby in een draagdoek. Een gezin met drie kleine kinderen, waarvan een op een loopfiets. En veel groepjes mannen, die in hem onbekende talen met elkaar spreken. Veel te zien, de wereld loopt voorbij. Hij praat niet met ze, zij niet met hem. Zelden steekt iemand zijn hand op. Een oudere man zwaait. Meendering zwaait terug. „Die zit al wat langer in het asielzoekerscentrum.”
Hij vindt het aantal asielzoekers dat langs wandelt „veel te veel”. Hij vertelt over een slapende man achter een afvalcontainer, klompen die uit het kastje bij de voordeur verdwenen en een beeld van een vrouw met ontblote borsten dat werd vernield. Maar, zegt hij, wij zitten hier pal aan de looproute. Iedereen uit het centrum loopt hier langs. „Woon je niet langs die route, dan zie je ze veel minder.”
Meendering vertelt hoe twee asielzoekers ‘s nachts zijn huis probeerden binnen te komen via het slaapkamerraam. Hij werd wakker van gerommel, zijn vrouw schrok zich rot. Meendering belde de politie. De mannen werden tegengehouden door de hor en gingen ervandoor voordat de politie arriveerde. Later werden ze opgepakt doordat ze duidelijk te zien waren op de beelden van de camera’s die Meendering had opgehangen. Net als veel van zijn dorpsgenoten.
Het ongemak met het asielzoekerscentrum begon zo’n tien jaar geleden, toen er door de oorlog in Syrië veel vluchtelingen naar Nederland kwamen. In hun kielzog kwam een groep mannen mee, met name uit Marokko en Algerije, die geen recht hadden op asiel omdat ze niet uit oorlogsgebied kwamen. ‘Veiligelanders’ worden ze genoemd. In Ter Apel zitten relatief veel veiligelanders. Ze blijven daar voor een versnelde procedure. Een deel van hen zorgde voor flinke overlast waardoor de aanvankelijke tolerantie met het centrum snel afnam.
Michael Knaap van sportschool Academy Knaap.
Voor die tijd viel de overlast erg mee, vertelt Michael Knaap (42). „Je moest uitleggen waar Ter Apel lag.” Hij is lang en gespierd en eigenaar van een sportschool. Het centrum was niet afgesloten zoals nu, je kon er zo oplopen. Asielzoekers kwamen bij hem trainen. De vader van drie Syrische broers was dankbaar dat zijn zoons bij hem terecht konden. „Hij zei tegen me: ‘Michael, ik wil voor jullie koken.’ Toen hebben we daar met de hele club heerlijk gegeten. Ik krijg er nog kippenvel van.”
De tweede nacht sliep Ahmed op een veldbed in een sporthal in Gieten met zeventig anderen. ‘s Ochtends bracht de bus hen weer terug en om zeven uur stond hij weer op het grasveld. „Die dag mocht ik de groene hekken door.” Die avond slaapt hij voor het eerst in een bed, op een kamer met één ander. Hij kan douchen. De volgende ochtend wil hij een kop koffie gaan drinken in het dorp. Even eruit. „Maar bij het hek hield een bewaker mij tegen. Ik moest binnen blijven”.
Naarmate de dagen verstrijken, wordt het drukker op het grasveld voor het centrum. Inmiddels is het iedereen duidelijk wat er aan de hand is, als mensen arriveren worden ze meteen bijgepraat. Af en toe komt er een plek vrij in het centrum en mag een van de wachtenden naar binnen. Kwetsbaren kunnen meteen langs de beveiliging door de draaideur: een gezin uit Gaza bijvoorbeeld. Een peuter stapt met de moeder uit de bus. Een meisje van een jaar of vier hangt in een draagzak op haar vaders buik. Ze heeft geen benen en mist een arm.
Na Stadskanaal en Wierden heeft Groningen veldbedden aangeboden. Wachtenden kunnen met de bus heen en weer voor de nacht. De sfeer wordt met de dag kriegeliger, iedereen snakt naar een eigen bed, een douche, naar wat privacy. Anas (21) uit Jemen was een van de eersten voor wie geen plek was, op zaterdagmiddag nog steeds niet. „Ik ben wel wat gewend als vluchteling”, zegt hij. Hij zou wel graag zijn telefoon willen opladen, om contact te kunnen houden met zijn twee zusjes in Jemen.
Vluchtelingen wachten op het gras voor het asielcomplex in Ter Apel. Vanwege grote drukte in het aanmeldcentrum wordt niet iedereen meer toegelaten.
De afgelopen jaren nam de overlast sterk toe, zegt Michael Knaap. Het zorgt voor ongemak en frustratie in het dorp. Zelf gaat hij er meteen op af als drie mannen irritant doen of lopen te schreeuwen op straat. Hij begrijpt dat ouderen dat eng vinden. Knaap heeft naast de sportschool ook een beachbar, een jachthaven én een dagbesteding voor moeilijk opvoedbare jongens in Ter Apel. Hij heeft sinds een jaar hekken aan het begin van de steiger van de jachthaven geplaatst. Hij was helemaal klaar met de ongenode gasten die de boten binnengingen, dingen uit de koelkast haalden of er gingen slapen.
Ter Apel heeft een slechte naam gekregen door een stel raddraaiers onder hen, vertellen dorpsbewoners op het plein, langs de looproute én op het terras van vistaria ’t Scholletje. Iedereen heeft verhalen over gestolen fietsen, opgebroken auto’s, leeggeroofde schuurtjes. Winkeliers vertellen over gestolen waar. Kijk maar, er lopen altijd beveiligers in het winkelcentrumpje. Welk dorp heeft dat nou?
Knaap vertelt dat vakantiegangers met een bootje de nacht in het kanaal van Emmer-Compascuum doorbrengen om Ter Apel te vermijden. „Terwijl ze hier in een haven kunnen liggen met alles erop en eraan”, en wijst naar de zacht deinende boten. Laatst had hij een Brit met een camper op bezoek. Die had begrepen dat hij vooral uit Ter Apel moest wegblijven maar wilde het toch een nachtje proberen. „Het is hier zo mooi”, zei hij. „Hij had nergens last van en bleef een week.”
Ronald en Marietta Hut van camping Moekesgat.
Het is deels beeldvorming, denkt Mariëtta Hut. Die angst wordt gevoed door social media. Als de mensen uit het dorp boze berichten schrijven op Facebook, worden die veel gedeeld. Een keer sprak ze een buurvrouw erop aan. ‘Weet je wel dat jij zorgt dat wij klanten mislopen door dat gezeik op Facebook?’ Zo had die buurvrouw er nog nooit naar gekeken. Ze verwijderde het bericht.
Ronald (61) en Mariëtta (60) Hut merken het meteen aan de boekingen voor hun camping Moekesgat, een groene oase met tipitenten, verschillende vakantiehuisjes en een zwemmeer aan de rand van het dorp, als het asielzoekerscentrum weer eens slecht in het nieuws komt. Zo mocht een schoolklas niet mee op een kampeeruitje naar de camping. Mariëtta: „Ter Apel? Nee, dat vonden de ouders te eng.”
Op zondag mag Ahmed het terrein af. Hij loopt naar het centrum, langs het huis van Andries naar de Lidl. Voor het eerst ziet hij de bewoners van het dorp. En zij hem. „Iedereen keek naar me”, zegt hij. Om zijn pols zit het oranje bandje dat hij de eerste dag in Ter Apel kreeg, als teken dat hij asielzoeker zonder plek in de nachtopvang was. Kijken ze daarom?
Niet iedereen is negatief over het centrum. „Het azc is ons verdienmodel”, zegt Omar Abdel Ghaffar (25) met een brede grijns. In Omars Markt kunnen asielzoekers „spullen van thuis” kopen. Klanten uit Marokko en Algerije halen harissa, een kruidenpasta, en klanten uit Afrikaanse landen kopen cassave-meel. We moeten eerlijk zijn, het centrum levert ook geld op. De telefoonwinkel, de elektronicazaak, de supermarkten. „Je kunt zeggen ‘weg ermee’, maar dan loopt Ter Apel veel geld mis.”
Omar Abdel Ghaffar van supermarkt Omars Markt.
Ook hij heeft soms lastpakken uit het centrum in zijn zaak. Hij pikt ze er zo uit. Jongens in een dikke jas, terwijl het warm is. „Dan proberen ze er producten onder te verstoppen.” Medewerkers proberen hen zo goed mogelijk in de gaten te houden. „Er zijn altijd rotte appels die dingen stelen, maar dat heb je ook in Utrecht of in Amsterdam.”
Die nuance zien Marietta en Ronald Hut ook. Wanneer ze een evenement organiseren, vraagt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) aan bewoners of ze willen helpen. Dan gaat er altijd een groepje. Ze hebben ook vrijwilligers die vaker komen, de vorige hulp was er drie jaar. Nu is daar sinds enkele dagen Morningstar uit Swaziland. Hij sluit de net opgezette tipitenten af. Ronald: „Ben je klaar? Heel goed!” De marketeer is nu zo’n zes weken in Ter Apel met zijn vrouw en drie kinderen. Hij mag geen geld ontvangen voor het werk, Ronald geeft hem eten en drinken.
‘De pareltjes van Ronald’, zeggen buurtbewoners dan weer spottend. Het COA zou alleen de ‘model-asielzoeker’ naar Moekesgat sturen.
Knaap vindt het welletjes: „Als je het dorp wilt behouden, dan kan dit niet langer. Dan moet je zeggen: gooi de deur op slot.”
Wat de bewoners van Ter Apel ook van het asielcentrum vinden, op één punt zijn ze het roerend eens: ze zijn in de steek gelaten door de politiek. Zeker, de gemeente krijgt extra geld voor hekken, cameratoezicht, weerbaarheidstrainingen en beveiliging. De anderhalf miljoen euro die het dorp in 2025 ontving van het COA omdat er te veel mensen werden opgevangen, is gebruikt „om de leefbaarheid te vergroten”, zegt een gemeentewoordvoerder.
Toch, het verlaten gevoel blijft. „In Den Haag bestaat Ter Apel niet”, zegt Peter Exel (29). Iedereen in het dorp heeft ervan gehoord, niemand verwacht verlichting van het Europese migratiepact dat vanaf 12 juni de asielprocedure moet versnellen.
Op het grasveld voor het aanmeldcentrum groeit het aantal wachtenden met de dag, een deel blijft overnachten. Op donderdag zijn het 140. Het Rode Kruis heeft schermen neergezet tegen de zon en zorgt voor eten. Met elke witte bus die voor het grasveld stopt, komen er weer een paar mannen bij.
Ahmed is nu ruim een week in Ter Apel. Binnen de hekken is het druk, net als op het gras. „De beveiliger zei dat we onze spullen altijd bij ons moeten dragen, omdat er zoveel wordt gejat”, zegt hij. Toch is hij blij met zijn plek. „Het is beter dan buiten.”
De volledige namen van Ahmed en Anas zijn bekend bij de redactie. Asielzoekers vrezen dat het bekendmaken van hun naam van invloed kan zijn op hun procedure.