‘Waar is de ketchup?’ ‘Die staat recht voor je neus, schat.’ Waarom kunnen sommige mensen niets vinden? De redactie is benieuwd naar uw ervaringen en hoe u omgaat met de zoek-incompetentie van uzelf dan wel uw huisgenoten.
schrijft voor de Volkskrant over praktische kwesties uit het dagelijks leven en (duurzaam) reizen.
Het is een scène die zich dagelijks in duizenden Nederlandse huishoudens afspeelt. Persoon A staat radeloos voor een geopende la of kast en roept: ‘We hebben geen vuilniszakken/wc-papier/mosterd meer!’ Persoon B loopt de keuken in, reikt langs de schouder van persoon A en pakt, zonder ook maar een seconde te hoeven zoeken, het ‘vermiste object’ dat eigenlijk toch wel vrij pontificaal in het zicht lag.
Hoe kan het dat de een een feilloos beeld in zijn hoofd heeft van waar alles ligt, terwijl de ander ‘kijkt met zijn neus’? Is het een gebrek aan motivatie, een biologische beperking, of simpelweg een kwestie van verkeerd ingestelde filters in ons brein?
Wetenschappers noemen het fenomeen waarbij je over een object heen kijkt dat recht voor je neus staat inattentional blindness, oftewel onaandachtigheidsblindheid. Hierbij ‘zie’ je iets fysiek wel, maar registreert je brein het niet omdat je aandacht simpelweg ergens anders op staat afgesteld. Het bekendste voorbeeld hiervan is het beroemde gorilla-experiment uit 1999. Daarin bleken proefpersonen zo gefocust op hun opdracht – het tellen van het aantal keer dat een basketbal werd overgegooid – dat de helft van hen een persoon in een gorillapak die door het beeld liep totaal niet opmerkte.
‘We kunnen niet alles wat onze ogen zien ook daadwerkelijk waarnemen. Aandacht is in feite onze filter voor welke visuele prikkel ons brein registreert’, legt Stefan van der Stigchel uit, hoogleraar cognitieve psychologie aan de Universiteit Utrecht en auteur van Beter leren kijken.
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Volgens Manon Mulckhuyse, cognitief psycholoog aan de Universiteit Leiden, wordt onze aandacht gestuurd door een complexe interne hiërarchie. ‘Alle signalen uit de omgeving komen samen in wat we een priority map noemen’, vertelt ze. ‘Je hersenen geven gewicht aan objecten op basis van bijvoorbeeld opvallendheid, maar ook op basis van je eigen geschiedenis met dat object. Aandacht is in feite een competitie tussen verschillende signalen. En die competitie wordt niet voor iedereen op dezelfde manier beslecht.’
Online, op platforms als Reddit en Instagram, wordt dit fenomeen vaak gekscherend ‘man eyes’ of ‘refrigerator blindness’ genoemd. De frustratie over partners (of kinderen) die nog geen pak melk kunnen vinden als ze erover struikelen, is universeel. ‘Mijn man ziet het in zijn hoofd op een bepaalde plek, en als het daar niet staat, dan ziet hij het niet meer’, schrijft iemand op Reddit.
Een vrouw op Instagram plaatst een gekscherend filmpje waarbij ze na een ruzie met haar man wraak neemt door al zijn spullen te verstoppen. Vervolgens zie je hoe ze zijn sloffen één etage lager in het schoenenrek zet en de afstandsbediening 10 centimeter naar rechts verplaatst. Iemand reageert: ‘Zijn we allemaal met dezelfde man getrouwd?’
Bij deze bijdragen valt regelmatig de term ‘weaponized incompetence’: het onbewust (of bewust) slecht zoeken omdat je weet dat je partner het uiteindelijk toch wel pakt. Het brein kiest de weg van de minste weerstand. Waarom zou je cognitieve arbeid verrichten als een simpele noodkreet richting de woonkamer binnen drie seconden resultaat oplevert?
De vraag hierbij is: houdt de persoon die altijd alles weet te vinden het probleem niet in stand? Volgens Van der Stigchel kun je observeren leren. ‘Je kunt grotendeels sturen waar je je aandacht op richt. Dit kun je trainen, maar daar komt wel enige motivatie bij kijken.’ Als je het dus zelf niet belangrijk vindt hoe het huishouden wordt georganiseerd en waar wat ligt, dan wordt het nooit wat.
Op sociale media zie je allerlei creatieve oplossingen voorbijkomen om de slechte zoeker een handje te helpen in het ontwikkelen van betere zoekvaardigheden. Sommige ouders hanteren een streng regime: ‘Als mijn kind mijn hulp inschakelt om iets te vinden en ik vind het in minder dan tien seconden, dan moet er een extra klusje worden gedaan.’
Andere huishoudens werken met een ‘zoekboete’. Elke keer dat de vinder het object direct aanwijst terwijl de zoeker al minutenlang met de handen in het haar staat, moet er een euro in de pot. Het gerucht gaat dat deze potten in sommige gezinnen sneller volstromen dan de spaarvarkens van de kinderen.
In juni verschijnt in de krant een uitgebreid artikel waarin we de diepte in gaan: wat doet stress met onze zoekvisie? Is het ontwikkelen van een visuele expertise in het huishouden gendergerelateerd? En hoe doorbreken we deze patronen? Maar voor het zover is, hebben we uw hulp nodig. Wij zijn op zoek naar de praktijkverhalen achter de wetenschap.
Wat zijn uw meest herkenbare, lachwekkende of frustrerende voorbeelden van zoek-incompetentie?
Heeft u creatieve oplossingen of ‘straffen’ gevonden om te voorkomen dat het een dagelijkse bron van irritatie wordt?
Of voor de notoire niet-vinders: wat gebeurt er in uw hoofd als u voor die kast staat? Is het een oprechte blinde vlek, of stiekem toch een beetje gemakzucht?
Uw reacties worden voorgelegd aan wetenschappers, onder wie Stefan van der Stigchel en Manon Mulckhuyse, om te zien of we ons brein kunnen trainen om voortaan sneller de weg naar de ketchup te vinden.
Laat het ons weten! Stuur uw ervaringen, anekdotes en oplossingen (max. 200 woorden) voor 2 juni naar beterleven@volkskrant.nl onder vermelding van ‘Zoek-incompetentie’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant