Home

Opinie: Waarom lijnen trekken juist essentieel kan zijn voor de democratie

Polariseren is niet per definitie slecht. Het hangt ervan af waarover je polariseert, en op welke gronden.

Stel: iemand die je mag vertelt je dat hij heeft gestemd op een partij die de omvolkingstheorie openlijk omarmt, stelselmatig pro-Russische standpunten inneemt en waarvan de ideologie door wetenschappers en journalisten herhaaldelijk als neofascistisch wordt gekwalificeerd. Wat doe je?

Onlangs overkwam mij precies dat. Iemand die ik waardeer en respecteer vertelde me op die partij te stemmen. Ik ging er niet omheen: ik wees op de omvolkingstheorie, op de pro-Russische standpunten, op de kwalificaties van wetenschappers en journalisten, de uitspraken van hun politici en jongerenbeweging. Het gesprek werd ongemakkelijk. De dagen erna voelde ik me er niet goed over. Had ik het moeten laten gaan? Was ik onnodig hard? Misschien had ik beter kunnen zwijgen.

Dat schuldgevoel, dat is precies waar dit stuk over gaat.

Over de auteur

Kevin Konings is voormalig campagnestrateeg van D66 en is als buitenpromovendus verbonden aan de Political Communication Research Unit van de Universiteit Antwerpen. Zijn proefschrift gaat over het hedendaags complotdenken, populisme en overheidsfalen.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De minste weerstand

De meeste mensen kiezen voor de minste weerstand. Ze knikken, of ze veranderen van onderwerp, of ze zeggen iets als: ‘Ik begrijp de frustratie wel, hoor.’ Ze halen de angel eruit. Dat is in polderend Nederland de norm, in vriendschappen, aan eettafels, in de journalistiek en de politiek. Begrip tonen voor de radicaal-rechtse kiezer is intellectueel fatsoen geworden. Hem tegenspreken of confronteren is polariseren. Die norm verdient kritischer onderzoek dan ze doorgaans krijgt.

Over de opmars van radicaal-rechts zijn boeken volgeschreven. Veel van die literatuur heeft een opvallende eigenschap: ze zoekt naar verklaringen die verder liggen dan de meest voor de hand liggende. Mensen stemmen niet op Geert Wilders of Thierry Baudet omdat ze vinden wat ze zeggen te vinden, maar omdat ze boos zijn, omdat de huisartsenpost is gesloten, omdat ze zich niet vertegenwoordigd voelen.

Er zit een kern van waarheid in die analyse. Maar de redenering wordt problematisch wanneer ze structureel wordt ingezet om de meest directe verklaring te vermijden: dat de meeste kiezers daadwerkelijk vinden wat ze zeggen te vinden.

Politicologen Fennema en Van der Brug constateerden zo’n twintig jaar geleden dat de simpelste verklaring voor een stem op een antimigratiepartij – dat mensen tegen migratie zijn – bij vakgenoten vaak wordt genegeerd. Dit komt omdat veel onderzoekers het moeilijk te geloven vinden dat kiezers bewust stemmen op wat zij zelf als racistische of neofascistische partijen beschouwen. Dat is opvallend. De wetenschap die radicaal-rechts succes wil begrijpen, begint met de aanname dat de kiezer zichzelf niet begrijpt.

Wanneer iemand op de Partij voor de Dieren stemt vanwege het klimaatbeleid, zoekt niemand naar de diepere psychologische oorzaak. Dat verschil zegt een boel.

Een politiek die imiteert

Waar de een wegverklaart, imiteert de politiek. De afgelopen jaren heeft de VVD, van oudsher een liberale bestuurspartij, stelselmatig de taal en het frame van radicaal-rechts overgenomen. Asielinstroom naar nul. Retoriek die vluchtelingen reduceert tot bedreiging, in een dossier dat juist rust en bestuurlijke verantwoordelijkheid vraagt.

De redenering achter deze strategie is bekend: je moet de zorgen van kiezers serieus nemen. Maar er is een verschil tussen zorgen serieus nemen en de premissen van radicaal-rechts overnemen. Wie normaal maakt wat niet normaal is, heeft niet de kiezer teruggewonnen: hij heeft de grenzen van het aanvaardbare verschoven.

Wat normalisering concreet betekent

In mei 2026 legde een 18-jarige in Alkmaar de eed af namens Forum voor Democratie. Hij zwoer trouw aan de grondwet die discriminatie verbiedt. Vijf weken later bleek hij online SS-symboliek en white power-gebaren te hebben verspreid. De partij ontkende eerst. Toen het bewijs niet meer weg te redeneren viel, trok het commissielid zich terug. Geen inhoudelijke afstand van de partijleiding, geen verantwoording. Tegelijkertijd sloten VVD, FvD en Mooi Lelystad een coalitieakkoord.

Zo werkt normalisering: niet via één grote doorbraak, maar via een reeks kleine stappen die elk afzonderlijk worden wegverklaard, ontkend of genegeerd. Samen verschuiven ze wat normaal is.

Een lijn trekken

Polariseren is niet per definitie slecht. Het hangt ervan af waarover je polariseert, en op welke gronden. Polariseren op onderbuikgevoel, op desinformatie, op angst die bewust gevoed wordt, dat is destructief. Wie iemand confronteert die op een partij stemt die white power normaliseert, polariseert niet onverantwoord, maar trekt een lijn. En lijnen trekken, zonder de ander te reduceren tot vijand, maar ook zonder de eigen positie weg te moffelen in begrip, is wat een democratie nodig heeft.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next