Terwijl het Kremlin steeds verder gaat in zijn drift om Oekraïne cultureel te vernietigen – de terreurbombardementen in de pinksterweek waren mede gericht op musea, theaters en kerken – opent de buitenwereld juist de deur voor Russische kunstenaars en sporters.
Nadat wat kleinere sportbonden de Russische ballingschap al hadden opgeheven, is de Biënnale het eerste grote podium waarop het Poetinregime mag terugkeren. Volgens directeur Pietrangelo Buttafuoco is Venetië „de plek waar de wereld samenkomt„. Daar zal het niet bij blijven. Voetbalbond FIFA en het Olympisch Comité (IOC) maken eveneens aanstalten Rusland weer in de gelederen op te nemen. Tien tegen één dat voetbalbaas Gianni Infantino op het WK in Amerika iets dergelijks gaat aankondigen. IOC-voorzitter Kirsty Coventry is hem al voorgegaan. Begin mei verwelkomde zij Belarus terug en meldde ze „zeer constructieve uitwisselingen” met Rusland.
Deze culturele rehabilitatie van Rusland dwingt ook Nederlandse cultuurdragers om positie te kiezen: houden ze de deur dicht of gaan ze kool en geit sparen? Rieke Vos, curator van de Nederlandse inzending op de Biënnale, doet het laatste. De deelname van Rusland is volgens haar „een interessante testcase”. „Welke gesprekken wakkert dat aan?”, zei Vos tegen Trouw. „We leven in een tijd waarin we over heel veel dingen snel onze mening vormen en dan stoppen we het in een laatje. Goed of slecht.”
Zulk gekwezel is niet besteed aan Nadja Tolokonnikova. Met punkband Pussy Riot verstoorde ze de ‘preview’ van het Russische paviljoen. Terecht, aldus filoloog Aleksandr Baoenov, omdat vrije kunst in Rusland niet bestaat. Het paviljoen vertegenwoordigt louter „de hedendaagse dictatuur”.
Is een hernieuwde dialoog dus een vorm van collaboratie? Ernst Veen, voormalig directeur van de Hermitage Amsterdam en vanaf 1991 decennia in de weer een „brug” te bouwen naar collega Michail Piotrovski van het gelijknamige kunstpakhuis in Sint-Petersburg, vindt van niet. Het „fundament van de brug” moet worden „gekoesterd voor betere tijden”, schrijft hij in zijn recent verschenen en amper opgemerkte Het verhaal van de Hermitage Amsterdam. Een brug te ver?
„Als een glimlach heeft de Hermitage zich over onze stad uitgespreid. Bekoorlijk als de muze zelf heeft ze zich neergevlijd”, zei Veen in 2009 bij de opening van het hoofdstedelijk filiaal. Anderhalf decennium later is hij iets minder dweperig: „Kunst verbroedert, maar nu even niet”, schrijft hij in zijn boek. Ook Veen ontkomt desondanks niet aan de vraag of Russische cultuurelite daarbij wel een betrouwbare partner is. Hij houdt een slag om de arm. Maar als je zijn boek leest is het overduidelijk dat hij per saldo nog steeds gelooft in de oprechtheid van Piotrovski. Veen ontkent weliswaar niet dat zijn vriend/medebruggenbouwer achter de vernietigingsoorlog van Poetin staat, maar volgens hem meent hij dat niet. Piotrovski wilde slechts zijn tweeduizend onderhorigen in het staatsmuseum beschermen.
Veen citeert hem niet. Jammer, want wat Piotrovski in 2022 beweerde ging verder dan patronage. De Hermitage is niets minder dan een aanvalswapen in de oorlog, aldus Piotrovski. „Als de kanonnen spreken, moeten ook de muzen spreken”, zei hij tegen de Rossiiskaja Gazeta.
Zelfs als Veen gelijk heeft (en de directeur van het Winterpaleis dus slechts een bekwame paling is) rijst toch de vraag: moet dit soort burgemeesters in oorlogstijd de hand worden gereikt? Tijdens de Biënnale zal dat ongetwijfeld worden bediscussieerd, met gewichtige termen als ‘dilemma’ en ‘discours’. Op de keper beschouwd is het echter niet zo ingewikkeld.
Ga te rade bij de Siberische cineast Andrej Zvjagintsev, die vorige week met zijn (wederom verkapt politieke) film Minotaur op het festival in Cannes de Grand Prix won. Zoals veel Russen weet ook hij zich oog in oog met Oekraïners niet goed raad met de collectieve verantwoordelijkheid van Rusland. Maar bij de prijsuitreiking eiste hij, zonder het bij Russische intellectuelen gebruikelijke zelfbeklag, wel onomwonden dat de Russische president „de gehaktmolen” stopt.
Toen ik Zvjagintsev twaalf jaar geleden in Moskou sprak over zijn film Leviathan en hem vroeg naar zijn engagement, zei hij: „[…] je spreekt de waarheid of je zwijgt. Want het is beter om te zwijgen dan onwaarheid te spreken.” Zijn boodschap geldt nog steeds. Het geeft geen pas om te verbroederen met kunstenaars en sporthelden in Rusland die huichelen.