Wat zijn dit voor vragen? Negen dilemma’s voor schrijver Tatjana Almuli (35). Vorige week verscheen haar essay Tot lijf gemaakt, over hoe niet voldoen aan schoonheidsidealen wordt afgestraft en de beauty-industrie goud geld verdient aan onze onzekerheden.
Wat zijn dit voor vragen? Negen dilemma’s voor schrijver Tatjana Almuli (35). Vorige week verscheen haar essay Tot lijf gemaakt, over hoe niet voldoen aan schoonheidsidealen wordt afgestraft en de beauty-industrie goud geld verdient aan onze onzekerheden.
Knap voor een dik meisje of Dikke vette leugens?
‘Dan kies ik voor mijn eerste boek Knap voor een dik meisje uit 2019, want de online VPRO-serie Dikke vette leugens was er zonder dat boek nooit gekomen. Dat boek was het beginpunt van alles, ik ging mijn eigen verhaal vertellen en mijn carrière als schrijver begon.
‘Een paar jaar daarvoor had ik meegedaan aan het tv-programma Obese, waarin ik heel veel was afgevallen. Ik dacht altijd dat dat zaligmakend zou zijn, dat ik dan automatisch gelukkig en succesvol zou worden, maar dat was niet zo. Ik had een gangbaarder lichaamstype, maar voelde me mentaal en fysiek niet beter.
‘Ik kwam er toen ook achter dat een gendefect de oorzaak is van mijn overgewicht. Dat vond ik deels een opluchting, maar ook pijnlijk, want tot die tijd werd met de vinger naar mij gewezen: jij doet het fout, jij hebt niet genoeg discipline en wilskracht. Dus daarover wilde ik een boek schrijven, over het stigma en de vooroordelen waar dikke mensen last van hebben.
‘Overigens was ik het na dat boek op een gegeven moment ook wel zat hoor, in interviews ging het altijd over mijn gewicht en ik werd continu gevraagd om stukken te schrijven over bodypositivity of over lichaamsbeeld. Dikke vette leugens was al veel beschouwender en ging bijvoorbeeld ook over de loonkloof, slutshaming of discriminatie.
‘In mijn nieuwe essay, Tot lijf gemaakt, zoom ik opnieuw meer uit, naar hoe je erop wordt afgerekend als je niet aan de schoonheidsidealen voldoet en hoe de beauty-industrie goud geld verdient met onze lichamelijke onzekerheden. Ik vind dat een vorm van onderdrukking, die onze autonomie en vrijheid inperkt. Daar moeten we ons tegen verzetten, daar gaat dit pamflet over.’
Amstelveen of Amsterdam?
‘Honderd procent Amsterdam. Ik haat Amstelveen. Het enige goede in Amstelveen is het Amsterdamse Bos, en dat is eigenlijk een grensgeval. Ik ben in Amstelveen opgegroeid, maar heb me er nooit echt thuis gevoeld. Dat had ook te maken met de onstuimige gezinssituatie waar ik uit kom. Mijn ouders maakten veel ruzie, ik had een ingewikkelde, explosieve band met mijn vader. Ze gingen uit elkaar en hun bedrijf ging failliet, mijn moeder overleed toen ik 16 was.
‘Op de basisschool had ik weinig aansluiting, ik voelde me anders, qua uiterlijk, maar ook qua binnenwereld. In Amsterdam woon ik sinds mijn 18de, en alles werd hier beter. Ik heb hier mijn beste vrienden leren kennen, en er is veel meer ruimte voor expressie en voor verschillende lichaamstypen. Al vind ik het jammer dat de laatste jaren de uniformiteit van het schoonheidsideaal zo oprukt: steeds meer mensen zien er hetzelfde uit.’
Quinoa of tofu?
