Het Noord-Hollandse Statenlid Ronald van Tiggelen (PVV) wordt verdacht van het aanrijden van een activist van Extinction Rebellion (XR) in 2025. Nadat de 67-jarige demonstrant op zijn motorkap belandde, zou hij zijn doorgereden. Hij ontkent haar te hebben gezien.
is verslaggever bij de Volkskrant en schrijft over polarisatie en radicalisering.
Nee, geeft PVV-Statenlid Ronald van Tiggelen (74) toe: ‘Blij word ik nooit van deze mensen.’ En ja, toen hij in maart vorig jaar een groepje demonstranten van Extinction Rebellion met een spandoek voor de parkeergarage van het provinciehuis in Noord-Holland zag staan, bekroop hem onmiddellijk de irritatie: ‘Ik dacht: daar heb je ze weer.’ Maar dat hij welbewust met zijn auto op een van de demonstranten is ingereden, die suggestie werpt hij verre van zich. Hij noemt het een ‘rare verdenking’.
Toch is dat precies wat Van Tiggelen, klimaatwoordvoerder voor zijn fractie, deze ochtend in de rechtbank van het Justitieel Complex Schiphol ten laste wordt gelegd. De officier van justitie verwijt hem bovendien dat hij na de aanrijding, waarbij een 67-jarige vrouw op zijn motorkap belandde en een hersenschudding opliep, is doorgereden. Ze eist daarom een werkstraf van 180 uur, een maand voorwaardelijke celstraf en een rijontzegging van 12 maanden.
Van Tiggelen houdt vol dat hij het slachtoffer niet heeft gezien, toen hij zijn rode Audi de parkeergarage indraaide, op weg naar een fractievergadering. Het spandoek waarachter zij stond, gericht tegen Tata Steel in IJmuiden, zou hem het zicht hebben ontnomen. ‘Ik kán haar niet hebben gezien’, redeneert de besnorde PVV’er. ‘Anders was ik wel gestopt. Dat lijkt me logisch.’
Camerabeelden van het incident die in de rechtszaal worden vertoond, lijken een ander verhaal te vertellen. Eén van de rechters zegt dan ook dat hij het ‘moeilijk kan geloven’ dat Van Tiggelen de vrouw niet heeft heeft opmerkt. ‘Dat is uw probleem’, reageert het Statenlid. Het is niet de laatste keer tijdens de zitting dat hij zijn ergernis over de rechtszaak laat blijken. ‘Nou wordt er wéér iets in mijn mond gelegd’, foetert hij op enig moment. Iets later: ‘Misschien moet ik nóg een keer boos worden.’ Weer iets later: ‘Ik ben niet van plan me een oor te laten aannaaien.’
De PVV’er heeft geen hoge pet op van de Nederlandse rechtspraak, zo blijkt uit verschillende van zijn uitlatingen op X. ‘Activisten regeren dit land, desnoods via een Dram66-rechter’, schreef hij bijvoorbeeld. ‘Kafka & Orwell waren vergeleken daarmee klein bier.’
Van klimaatactivisten moet hij nog minder hebben. Van Tiggelen meent dat de zorgen over klimaatverandering een vorm van ‘massahysterie’ zijn. Klimaatbeleid vindt hij ‘pure oplichterij’. Naar eigen zeggen is hij vanwege zijn opvattingen meermaals door klimaatdemonstranten belaagd.
De vrouw die hij aanreed, vandaag in de rechtszaal aanwezig in een lange jas met ananasmotief en een grote kralenketting, belichaamt zo ongeveer alles wat hij veracht. ‘Activist, pacifist en boeddhist tot in de kist’, noemt zij zichzelf. Enkele jaren geleden zat ze met ontblote borsten op een spoorlijn om te voorkomen dat er een kolentrein zou rijden.
Met enige verbeeldingskracht zou wat haar vorig jaar voor de parkeergarage is overkomen kunnen worden getypeerd als een ultiem symbool van de polarisatie in Nederland. Het is een al te letterlijke clash tussen twee partijen met gepantserde standpunten over hoe het verder moet met de planeet.
Zelf spreekt het slachtoffer in haar verklaring tegen het eind van de zitting liever van een ‘krankzinnige vorm van eigenrichting’. Ze spreekt er schande van dat uitgerekend een volksvertegenwoordiger op deze manier het demonstratierecht ondermijnde. Ook stelt ze dat dit soort acties het gevolg is van de ‘opruiende taal’ die sommige politici en televisiecommentatoren over klimaatactivisten bezigen.
Van Tiggelen lijkt er niet van onder de indruk. Tijdens de verklaring zit hij opzichtig met zijn ogen te rollen en te geeuwen. Als íémand slachtoffer is in deze zaak, is hij het, zegt hij herhaaldelijk tegen de rechter. Tenslotte moest hij door de verdenkingen aan zijn adres zijn vorige functie als fractievoorzitter van PVV Zandvoort opgeven van Geert Wilders.
En eerlijk gezegd gelooft hij er niets van dat het slachtoffer toevallig voor zijn auto stond. ‘Wat heeft hier nou eigenlijk plaatsgevonden?’, vraagt hij zich hardop af. ‘Als ik het moet voorzeggen: dit was een bewussie.’
De rechter doet op 11 juni uitspraak.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant