Home

‘Soms mis je hier wel de dynamiek van de grote stad, maar ik zou niet terug willen naar het westen’

Maartje Schepel (49) werkt met Oekraïense ontheemden in Brummen, haar vriend Eduard Rozenveld (53) is schade-expert in de fietsenbranche. Ze houden beiden van fietsen, wat rond hun woonplaats Lochem mooi kan.

Maartje en Eduard met kinderen Thijn en Nienke. De laatste is met sushi omgekocht om op de foto te gaan.

Maartje: „We wonen 400 meter bij elkaar vandaan, in Lochem, een stadje in de buurt van Zutphen. We zijn allebei gescheiden en hebben allebei een zoon en een dochter. We zijn nu zeven jaar samen.”

Eduard: „We zijn altijd één week met onze kinderen in onze eigen huizen, en de andere week zonder kinderen.”

Maartje: „In zo’n week slapen we gemiddeld vier keer bij elkaar.”

Eduard: „Mijn zoon Jens is 18 en mijn dochter Lara 17. Als ze er zijn, wil je ze zien. Dus dan blijf je thuis.”

Maartje: „Mijn zoon Thijn is 16, mijn dochter Nienke 15. Zij wilde eigenlijk niet op de foto. Maar ik heb haar omgekocht met sushi. Want, zei ze: ‘ik doe het wel als we sushi gaan eten in Zutphen’. Daar ben ik mee akkoord gegaan.”

Eduard: „We hebben ook allebei twee katten en hebben allebei drie fietsen, want we houden van fietsen. Ik heb een racefiets, een mountainbike en een gewone fiets.”

Maartje: „Ik heb een e-bike, een racefiets en een spinningfiets. Om precies te zijn een Zwiftbike. Zwift is een soort spinning waarbij je fietst tegen een virtuele tegenstander of tegen mensen zoals jij overal ter wereld. Ik heb sinds een paar jaar een groepje fietsvrienden die heel verspreid wonen, in Ierland en Australië bijvoorbeeld. Tijdens het fietsen kun je ook met ze chatten. Dus dan kletsen we over allemaal privédingen. En ik heb laatst een fietsmaatje in de VS verteld hoe je een tompouce maakt.”

Eduard: „Zwift is tijdens corona een stuk populairder geworden.”

Maartje: „Sinds een week heb ik ook een e-bike. Eerst wilde ik er nooit een. Ik vond dat je je eigen kracht moest gebruiken om te fietsen. Maar ik ben sinds kort raadslid in de gemeenteraad voor LochemGroen! en dan moet ik naar alle ‘kernen’, oftewel wijken in de gemeente. Ik vind het dan niet fijn om helemaal bezweet aan te komen van het fietsen. Normaal zou ik dat met de auto doen, maar dat is niet milieuvriendelijk. Daarom heb ik nu de e-bike, als alternatief voor de auto.”

Toen Maartje raadslid werd, kreeg ze een print van de gemeente. Aan de muur hangt een schilderij met daarop duinen, strand en zee.

Eduard: „Je kunt hier heel fijn fietsen, er is veel natuur.”

Maartje: „We wonen aan de voorkant van de Achterhoek.”

Eduard: „Ik kom eigenlijk uit Nieuwegein, maar ben hier neergestreken omdat mijn vorige vrouw hier al woonde.”

Maartje: „Ik ben hier met mijn vorige man naartoe verhuisd vanuit Rotterdam om ergens te wonen waar de kinderen op straat konden spelen.”

Eduard: „Ik zou niet terug willen naar het westen. Soms mis je hier wel de dynamiek van de grote stad. Vooral in de winter is het na 19.30 uur echt helemaal uitgestorven hier. Ik kom een keer per jaar in Amsterdam voor de Dam-tot-Dam-fietstocht. Dan sta ik op tussen 6.00 en 6.30 uur en dan leeft die stad al meer dan hier midden op de dag. Maar ik ben toch erg gehecht geraakt aan de rust die ik hier heb. Laatst was ik weer eens in Nieuwegein en dat vond ik toch wel erg druk.”

Maartje: „Er is een historisch centrum met een kerk. Het heeft stadsrechten. Er is een ijssalon. In de zomer is het erg toeristisch. Dan komen er veel wandelaars en fietsers. Vooral 60-plussers.”

De fiets speelt een grote rol in het leven van Maartje en Eduard. Ze hebben allebei drie fietsen.

Oekraïense ontheemden

Eduard: „Ik ben schade-expert in de fietsbranche. Oorspronkelijk fietsenmaker. Ik word nu als zzp’er ingehuurd door een schade-expertisebedrijf voor twee dagen per week. Verder ben ik als fiets-mekanieker aanwezig bij grote fietsevenementen. En soms ga ik mee met grote groepsfietstochten naar Berlijn of Parijs. Zo kom je nog eens ergens!”