‘Tofu! Mijn ouders hadden een natuurvoedingswinkel, dus natuurlijk heb ik al dit soort gezonde producten een tijdje helemaal afgezworen. Mensen denken dat als je dik bent, je alleen maar chips en cola nuttigt. Nou, not me, ik kreeg zuurdesembrood. Maar goed, ik heb ook een eetstoornis gehad, en toen at ik alleen maar witbrood en roze koeken. Maar inmiddels vind ik het fijn om voedzaam te eten. En tofu is lekker van smaak en van structuur, je kunt er eindeloos mee variëren, ik vind het een geweldig product.’
Een moeder hebben of een moeder zijn?
‘O wauw, daar is ’ie hoor, wat is dit voor vraag? Kijk, het is voor mij van grote invloed geweest dat ik vroeg mijn moeder ben verloren. En na mijn vrij heftige vroege kindertijd was haar overlijden een soort kers op de taart – in negatieve zin. Ik heb daarna mijn gevoelswereld totaal dichtgemetseld en het heeft lang geduurd voordat die weer een beetje open ging.
‘Mijn tweede boek, Ik zal je nooit meer, ging over die uitgestelde rouw. Ik schreef het rond mijn 30ste. Pas toen werd mijn moeder weer een mens van vlees en bloed, ik ging dagboeken en brieven van haar lezen, zo leerde ik haar ineens veel beter kennen.
‘Juist nu ik langzaam begin te denken over of ik zelf moeder wil worden, kan ik me ineens voorstellen dat ik haar dan nog meer zal gaan missen. Dat er dan een heel nieuwe laag aan die rouw wordt toegevoegd. En daar ben ik best een beetje bang voor. Dat ik geen moeder heb, definieert al lang een groot deel van mijn leven, ik weet bijna niet beter.
‘Dus als ik ‘een moeder zijn’ kies, dan wordt weer zo pijnlijk duidelijk dat ik geen moeder meer héb. Ik vind dit een onmogelijk dilemma, ik kan echt niet kiezen.’
Praten of schrijven?
‘Schrijven. Ik kan me niet herinneren dat ik niet schreef. Als kind had ik altijd notitieboekjes bij me of schreef ik in mijn dagboek. Ik durfde toen nauwelijks over mijn gedachten of gevoelens te praten, dus schrijven was een manier om me te uiten.
‘Het prettige van schrijven vind ik dat je langer kunt nadenken. Ik word er meestal rustig en tevreden van, en ben dan minder bezig met hoe ik eruitzie, of wat mensen van me vinden. En praten, tja, ik vind gesprekken best vaak saai? Bij die chit-chat op een feestje denk ik vaak: waar de fuck hebben we het nou toch over? Uiteindelijk voer je veel te veel van dat soort gesprekken in een mensenleven.’
Hannah Horvath uit Girls of Sam Miller uit Somebody, Somewhere?
‘Ah, wat leuk, even de popcultuur erbij gehaald! Hannah Horvath, absoluut. I love Sam Miller, een extreem warm en oprecht personage uit een heerlijke serie, die ik graag als grote zus zou willen.
‘Maar Hannah Horvath... Ik weet nog zo goed dat ik haar voor het eerst zag, toen ik als begin twintiger illegaal de serie van Lena Dunham had gedownload. Dat was een verademing. In die tijd zag je zo iemand gewoon nooit op tv, met een iets dikkere buik en kleinere borsten, die toch de hele tijd naakt was en random seks had.
‘Maar ook haar personage, ik keek naar haar en dacht: what the fuck ben je nou weer allemaal aan het doen? Ze is constant op zoek naar bevestiging en erkenning en slaat daarbij voortdurend de plank mis. Ze is niet altijd likeable, dat zag je toen ook nauwelijks. De serie staat trouwens nog recht overeind, dat weet ik, want ik kijk elk jaar alle seizoenen opnieuw. Ik ben eigenlijk maar een halfjaar per jaar vrij van Girls.’
Verzet tegen schoonheidsideaal: individu of systeem?
‘Ik vind de schoonheidscrisis, want zo noem ik het, net zo’n crisis als de klimaatcrisis. Net als bij dat andere maatschappelijke probleem kun je als individu wel minder vlees eten en stoppen met vliegen, maar dat maakt voor het grotere plaatje geen verschil.
‘Dus: het systeem staat hier op één, dat moet veranderen. Maar wat ook demotiverend werkt, is afwachten tot er van hogerop iets gedaan wordt aan hoe we praten over schoonheid, bijvoorbeeld in het onderwijs of de zorg. Of wachten tot sociale media aan banden worden gelegd. We hebben in meer of mindere mate bewegingsvrijheid en autonomie om in verzet te komen. En ik merk zelf dat dat ook energie kan geven.
‘Dat ervaar ik bijvoorbeeld tijdens demonstraties. Dat je voelt dat je niet de enige bent die zich zorgen maakt en van zich wil laten horen. Moeten we de straat op tegen de beauty-industrie en de schoonheidscultus? Nou, waarom niet?
‘En je kunt ook zelf besluiten je tijd en geld niet meer te besteden aan het wegspuiten van je fronsrimpel, en dat kun je met je vrienden bespreken, of diegene aanspreken die dat nog wel doet. Gaat dit iets opleveren in het grote geheel? Dat weet ik niet. Het zijn kleine, maar wel tastbare daden van verzet, en dat gaat uiteindelijk doordringen tot het grotere verhaal. Hoop ik.’
Bodypositivity of lichaamsneutraliteit?
‘De bodypositivity kwam een paar jaar geleden opzetten. Ineens zag je in de pop- en beeldcultuur heel andere lichamen. Dikke mensen, mensen met een beperking, oudere mensen. Dat was een goede ontwikkeling. Kranten en tijdschriften lieten het ook weer snel los. Het leek er dus meer op dat ze even meededen aan een trend dan dat er echt iets veranderde.
‘Daarbij lag de nadruk nog steeds erg op glamour en esthetiek. Wat ik zo fijn vind aan lichaamsneutraliteit is dat de focus ligt op de functionaliteit van het lichaam. Wat doet mijn lichaam voor mij, wat kán het eigenlijk allemaal? Dat is bij iedereen anders.
‘Sommige dingen kan mijn dikke lichaam misschien minder goed. Ik kan niet ineens een marathon rennen. Maar ik kan wel 230 kilo legpressen, mijn lichaam is supersterk. Dat is geweldig. Je lichaam zo benaderen vind ik ook een vorm van verzet.’
Zwemmen, zingen, dansen, slapen, huilen of seksen?
‘O, mijn God, seks dan toch, sorry. Als ik nooit meer seks zou hebben, zou ik echt diepongelukkig zijn. Maar dat heb ik natuurlijk ook met dansen. Of zwemmen. Ik noem deze dingen in mijn boek als vormen van zelfexpressie, van verbinding met jezelf en met anderen. Dingen die ik doe zonder doel, die mij wat opleveren.
‘Die zijn ook onderdeel van verzet. Want als het goed is, maak je je bij deze activiteiten niet zo druk over je uiterlijk. Dat lukt niet altijd, soms ben je tijdens seks of dansen toch nog bezig met hoe je eruitziet. Maar als ik op een festival sta, met mooi weer, en ik kijk naar mijn vrienden die bezweet en met uitgelopen make-up en rode, blije hoofden aan het dansen zijn, dan zijn ze misschien niet zo knap als op hun Instagramfoto, maar ik vind ze op zulke momenten op hun mooist.’
Geboren in 1991 in Amstelveen.
2017 Bachelor Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam
2017-2019 Marketing en sales bij uitgeverij Rainbow
2019 Freelance journalist en podcastmaker
2019 Knap voor een dik meisje
2022 Ik zal je nooit meer
2026 Tot lijf gemaakt
Tatjana Almuli woont in Amsterdam.
Tatjana Almuli, Tot lijf gemaakt. Thomas Rap; 192 pagina’s; 20,99 euro.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant