Voor het zevende raceweekend van 2026 is het MotoGP-circus neergestreken op het Autodromo Internazionale del Mugello, waar de Grand Prix van Italië op het programma staat. Vrijdagochtend werd om 10.45 uur de aftrap verricht met de start van de eerste vrije training. Daarin werden de 22 rijders na nachtelijke regen geconfronteerd met enkele natte plekken op het asfalt.
Een vijftal rijders besloot dan ook om even te wachten voordat ze op de baan verschenen. Dat gold voor Yamaha-rijders Fabio Quartararo en Álex Rins, KTM Tech3-man Enea Bastianini, Fermín Aldeguer van Gresini Racing en Marc Márquez van Ducati. Voor de regerende wereldkampioen betekende de eerste training zijn terugkeer op de motor, nadat hij de races in Frankrijk en Catalonië moest overslaan na een dubbele operatie.
De overige zeventien rijders verschenen wel meteen op het asfalt om aan de eerste oefensessie te beginnen. Ondanks de vochtige plekken deden ze dat op slicks, met als gevolg dat de rondetijden aanvankelijk zo'n zeven seconden langzamer waren dan het ronderecord. Tegen het einde van de eerste run ging het met dank aan Francesco Bagnaia alweer bijna vijf seconden sneller. De Ducati-rijder zette 1.46.971 op de klokken.
Toen de meeste rijders na een klein kwartier terugkeerden naar de pits, verschenen Quartararo, Rins, Bastianini, Aldeguer en Márquez juist op de baan om aan hun training te beginnen. Ook zij hadden even nodig om op snelheid te komen, al lieten ze Michele Pirro en Cal Crutchlow al snel achter zich. Pirro valt dit weekend in voor de geblesseerde Álex Márquez bij Gresini, Crutchlow doet hetzelfde voor Johann Zarco bij Honda LCR.
Halverwege werd Bagnaia afgelost aan kop van de ranglijst. Nadat de meeste rijders weer terugkeerden op het asfalt, sloot Aldeguer zijn eerste run juist af door de snelste tijd aan te scherpen tot 1.46.916.
Pas in de absolute slotfase raakte Aldeguer de eerste plek weer kwijt. Eerst noteerde Pedro Acosta een 1.46.794, waarna Fabio Di Giannantonio de lat met nog vier minuten voor de boeg op 1.46.242 legde. Tussendoor tekende Bagnaia voor een opmerkelijk moment door in de eerste bocht van de baan te gaan, waarna hij zijn Ducati niet overeind kon houden in de grindbak.
De tijd van Di Giannantonio bleef in het restant van de training buiten bereik en dus eindigde de rijder van VR46 Ducati bovenaan. Op ruim drie tienden noteerde Jorge Martín de tweede tijd, voor Ai Ogura, Maverick Viñales en Jack Miller. Acosta zakte weg naar de zesde plaats, met Aldeguer en Bagnaia vlak achter hem. Raúl Fernández was de nummer negen, terwijl Franco Morbidelli de top-tien completeerde.
Kampioenschapsleider Marco Bezzecchi vond zijn naam na VT1 terug op een ietwat teleurstellende veertiende plek, met Márquez één plekje achter hem. Pirro noteerde een respectabele zestiende tijd als invaller, met Crutchlow op 3,6 seconden van Di Giannantonio op de 22e en laatste plaats.
Later op vrijdag wordt het MotoGP-weekend in Italië vervolgd met de training, die om 15.00 uur begint.
1'46.242
+0.369
1'46.611
+0.438
1'46.680
+0.452
1'46.694
+0.502
1'46.744
+0.552
1'46.794
+0.674
1'46.916
+0.729
1'46.971
+0.830
1'47.072
+0.996
1'47.238
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport