Home

Minister Heerma brandt zich voorlopig niet aan aanpassen verdeelsleutel gemeentefonds

De verdeelsleutel voor het gemeentefonds gaat voorlopig toch niet op de schop. Na flinke kritiek van de gemeenten en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) wil minister van Binnenlandse Zaken Pieter Heerma eerst meer onderzoek laten doen.

is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.

Het gemeentefonds beschikt over 47 miljard euro. De vraag is hoe die enorme pot geld moet worden verdeeld. Daarover breken opeenvolgende ministers, adviesraden en belangenorganisaties zich al jaren het hoofd. Alle discussies over zwembaden die met sluiting worden bedreigd en tekorten op de jeugdzorg slaan er bovendien op terug.

Gemeenten zijn voor hun inkomsten in grote mate afhankelijk van Den Haag. De afgelopen vijf jaar nam dat nog eens toe, van 62 tot 72 procent van hun budget. Het grootste deel daarvan komt uit het gemeentefonds (54 procent). Lokale belastingen (zoals de onroerendezaakbelasting op huizen en panden) en inkomsten uit bijvoorbeeld parkeertarieven zijn er een schijntje bij.

Maar hoe het Rijk die pot moet verdelen, is een uiterst complexe onderneming. Het streven is gemeenten een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven. Voor het voorzieningenniveau in een gemeente mag het niet uitmaken waar die ligt, hoe groot die is en wie er wonen.

Verdeelsleutel ingewikkeld

Dat klinkt simpel, maar is in de praktijk razend ingewikkeld. Er zijn ruim zestig ‘maatstaven’ (met ook nog eens verschillende gewichten) waar rekening mee wordt gehouden. Bijvoorbeeld de gemiddelde huizenprijs (WOZ-waarde), omdat Bloemendaal met zijn villa’s nu eenmaal meer belasting kan heffen dan Pekela. Maar er wordt ook rekening gehouden met de gesteldheid van de ondergrond. Gemeenten met een slappe bodem maken meer kosten voor het repareren van de riolering.

Mede doordat gemeenten er allerlei (zorg)verantwoordelijkheden bij hebben gekregen, sloeg de verdeling uit het lood. Daarom wordt er al sinds 2021 over aanpassing van de verdeelsleutel nagedacht. Vanaf 2023 werd een geleidelijke overgang afgesproken. De planning was vanaf 2027 verdere stappen te zetten.

Maar daar kwam veel kritiek op. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) vond de voorstellen niet goed genoeg. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vreesde grote financiële onduidelijkheid.

Verdeeldheid gemeenten groot

De onderlinge verdeeldheid is groot. Een groep van 42 gemeenten (van Assen tot Zoetermeer) waarschuwde de minister onlangs. Volgens hen was het ‘volledig ongewis wat een nieuw, verbeterd verdeelmodel exact voor gemeenten gaat betekenen’.

Vijftien burgemeesters van grotere steden buiten de randstad, zoals Groningen en Maastricht, hadden de minister juist weer gemaand door te pakken. Zij schieten er naar eigen zeggen in het huidige systeem voor miljoenen bij in.

Toch besluit minister Heerma nu de aangekondigde aanpassingen voor de komende twee jaar te bevriezen. Hij erkent ‘dat de beoogde richting van de totale herverdeling door de voorstellen ongewis is geworden’.

De ‘ingroeipaden’, ‘kostendata’ en ‘uitkeringsfactoren’ even terzijde gelaten, komt het erop neer dat volgens hem beter onderzocht moet worden hoe wijzigingen uitpakken. ‘We zijn er nog niet en zullen ook de komende twee jaar hard nodig hebben om het verdeelmodel verder te verbeteren’, aldus Heerma.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next