Home

Op het Holland Festival staat luisteren centraal, naar álles: vogels, auto’s, water. Als je dat écht doet, weet je niet wat je hoort

Het 79ste Holland Festival, vanaf woensdag in Amsterdam, staat in het teken van ‘deep listening’. Volkskrant-verslaggever Alex Burghoorn laat zich blinddoeken en dompelt zich onder in deze wereld. ‘Heb je die klingelende tram gehoord?’ Nee dus.

is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek, subsidiebeleid en wat zich afspeelt op het snijvlak van kunst en samenleving.

Geblinddoekt loop ik aan de arm van fluitist, geluidskunstenaar en deep listener Maaike van der Linde (38) door de stad. We praten niet. Ik luister. Het is alsof ik een andere wereld ben binnengestapt.

Oorverdovend klinkt het kettingslot dat iemand in een fietskrat gooit. Gesprekken van voorbijgangers hoor ik al van ver aankomen: eerst geroezemoes, dan een paar heldere woorden (‘ga je naar haar toe vanavond?’), dan weer geroezemoes. Steeds als we aan een stoeprand wachten, wil ik een stap achteruit doen, zo beangstigend dichtbij klinken de passerende fietsen en auto’s.

Ruim een half uur lopen we rond in een geluidswolk van kwetterende vogels, optrekkende motoren, vragende kinderstemmen, geklater van een waterfontein. Kriskras door Amsterdam-Zuid leidt ze me rond, in aanloop naar het 79ste Holland Festival, waar deep listening – zeg maar: alomvattend luisteren – vanaf volgende week een maand lang centraal staat.

Stuiterende ballen. Ineens een zucht, als ik met nadruk uitadem. Een vliegtuig dat vertrekt van Schiphol. Voetstappen in allerlei tempo’s. Mijn eigen voetstappen. De stem in mijn hoofd die me vertelt wat ik allemaal van dit experiment moet onthouden voor dit verhaal.

Aan het eind, als het zwarte, lichtdichte masker af is en we mijn ervaringen bespreken, vraagt Van der Linde: ‘Heb je de klingelende tram ook gehoord?’ Ik voel me betrapt. Nee, ik kan me geen tram herinneren.

Luisteren met echte aandacht

Het komt misschien wat wereldvreemd over: luisteren tot thema maken van een festival dat een maand lang eigentijdse muziek-, theater-, dans- en operavoorstellingen brengt. Duh! Luisteren is voor podiumkunstenaars en hun publiek net als ademhalen. Zonder gaat het niet.

Maar dat is te snel gedacht. Niet alleen voor musici, acteurs en geluidstechnici, ook voor journalisten zoals ik en andere stervelingen. Want wie heeft echt aandacht voor wat je allemaal hoort? Voor hoe je naar al die geluiden om je heen luistert?

Wat gebeurt er als je de automatische piloot in je hoofd uitzet: je ideeën over wat je mooi (Brahms) en lelijk (zang via autotune) vindt klinken, over welk geluid belangrijk voor je is (de pieptoon als de wasmachine klaar is), met welk geluid je niks hoeft (de bezorger die aanbelt bij de buren) en welk geluid je irriteert (de airco op het balkon van de andere buren). Wat gebeurt er als je al die betekenis even vergeet en het geluid laat zijn wat het is?

Symfonie in de straten van Amsterdam

Wat gebeurt er als je met open oren de wereld ingaat? Meteen al tijdens de openingsvoorstelling, de Nederlandse première van City of Floating Sounds (2024) van Huang Ruo (50), kun je dat woensdag ondergaan. De Chinees-Amerikaanse componist laat bezoekers zijn stadssymfonie eerst beleven op de drukke straten van Amsterdam, voor ze hun stoelen in Carré opzoeken, waar de orkestmusici op hen wachten.

Verderop in dit verhaal vergezel ik Ruo als hij op een lentedag de wandelroutes voor het publiek uitstippelt. Maar hier is alvast wat hem fascineert. ‘In het orkest zitten de strijkers, houtblazers en koperblazers in rijen achter elkaar. Jaren geleden besefte ik dat je hen niet hoort zoals je ze ziet. Hun geluid staat niet in rijen voor ons, hun geluid is overal om ons heen. Onze ogen houden ons voor de gek. Als je een kind de eerste keer geblinddoekt naar een orkest laat luisteren en het dan vraagt te tekenen hoe het orkest zit, krijg je iets heel anders te zien.’

Wat hoort een ander?

Ook spannend is de wereldpremière, donderdag, van het geluidskunstwerk Your Eyes in My Head (2026) van de Amerikaanse zangeres en multimediakunstenaar Laurie Anderson (78). Bezoekers doen een koptelefoon op en horen dan wat iemand anders hoort: de geluiden en gedachten die in het hoofd van een ander klinken. De filosofische vraag die Anderson erbij stelt is: ‘Wie zijn we in het land dat ons lichaam is? Wie praat daar tegen wie?’

Luisteren staat centraal in het Holland Festival dankzij de IJslandse cellist, zangeres en componist Hildur Guðnadóttir (43), die als associate artist betrokken is bij de samenstelling van het programma en bekend is van haar soundtracks voor onder meer de tv-serie Chernobyl (2019). Luisteren heeft voor haar een actuele, bijna politieke betekenis.

‘De algemene sfeer in de wereld is op dit moment hard’, zegt Guðnadóttir op de festivalwebsite. ‘De empathie tussen mensen lijkt af te nemen. Luisteren speelt een enorme rol in het ontwikkelen van empathie. Om echt te kunnen luisteren, moet je eerst in jezelf stil worden. Empathie cultiveren betekent dat je je eigen gedachten even tot rust brengt en ruimte maakt voor de ervaringen en perspectieven van anderen.’

Voorafgaand aan de concerten waarin ze met een klein ensemble van zangers en strijkers de verstilde composities van haar album Where to From (2025) uitvoert, kunnen bezoekers deelnemen aan een inleidende workshop deep listening. ‘In deze wereld voel ik me soms een beetje nutteloos, omdat ik ‘maar’ muziek maak’, zegt ze in de toelichting. ‘Maar dan denk ik aan mensen die samen luisteren, samen een film kijken, samen lachen, samen schrikken. Die gedeelde ervaring, dát is wat ertoe doet.’

Verbinding met de natuur

Nadat de coronapandemie haar internationale concertleven overhoop had gehaald, besloot Maaike van der Linde pas op de plaats te maken. Ze was fluitist in het moderne muziekensemble Stargaze, dat acht jaar geleden nog op het Holland Festival muziek van David Bowie herinterpreteerde. Ook was ze moeder geworden, ze wilde minder reizen en meer rust.

‘Ik wilde meer verbonden zijn met de natuur en mijn omgeving dan met concertzalen’, zegt ze. ‘Hoe kan ik meer voor mensen betekenen dan alleen door op te treden als musicus, vroeg ik me af. Toen kwam anderhalf jaar geleden deep listening op mijn pad. Luisteren verbindt je met mensen en alle andere dieren om je heen en is het begin van elke gemeenschap.’

Met dat idee ontwierp ze samen met contrabassist, componist en deep listener Dario Calderone (48) voor het Holland Festival de vier uur durende ‘klankwandeling’ Listening with the IJ. Het duo, dat werkt onder de naam Eco Acoustics, ontvangt deelnemers om 6 uur ’s ochtends aan de oever van het IJ om hen wandelend, varend en mediterend te laten ervaren hoe de midden in Amsterdam gelegen waterweg leeft en klinkt.

Op een van hun ontdekkingstochten mag ik mee. ‘Elke keer als ik hier nu terugkeer, voelt het alsof mijn vriend daar is’, zegt Calderone, nadat hij zijn fiets aan de waterkant op slot heeft gezet. Hij lacht zacht naar het IJ. ‘Hoor je het klotsen?’, vraagt Van der Linde. ‘Van klotsen heb je verschillende varianten: soms is het kalmerend, soms dreigend. Het is een belangrijk geluid hier.’

Grondlegger Pauline Oliveros

Het duo Calderone en Van der Linde werkt in de geest van de Amerikaanse componist en accordeonist Pauline Oliveros (1932-2016), grondlegger van deep listening. Het is ‘luisteren op elke mogelijke manier naar alles wat hoorbaar is terwijl je wat dan ook aan het doen bent. Zulk intens luisteren omvat de geluiden van het dagelijks leven, van de natuur, je eigen gedachten als ook muzikale geluiden. Deep listening is een hogere staat van bewustzijn en verbindt je met alles wat er is.’

Horen doet een lichaam vanzelf, luisteren is een leerproces, legde Oliveros vaak uit. Je kunt het oefenen. Onze oren pikken al het geluid om ons heen op, maar wat doordringt tot ons bewustzijn kan van persoon tot persoon, en ook van moment tot moment, verschillen. Het inzicht drong tot haar door in 1953, toen ze van haar moeder voor haar 21ste verjaardag een bandrecorder kreeg.

‘Ik begon onmiddellijk vanuit het raam van mijn appartement op te nemen wat er gebeurde’, schreef ze daar in 1999 over. ‘Het viel me op dat de microfoon geluiden had opgenomen die ik zelf niet had gehoord toen de opname aan de gang was. Ik zei toen tegen mezelf: luister de hele tijd naar alles en wijs jezelf er op als je niet aan het luisteren bent. Ik heb deze meditatie sindsdien met meer en minder succes beoefend. Na 46 jaar moet ik mezelf er nog steeds aan herinneren. Mijn luisteren ontwikkelt zich als een levenslange oefening.’

