Jeugdpoëzie Eigenlijk best gek dat Jurrian van Dongens liedteksten uit televisieprogramma Het Klokhuis nooit eerder in boekvorm zijn geschreven. De verzamelbundel Want ik besta bewijst hun bestaansrecht als kinderpoëzie.
Jurrian van Dongen: Want ik besta. De mooiste liedteksten uit Het Klokhuis. Illustraties Stien Van Kerckhoven.
Blauw Gras, 80 blz. € 18,99
Wat een goed idee van Edward van de Vendel om in zijn rol als uitgever van Blauw Gras de mooiste liedteksten uit Het Klokhuis van Jurrian van Dongen te bundelen. En eigenlijk best gek dat niemand dit eerder heeft gedaan: Van Dongen is al dertig jaar hofleverancier van het ludieke, informatieve jeugdprogramma en bovendien een van Nederlands beste tekstdichters. Niet toevallig won hij meermaals de Annie M.G. Schmidt-prijs voor beste theaterlied en de Willem Wilminkprijs voor beste kinderlied.
Wie Het Klokhuis kent, weet dat zo’n beetje alles wat er in een kinderleven kan gebeuren, erin voorbijkomt. Evengoed valt de grote variatie van onderwerpen in de 22 liedteksten in Want ik besta direct op. Een kleindochter die het leven van haar dementerende opa voor hem wil onthouden, het besef van een kind dat ieder leven eindig is, een lofzang op de broccoli, hoe opgroeien in armoede voelt: Van Dongen slaagt erin ‘de ruimte van het volledig leven’ te verbeelden, om met Lucebert te spreken. En dat doet hij met een groot gevoel voor empathie voor zijn publiek, in heldere, trefzekere zinnen die getuigen van passie voor taal en licht van toon zijn.
Treffend bijvoorbeeld is de manier waarop hij in ‘Doe gewoon normaal’ de emotionele spagaat die een scheiding teweeg brengt, weet terug te brengen tot de kern: „Ben ik mooi klaar mee/ Dat twee mensen/ Die elkaar het meeste haten/ Net die twee zijn van wie ik het meeste hou.” Een even ogenschijnlijk gemak van schrijven toont hij in het o zo pijnlijke ‘Meisje van Srebrenica’. Door de ogen van een opgroeiend meisje lees je in vier coupletten – „Ik was een kind […]. Ik was pas tien […] Ik was pas twaalf” – over de gruwel van de Bosnische burgeroorlog en de uiteindelijk fatale dag die de massamoord op ruim 8.300 moslimmannen inluidde. Nota bene: zonder dat dit ook maar ergens letterlijk wordt benoemd: „Eén ding zal ik m’n leven niet vergeten:/ Dat ik in een andere bus mijn vader zag/ Je kan bang zijn, maar zo bang…/ Dat wil je niet weten.” En dan moet de definitieve mokerslag nog komen: „Ik was een kind/ Maar dat was over/ Na die dag.”
Gelukkig is niet alles zwaar. Prettig opgewekt en geestig is het lied over de ridder die door ons vochtige klimaat met een vastgeroest harnas door het leven moet, wat zijn adellijke geliefde als een enorm pluspunt ziet. „U bent niet als mijn exen/ Zo breekbaar en zo slap”. Fijn ook is Van Dongens originele woordvondst „metjezelfschap” waarmee hij in het gelijknamige lied bepleit dat alleen-zijn zonder eenzaamheid best gezellig kan zijn, „want weet je/ Je moet het toch zo’n beetje/ Je leven lang/ Met jezelluf doen.”
In zijn dankwoord schrijft Van Dongen dat hij het best spannend vond om de liedjes op papier te zien. Ze zijn gemaakt voor muziek en niet bedacht voor een boek. Maar die twijfel blijkt onnodig. Net als de verzen van illustere voorgangers als Willem Wilmink, Annie M.G. Schmidt en Karel Eykman bewijzen Van Dongens liedteksten hun bestaansrecht als kinderpoëzie.
Bovendien creëert papier ruimte voor illustraties. Met Stien Van Kerckhoven maakten Van de Vendel en Van Dongen precies de juiste keuze. Dit opkomende Vlaamse talent heeft bij iedere tekst lovenswaardig naar een passende stijl en techniek gezocht om zo Van Dongens uiteenlopende werelden tot leven te brengen en betekenis toe te voegen. Zo krijgt het gedicht over een vader met twee gezichten – het ene lief, het andere kwaad – een extra schrijnende dimensie doordat boven het blauwe inktportret van vader en zoon een rood vaderportret als een dreigende donderwolk hangt. De prent van de innig tevreden koe die op afstand de kudde gadeslaat, accentueert het plezierige gevoel dat ‘Metjezelfschap’ oproept.
Want ik besta is ontegenzeggelijk een sprankelende versjesbundel. En het fijne is: we mogen hopen op meer, in de wetenschap dat Van Dongen bij ruim duizend Klokhuis-onderwerpen een tekst heeft verzonnen.