is kunstredacteur van de Volkskrant.
Als we in de Volkskrant over een kunstenaar schrijven, vermelden we meestal diens nationaliteit en leeftijd. Waarom eigenlijk?
Charl Landvreugd, hoofd onderzoek en ‘curatorial practice’ bij het Stedelijk Museum in Amsterdam, zette me hierover aan het denken. In een interview in NRC vertelde hij vorige maand dat er in zijn museum veel is gepraat over de vraag of je wel of niet iemands afkomst moet vermelden. ‘Omdat je met een andere blik naar een werk kijkt als je eerst leest dat iemand uit Ghana of Nederland komt. Mede doordat we dat nu bij iedereen weglaten, hebben we veranderd hoe de bezoeker de kunst tot zich neemt.’
Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Els de Grefte, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof of Anna van Leeuwen stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
In een interview bij NPO Radio 1 lichtte Landvreugd dit besluit toe: ‘Hoe je mensen determineert, heeft ook invloed op hoe mensen het werk aanschouwen.’ De tentoonstellingsbezoeker las nu ‘alleen nog maar een naam’. Behoorlijk drastisch, leek me dat. Ik was benieuwd hoe dat uitpakte.
Eerst nog even over de Volkskrant. Waarom schreef ik recentelijk over ‘de Keniaans-Amerikaanse kunstenaar Wangechi Mutu (53)’? Ik wil de lezer daarmee informeren, context bieden, ook bijvoorbeeld over de internationale aard van de tentoonstelling waaraan Mutu deelnam. Kunstenaars maken trouwens weleens bezwaar tegen de vermelding van hun leeftijd. Daarin ben ik principieel: we maken een krant, niet alles wat we opschrijven is vleiend.
Hoe belangrijk de culturele inkadering van een kunstenaar kan zijn, zag ik onlangs in de mooie (net afgelopen) tentoonstelling over Jan Toorop in Singer Laren. Die beloofde een ‘nieuw perspectief’ te bieden. Volgens de zaaltekst gebeurde dat ‘in de eerste plaats door Toorop zijn deels Javaanse en Chinese identiteit terug te geven’. Daar was vroeger te weinig oog voor, stelt het museum. De ingreep in het Stedelijk lijkt hier haaks op te staan.
Dus ik toog naar het Stedelijk om te zien hoe dat werkt met ‘alleen een naam’. De eerste zaaltekst die ik zag, verraste me: ‘De afgelopen twintig jaar is de in Vietnam geboren Deense kunstenaar Danh Vo (1975) geprezen om…’ Elders las ik op titelbordjes dat Etel Adnan uit Libanon komt, dat Martin Saldaña in Mexico opgroeide en Igshaan Adams uit Zuid-Afrika komt. Waar bijvoorbeeld Marlow Moss of Willem de Kooning is geboren, wordt niet vermeld.
Hoe zit dat, is het nieuwe beleid nog niet doorgevoerd? Ik doe navraag bij het museum en begrijp dat het niet om nieuw beleid gaat. Al vijf jaar staat op titelbordjes geen locatie meer bij het geboorte- en (eventueel) sterfjaar. Een woordvoerder van het museum verduidelijkt: ‘De afkomst benoemen we alleen als we die heel functioneel voor het begrip van het werk vinden.’
Hier wringt het, want wie bepaalt dat? Is het toeval dat ik vooral bij kunstenaars met een niet-westerse afkomst verwijzingen naar hun geboorteland zag? Culturele achtergrond speelt volgens mij altijd een rol, bijvoorbeeld in de keuze van materiaal, onderwerp en beeldtaal. Als Piet Mondriaan niet in Nederland was geboren, was hij zich mogelijk in andere technieken dan schilderkunst gaan bekwamen.
Uit voorzorg tegen mogelijke vooroordelen museumbezoekers informatie onthouden lijkt me geen oplossing. Al helemaal niet als het leidt tot scheefgroei. Kortom: misschien is het tijd voor een evaluatie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant