‘Het is een beetje uit de hand gelopen”, had Ruud Spil (64) aan de telefoon gewaarschuwd. Een paar dagen later komt de kunstenaar vanachter een hek tevoorschijn met onder elke arm een doek. Op een terras in het Vondelpark zet hij zijn werk, een olieverfschilderij en een houtskooltekening, tegen de haag. Zijn groene bouwhelm houdt hij op.
Hij was de stad uit tijdens „het grote drama”. Natuurlijk, vertelt Spil, had hij de vlammenzee al wel op filmpjes gezien. Maar pas toen hij een paar dagen later zelf voor de uitgebrande Vondelkerk stond, drong de ravage tot hem door. Dertig jaar lang was het gebouw voor hem als buurtbewoner een ijkpunt. „Als ik langsfietste, keek ik altijd even omhoog naar de klok.” Nu stonden alleen de zwartgeblakerde muren nog overeind. Spil wist meteen dat hij het wilde vastleggen. Zulke beelden bestaan maar kort.
Hij was begonnen op straat, met een krukje en tekenspullen. Aanvankelijk deed Spil het vooral voor zichzelf („Een dag met een tekening is beter dan een dag zonder tekening”). Al gauw kreeg hij de behoefte het serieuzer aan te pakken. Via via kon hij op gesprek komen bij Stadsherstel, sinds 1996 eigenaar van de kerk. Hij wierp zijn plannen voorzichtig op. „In eerste instantie ging het over het maken van een panorama van het dak. Ik dacht, ik ga niet meteen zeggen dat ik er weken of maanden werk in wil steken.”
Dat hij eerder de verbouwing van het Centraal Station had geschilderd – óók zo’n iconisch Amsterdams gebouw van architect Pierre Cuypers – hielp waarschijnlijk. Spil kreeg toestemming om een maand lang te werken op ‘het podium’: een stellage gebouwd om de schade in kaart te brengen, de ideale uitkijkpost.
Maar het echte geluk kwam toen het op een dag begon te regenen. Spil mocht schuilen in de kerk en zag nu ook het „visuele drama” van binnen: de ingestorte gewelven, het regenwater, de roodfluwelen gordijnen in het transept, wonderlijk genoeg nog intact. Op de plek waar de bar stond, richtte hij een klein atelier in. „Ook als ik niet werk, loop ik vaak even langs om te kijken hoe het vordert.”
Het is, zegt Spil, alsof je in slow motion een documentaire kijkt. Terwijl hij tekent en schildert, verrijzen steigers en kranen, de bouwvakkers brengen met hun gesjouw en gesleep het leven in de ruïne terug. Hij zag grijpers hapjes uit het gebouw nemen. En, het voorlopig hoogtepunt: verbrande resten verdwijnen in een gigantische stofzuigerslang. De werklieden beschouwen Spil inmiddels als een van hen. Ze bieden hem koffie aan en kijken af en toe mee over zijn schouder. „Hé Picasso, ben ik dat?”
Spils project is een van de vele reddingsacties rond de Vondelkerk geworden. De opbrengst van ansichtkaarten en een benefiettentoonstelling moet bijdragen aan de restauratie, een operatie die jaren zal duren en vele miljoenen kost. Het is de bedoeling de kerk zo veel mogelijk in oude staat terug te brengen. Stadsherstel hoopt er na de zomer mee te beginnen.
Goed nieuws voor Ruud Spil: zijn klok zal terugkeren. De wijzerplaten van het uurwerk werden uit het puin gevist. Een beetje verbogen, maar straks weer zo goed als oud/nieuw.
Anne-Martijn van der Kaaden vervangt deze week Sheila Kamerman