Een nieuwe Spaanse tiener verovert in razend tempo de tenniswereld. Op Roland Garros klinkt daardoor opnieuw een oude, vertrouwde kreet op het grandslamtoernooi van Parijs: ‘Vamos, Rafa’. Alleen gaat het dit keer niet over Rafael Nadal, maar over Rafael Jodar.
schrijft voor de Volkskrant over voetbal en tennis.
Wie de afgelopen dagen zijn ogen sloot op Roland Garros, kon zomaar worden teruggeworpen in de tijd. ‘Vamos, Rafa’, klonk het over het tennispark in Parijs. Een kreet die de laatste twee decennia onlosmakelijk verbonden was aan Rafael Nadal en wegstierf toen de Spaanse gravelkoning twee jaar geleden zijn carrière beëindigde.
Maar met de razendsnelle opkomst van Rafael Jodar maakt de kreet aan een ware revival door. Het 19-jarige Spaanse talent is de tennissensatie van dit seizoen: binnen ruim een jaar steeg hij van de 911de naar de 29ste plek op de wereldranglijst. Hij haalde de afgelopen weken de kwartfinales op de prestigieuze graveltoernooien van Madrid en Rome en bereikte deze week bij zijn debuut op Roland Garros meteen de derde ronde.
Daarin speelt Jodar vrijdag, op de dag dat de Netflix-documentaire over Nadal uitkomt, tegen de Amerikaan Alex Michelsen. Hoewel Jodar ooit zei dat hij als kind werd geïnspireerd door Nadal, is hij niet naar de veertienvoudig Roland Garros-winnaar vernoemd, maar naar zijn vader, grootvader en overgrootvader.
Tegen Michelsen wil Jodar een vervolg geven aan zijn indrukwekkende reeks op gravel: hij won zeventien van zijn eerste twintig wedstrijden op ATP-niveau op gravel. Dat deden zijn landgenoten Nadal en Carlos Alcaraz, die vanwege een slepende polsblessure niet meedoet in Parijs, hem niet na: zij boekten dertien zeges. Alleen de Amerikaan Andy Roddick deed het beter: 18 keer winst.
Op Roland Garros maakte Jodar meteen indruk. Terwijl fans zich in rijen dik rondom de kleine buitenbaan hadden verzameld om een glimp van hem op te vangen, stond hij in zijn eersterondepartij slechts vijf games af – het laagste aantal tijdens een debuut op Roland Garros sinds Novak Djokovic in 2005. Woensdag had hij het lastiger; Jodar kampte met een kwetsuur aan zijn bovenbeen en had last van de hitte, maar knokte zich in vier sets voorbij de Australiër James Duckworth.
‘Dit soort wedstrijden helpt mij enorm om beter te worden. Het loopt niet altijd zoals je wil. Op die momenten moet je laten zien dat je ook kunt lijden’, zei Jodar in opvallend vloeiend Engels; hij speelde een jaar collegetennis voor de universiteit van Virginia in de Verenigde Staten, voordat hij eind vorig jaar aankondigde zich volledig op tennis te gaan richten.
De woorden van Jodar klonken vertrouwd uit de mond van een Spaanse toptennisser. Nadal zei gedurende zijn carrière vaker dat een tennisser moet leren leven met moeilijke momenten, die in elke wedstrijd voorkomen. ‘Je moet leren te genieten van lijden.’ En ook Jodars andere landgenoot, de vier jaar oudere Alcaraz, haalt plezier uit het lijden op de baan, bekende deze. ‘Ik denk dat het de sleutel tot succes is. Zeker op Roland Garros, waar je vijfsetters speelt, lange rally’s hebt en je moet vechten.’
Jodar groeide op in Madrid. Hij was enig kind van ouders die beiden als docent werkten en had op zijn 4de voor het eerst een tennisracket in zijn hand. Twee jaar later werd hij lid bij een club, al beoefende de jonge Jodar ook andere sporten, waaronder voetbal. ‘Ik ben ooit met tennis begonnen omdat ik het met mijn vader kon doen en we er samen plezier aan beleefden’, zei hij al eens op mediaplatform COPE.
Toen Jodar bovengemiddeld veel talent voor tennis bleek te hebben en hij op zijn 12de definitief voor die sport koos, veranderde ook de rol van zijn vader. Hoewel hij coach was van een vrouwenbasketbalteam, besloot hij zich toe te leggen op zijn zoon en zich op eigen kracht tot tenniscoach te ontwikkelen. ‘Hoe beter ik werd, hoe meer hij over tennis leerde’, aldus Jodar.
Aan de hand van zijn vader won zoon Jodar in 2024 het juniorentoernooi van de US Open, al ging zijn vader niet mee toen hij naar de Verenigde Staten vertrok en daar voor de universiteit van Virginia ging tennissen. ‘Het was een geweldig jaar’, zei Jodar twee dagen voor de start van Roland Garros. ‘Ik heb veel geleerd, veel wedstrijden gespeeld en me als tennisser en als persoon ontwikkeld. Ik woonde voor het eerst op mezelf, maar kreeg volop steun van de coaches en mijn teamgenoten.’
Jodar liet vorig jaar al van zich horen. Hij won drie toernooien op het Challenger-circuit (het tweede niveau). Maar dit jaar beleeft hij zijn echte doorbraak, in een razend tempo nota bene. Hij boekte in januari zijn eerste overwinning op ATP-niveau op de Australian Open en bereikte in april opnieuw een mijlpaal: in Marrakesh won hij zijn eerste ATP-toernooi.
De tengere Spanjaard durft dicht op de baseline te spelen en heeft met zijn dubbelhandige backhand een levensgevaarlijk wapen in huis. Hoewel hij net als Alcaraz uit Spanje komt, wordt zijn backhand vergeleken met die van de Italiaan Jannik Sinner. Daarmee jaagt hij menig speler de stuipen op het lijf. In zijn geboortestad Madrid boekte Jodar in april zijn eerste zege op een speler uit de mondiale top-10; hij versloeg Alex de Minaur.
Maar in de kwartfinale was Jodar nog niet opgewassen tegen Sinner, al had hij wel indruk gemaakt op de nummer 1 van de wereld. ‘Hij is nu al een solide speler en haalt een hoog niveau’, zei Sinner.
Vrijdag wacht Jodar met zijn vader als coach aan zijn zijde weer een nieuwe ervaring, zoals hij er de afgelopen maanden al zoveel meemaakte. ‘Ik probeer er gewoon van te genieten’, zei hij na zijn zege op de Australiër Duckworth. ‘Ik denk dat dat het belangrijkste is wanneer je een Grand Slam speelt.’
Eén ding is zeker: op Roland Garros zal ‘Vamos Rafa’ vrijdag weer te horen zijn.
Source: Volkskrant