Zo langzaam mogelijk wandelen

Op een verlaten landje aan de oever van het IJ gaat Dario Calderone voor in een slow walk, een meditatiemethode waarbij je probeert zo langzaam mogelijk te wandelen zonder je evenwicht te verliezen.

Stap voor stap probeer ik een ontspannen cadans te vinden. Ik merk dat ik minder luister zolang ik vooral let op waar ik mijn voeten neerzet. Na een paar minuten durf ik mijn ogen dicht te doen. Ik blijf stappen en luister naar wat er is. Geronk van een motorboot. Een briesend paard. Mijn schoenzool die over een steen schraapt. Gehamer op een scheepswerf dat steeds dichterbij komt. Overvliegende ganzen. Mijn verstopte neus.

‘Stel je voor welke geluiden er allemaal aan de overkant in die appartementen klinken’, zegt Van der Linde als we even later aan de waterkant zitten. ‘Een baby die huilt, een orgasme, een ruzie. Al die geluidsgolven die tegelijkertijd door de ruimte gaan, op elkaar botsen, zich vermengen en van vorm veranderen. Het is een wereld van geluid waar we doorheen bewegen.’

Ze is even stil. Dan: ‘Er is daarnaast nog zo veel geluid dat we niet kunnen horen. Wat hoort een mier in de grond? Probeer daar eens met je voeten naar te luisteren.’

Het is een verwijzing naar de Sonic Meditations (1971), een sleutelwerk van Oliveros. De verzameling van 24 luisteroefeningen was geïnspireerd door meditatie en de Chinese bewegingsleer Qigong en opgedragen aan de vrouwengroep met wie ze in die jaren aan zelfontwikkeling deed. ‘Muziek is een welkom bijproduct van deze activiteit’, staat in de inleiding. De tekst van Sonic Meditation V luidt: ‘Inheems. Maak ’s nachts een wandeling. Loop zo langzaam dat je voetzolen in oren veranderen.’

Luisteren is politiek

Luisteren bepaalt volgens Oliveros het wezen van een samenleving. Luisteren is politiek. Als queer vrouw in de mannenwereld van de naoorlogse avant-gardemuziek wist ze dat. In een fel opiniestuk in The New York Times riep ze in 1970 mannen op ruimte te maken. De kop luidde: ‘En noem haar niet ‘mevrouw’ de componist.’

Naar het IJ kun je op allerlei manieren luisteren. Met je eigen oren natuurlijk. Maar ook met de oren van bewoners: hoe horen zij het IJ? (Vanuit een woonboot bijvoorbeeld.) Met de oren van de geschiedenis: hoe klonk het hier in de 17de eeuw? (Vanaf de werven waarvan de schepen van de Verenigde Oostindische Compagnie te water gingen.) En met onderwater-oren: hoe klinkt een school vissen? (Via hydrofoons komen de wonderlijkste geluiden door.) Het duo laat het de klankwandelaars ervaren in gezamenlijke luistermomenten en verhalen die ze vertellen.

‘Al die lagen vormen samen een droombeeld van het IJ’, zegt Calderone. ‘Het laat je de plek veel rijker ervaren dan wat je simpelweg met je ogen ziet: een uitdijende stad die het water steeds dichter nadert. Als geluidskunstenaars dragen we bij aan het beeld dat van het IJ bestaat. Luisteren creëert een moment van verbinding, waarop je je er meer bewust van bent wat voor plek dit is.’

Wandelend orkest uit alle richtingen

De blauweregen staat in bloei als Huang Ruo de routes uitstippelt die de bezoekers voor zijn ambitieuze City of Floating Sounds door Amsterdam zullen wandelen. Opgewekt en nieuwsgierig vraagt hij me naar de geschiedenis van bruggen, gebouwen en woonboten – of ik alleen alsjeblieft nog niets wil verklappen over de routes, vraagt hij, zodat de verrassing zo groot mogelijk is.

Vanaf vijf verzamelpunten loopt het publiek in een ruim half uur naar Carré. Het is de bedoeling dat de vele honderden bezoekers onderweg via de speciale City of Floating Sounds-app een opname van één instrumentpartij uit de breed opgezette compositie uit de speaker van hun mobiele telefoon laten schallen. Iemand krijgt bijvoorbeeld de viool, de ander de cello of de klarinet.

Zo stroomt het muziekstuk van Ruo als het ware door de stad, terwijl het zich vermengt met de geluiden van Amsterdam. De voorbijgangers zijn een spontaan publiek van de stadssymfonie: zij horen straks de geluidswolk aankomen en voorbij trekken tot aan Carré, aan de Amstel. Daar voert het Symfonieorkest Vlaanderen het werk vervolgens live uit, met koning Willem-Alexander en koningin Máxima in het publiek.

Percussionist zonder stokken

Als ik de naam van Pauline Oliveros laat vallen, begint Ruo te glimmen. Na zijn opleiding aan het conservatorium van Shanghai studeerde hij eind jaren negentig verder aan Oberlin, het oudste conservatorium van de Verenigde Staten, en daar was zij een van zijn docenten. ‘Ze deed vaak meditatieoefeningen met ons en trad op met haar Deep Listening Band. Ook besprak ze in een muziektijdschrift een stuk van mij, Sound of Hand (1998), voor een percussionist zonder stokken of trommels. De partituur bestaat uit voorgeschreven bewegingen, ook klappen, voor de twee handen.’

Het is ‘een opvallend mooi werk’, schreef Oliveros. Ze had niet alleen oor voor de handen, maar ook voor een zoemend geluid – ‘Ik kon niet bepalen wat het was, maar het was onderdeel van het stuk voor mij’ – en de echo’s van het handgeklap tegen de vloer en muren van de ruimte die ‘de muziek verrijken’. Het uitgebreidst stond ze stil bij een deur achter op het podium die langzaam open en dicht bewoog in de luchtstroom. Het leidde haar niet af, maar maakte ‘het geluid zichtbaar’. Tot iemand de eigenzinnige deur haastig sloot.

De hoop van Ruo is dat je de uitvoering van City of Floating Sounds na de stadswandeling ‘met opener zintuigen’ ervaart dan wanneer je gewoontegetrouw naar een symfonie van Beethoven of Mahler luistert. Aan de ene kant in de afzondering van de concertzaal waar de muziek intenser om je heen golft en tegelijk in het besef dat die concertzaal verbonden is met al het geluid dat mensen, dieren, machines, bomen en planten, de wind en de regen op dat moment in de stad aan het maken zijn.

‘We moeten oefenen met het loslaten van allerlei beperkingen die we onszelf opleggen’, zegt Ruo. ‘Niet alleen de beperkingen van de vier muren om een concertzaal, maar ook beperkingen over muziek die ons met de paplepel zijn ingegoten.’

Klassieke muziek, zegt Ruo, lijdt daar onder. ‘Mensen zijn bang om naar een symfonieorkest te luisteren, omdat ze de instrumenten niet kennen. In de zaal moet het stil zijn en klappen doe je pas aan het eind. Je zou van alles moeten weten: waar Bach voor staat en dat de barok rond 1600 begint op de verder kunstmatige tijdlijn van de geschiedenis. Dit is Duitse muziek, dit is Franse muziek. Alles afgebakend. Zo dreigt luisteren naar muziek een formule te worden.’

Met open oren luisteren houdt in dat je vooroordelen loslaat en oordelen uitstelt – ideeën die de laatste jaren ook een breed publiek hebben bereikt via cursussen yoga en mindfulness. Als dat lukt, denkt Ruo, reiken de gevolgen verder dan de concertzaal.

Het leven indelen in categorieën mag efficiënt zijn. Als je weet wat je lekker vindt en in de supermarkt liggen de groenten bij elkaar en de koffie ook, kun je snel je boodschappenlijst afwerken. Als je denkt dat oliebedrijven, woke-ideologen, asielzoekers of techbro’s alle problemen veroorzaken, hoef je niet verder na te denken. Maar je verliest ook veel. ‘We nemen vaak niet waar wat zich tussen de categorieën bevindt’, zegt Ruo. ‘We hebben niet in de gaten dat daar ruimte is, dat er zo veel verschillende individuen zijn. Als je iets van de frisheid van een kind terughaalt, ervaar je dat er veel meer mogelijkheden zijn in de wereld.’

Stem in je hoofd

De schroom om er belachelijk bij te lopen legde ik verrassend snel af toen Maaike van der Linde voorstelde geblinddoekt de straat op te gaan. De angst om te struikelen ook. Maar de gedachten over wat het allemaal betekende wat me overkwam, die stopten niet zo eenvoudig. Het moest natuurlijk wel een goed verhaal worden. Zodoende luisterde ik soms meer naar de stem in mijn hoofd dan naar alle geluiden om me heen.

‘Je denkt misschien dat musici vanzelf goed luisteren’, zegt Dario Calderone geruststellend. ‘Maar als je in een orkest de maten rust aan het tellen bent om te weten wanneer je weer moet invallen, luister je op dat moment minder naar wat er om je heen gebeurt. Oordeelloos luisteren, zonder betekenis te geven, dat is waar ik naar streef. Zodra je denkt: die noot is een fis of: de hoboïst zet net te laat in, ben je weg van het geluid dat er is.’

Als ik geblinddoekt voorwaarts ga, hoor ik een kind vragen: ‘Wat is dat?’ Niemand antwoordt. Iemand die luistert, herken je ook niet zo makkelijk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next