Maartje: „Ik werk voor een welzijnsorganisatie, in Brummen. De laatste jaren hou ik me specifiek bezig met Oekraïense ontheemden. Ik help ze met van alles. Verwijs mensen door naar een dokter of psycholoog, als dat nodig is. Ze zijn soms niet in staat een dokter te bellen. En als welzijnsorganisatie hebben we natuurlijk veel contacten. Maar veel kun je ook al oplossen met theedrinken. Veel mensen willen gewoon gezien en gehoord worden. In die behoefte kan ik voorzien. Ik gebruik de tolk-app van Google Translate. Maar er is ook een vrouw bij wie ik die app niet eens gebruik, tegen wie ik gewoon Nederlands praat en die Oekraïens terugpraat maar we snappen elkaar wel. Althans grotendeels. Ik heb veel lol met haar en anderen.

„We hebben veel alleenstaande moeders van wie de man in Oekraïne achtergebleven is. De mensen hebben drie trauma’s. Eén, wat ze gezien hebben in Oekraïne. Twee, de vlucht. Drie, de aankomst in Nederland en alles wat daarmee gepaard gaat. Sommigen hadden goeie banen en moeten in Nederland onderaan beginnen.

„Soms help ik ze met wonen en een onderdeel worden van de samenleving, hoewel dat bij Oekraïners geen doel op zich is. Ze hebben een andere positie dan andere vluchtelingen. Oekraïners krijgen nooit de status van een statushouder en de rechten op een woning die daarbij komen. Ze hoeven de taal niet te leren en niet te integreren, want aan het begin van de oorlog was het idee dat ze na een tijdje weer terug zouden gaan. Maar terug is niet zo makkelijk. Sommigen willen wel terug maar misschien is hun stad of hun huis platgebombardeerd. Dan moeten ze ergens anders wat zoeken. Maar in Oekraïne zijn ook huisjesmelkers, net als hier, die profiteren van de situatie. En daardoor zijn de huren daar soms even hoog als hier.”

Maartje Schepel (49) en Eduard Rozenveld (53) wonen in Lochem. Zij werkt met Oekraïense vluchtelingen en is gemeenteraadslid. Hij is schade-expert in de fietsenbranche. Ze hebben allebei een zoon en een dochter uit een vorige relatie, zijn zeven jaar samen en wonen 400 meter bij elkaar vandaan. Ze houden allebei van fietsen. Allebei verdienen ze een modaal salaris.

Wat is je laatst verstuurde Tikkie?

Maartje: „Ik was met mijn dochter en een collega naar een concert van Harry Styles en had haar kaartje voorgeschoten. Dus daarvoor.”

Weekboodschappen of iedere dag naar de supermarkt?

Eduard: „Iedere dag.”

Wat is je laatste grootste uitgave?

Maartje: „Mijn e-bike van 3.000 euro.”

Tweedehands of liever nieuw?

Maartje: „Liever tweedehands, vooral bij meubels, een auto of kleding. Ik zit ook in een cirkel van kledingtassen hier in de buurt. Dus dan krijg je een tas en daar haal je wat uit en doe je wat in. Een derde van mijn kleding is tweedehands, schat ik.”

Eduard: „Ik koop mijn kleding altijd nieuw maar ik draag het wel heel lang.”

Hoeveel zakgeld geef je je kinderen?

Maartje: „Thijs krijgt 25 euro per maand. Nienke 60 euro kleedgeld plus 25 euro zakgeld. Ik volg gewoon de bedragen van het Nibud.”

Eduard: „Jens krijgt geen zakgeld meer want die is 18 en Lara krijgt zakgeld van haar moeder. Ik weet niet hoeveel precies.”

Hoe vaak ruim je het huis op?

Maartje: „Constant. Maar dat betekent nog niet dat het hier netjes is! Er wordt steeds nieuwe rommel bij gemaakt. Eduard is wat opgeruimder.”

Eduard: „Stofzuigen doe ik bijna dagelijks. En ik houd ervan de fiets van Maartje schoon te maken. Daar word ik gelukkig van.”

Wie bedenkt wat je gaat eten?

Maartje: „Eduard kookt vaker. Ik werk veel thuis. Dan ben ik bezig met rapporten en dossiers voor mijn eenmanszaak en vind ik het leuk tussendoor boodschappen te doen of eten klaar te maken. Dat is een mooie afwisseling. En ik vind het heel prettig dat hij zo veel kookt.”

Waar geef je met schuldgevoel geld aan uit?

Maartje: „Vlees. Maar het schuldgevoel is niet vanwege het geld, maar vanwege de dieren. Ik eet het toch omdat ik het heel erg lekker vind en mijn kinderen ook. Maar niet elke dag.”

Waar spaar je voor?

Maartje: „Nergens voor. Maar als ik een e-bike moet kopen, dan kan dat.”

Beste tip voor huishouden of financiën?

Eduard: „Ik loop graag met een handscanner door de supermarkt. Ik wil weten wat ik ga uitgeven, ook al heb ik niet speciaal een maximum in mijn hoofd.”

Maartje: „Oh, dat hoor ik voor het eerst, ik had geen idee dat je dat om die reden deed! Ik doe het ook, maar dan omdat ik geen tijd kwijt wil zijn met scannen bij de zelfscankassa. Grappig dat ik daar nu pas achter kom, dat wist ik helemaal niet van Eduard.”

Eduard: „Dit interview is een soort relatietherapie, geloof ik!”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl

Uitgelichte artikelen

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next