Het geluid in een film registreer je zelden bewust, maar het is bepalend voor de kijkervaring. Johnnie Burn, een van de beste geluidsontwerpers van de hedendaagse cinema, kon zich uitleven in misdaaddrama ‘Tuner’, een film die draait om geluid.
schrijft voor de Volkskrant over film, met speciale aandacht voor filmmuziek en horror.
Hij verstopte een in versritmes fluitende vogel in de bossen van Hamnet. Hij liet de wind zuiver harmonisch waaien door Under the Skin en zorgde dat de bijen uit Bugonia zoemen in een zinderend B-akkoord. Als iemand weet hoe hij de geluidsdimensie van films kan vormgeven alsof het muziek betreft, dan is het geluidsontwerper Johnnie Burn.
Burn (56) geldt als een van de beste en inventiefste sounddesigners van de hedendaagse cinema. Als een ware toonmeester opereert hij in de meest uiteenlopende genres, van Poor Things tot 28 Years Later.
Nu heeft hij in Tuner van regisseur Daniel Roher voor het eerst het geluid van een misdaaddrama verzorgd. In de filmgeschiedenis zijn al heel wat kluizen gekraakt, maar zelden klonk dat zo subtiel en expressief als hier. Burn: ‘De kluisgeluiden moesten een zekere vreugde uitdrukken.’
Het Zoom-gesprek met Burn zal gaandeweg uitmonden in een kleine ontleedsessie van die specifieke kluiskraakscènes. Sowieso is het een groot plezier om met Burn over filmgeluid te praten. In de meeste films lijkt het geluid, anders dan de filmmuziek, er gewoon te ‘zijn’ – alsof het ter plekke is opgenomen, zonder verdere ingrepen. ‘Juist dat maakt sounddesign zo’n krachtig, subtiel manipulerend middel’, zegt Burn.
‘Stel je een scène voor rond twee mensen die in de keuken staan te praten. Ik kan er als geluidsontwerper voor kiezen om de brom van de afwasmachine hoorbaar te maken, en die te laten resoneren met de koelkast. Ik kan ze samen een akkoord laten vormen dat geluk of verdriet uitdrukt. Zoiets heeft onmiddellijk effect op je interpretatie van de scène, maar dan zonder dat je het bewust merkt.’
In de schaduw van de beelden en de muziek, dat is waar Burn doorgaans werkt. Daarom voelt hij zich sterk aangetrokken tot films waarin het geluid op de voorgrond staat. In 2024 kreeg hij een Oscar voor het geluidsontwerp van Jonathan Glazers Holocaustdrama The Zone of Interest, waarin de hel van Auschwitz nooit wordt getoond, maar des te hoorbaarder is.
Terwijl de camera door de weelderige tuin van kampcommandant Höss glijdt, vult de soundtrack zich met een apocalyptisch weefsel van schoten, gedreun en gesmoorde schreeuwen. ‘De geluiden van The Zone of Interest vertellen een heel ander verhaal dan de beelden’, vertelt Burn vanuit zijn studio in Brighton. ‘De film maakte daarmee heel duidelijk hoe krachtig en sturend filmgeluid kan zijn.’
Om dezelfde reden zegde Burn meteen toe toen hij voor Tuner werd gevraagd. Centraal in dit romantische misdaadavontuur staat twintiger Niki (Leo Woodall), die met mentor Harry (Dustin Hoffman) een New Yorks pianostemmersduo vormt. Door een ongeluk is Niki hypergevoelig voor omgevingsgeluid.
Vanwege zijn extreem fijnzinnige gehoor wordt hij door criminelen ingeschakeld voor het openen van kluizen, terwijl hij óók nog iets moois krijgt met muziekstudent Ruthie (Havana Rose Liu). Dankzij al die ingrediënten is Tuner een film die je minstens zo geconcentreerd doet luisteren als kijken.
‘Ik raak bij zo’n onderwerp echt enthousiast’, aldus Burn. ‘En dan ook omdat ik het geluid moest vormgeven vanuit Niki’s waarneming: het was cruciaal dat het sounddesign van Tuner microscopisch gedetailleerd zou zijn, zodat je als toeschouwer de wereld hoort zoals Niki die ervaart.’
De momenten waarop Niki wordt overspoeld door het lawaai van de buitenwereld, voelen ook voor de toeschouwer als een akoestische aanval. ‘Niki zegt in Tuner dat hij allergisch is voor ongecontroleerde akoestische omgevingen. Die allergie wil ik bijna fysiek overbrengen op het publiek. Maar dan wel precies gedoseerd, met maximale akoestische controle’, zegt Burn. ‘Hoe nadrukkelijk maak ik het geluid van die bladblazers? Hoe hard laat ik die gastoeter door de speakers tetteren?’
En dan dus de voortreffelijk gecomponeerde kraakscènes, waarin Niki zijn oor te luisteren legt tegen de wand van de kluis die hij open moet krijgen: al draaiend aan het slot speurt hij naar de juiste klik. Het ratelritme van het draaislot gaat fraai samen met de grondtonen van metaal dat over metaal schuift.
Wanneer alle tandwieltjes eindelijk in elkaar grijpen, komt Burn met een hoge ‘ping’: de kluis als muziekinstrument dat zijn mooiste klank pas prijsgeeft als-ie openspringt.
‘De meeste geluiden voor deze scènes heb ik opgenomen met contactmicrofoons in een voormalige bank waar nog allerlei kluizen stonden’, zegt Burn. ‘Ik kreeg een doos vol sloten en mechanieken mee naar huis, zodat ik de geluiden in mijn studio kon vastleggen en bewerken.’
De afwisselend bonkige, gruizige en ratelende klanken die Burn op die manier genereerde, vormen samen een fascinerende soundscape die de spanning van de onderneming tot in de finesses voelbaar maakt. ‘Dat is de kern van mijn aanpak: ik neem authentieke klanken als basis en kijk hoe ik ze kan inzetten op een filmische, expressieve manier.’
Wat betreft die ‘ping’ als de kluis opengaat: natuurlijk maakt in het echt geen enkele kluis zo’n loepzuivere, muzikale klank. Wat Burn je op dat moment wil laten horen in Tuner, is het geluksgevoel dat het openen van de kluis in Niki teweegbrengt.
‘Ik maakte die ping door in mijn keuken met een lepel op een stuk metaal te slaan. Vervolgens mixte ik er een lange nagalm bij die voor mij bevrijding en plezier symboliseert.’
Ingenieus is ook hoe het sounddesign van Tuner samengaat met de muziek die Will Bates voor de film componeerde.
‘Dat doe ik op het ene moment door genoeg akoestische ruimte te laten voor de muziek of de dialoog, en op het andere door met mijn geluiden voort te borduren op het emotionele effect van de muziek’, zegt Burn. ‘Zodoende wordt de soundtrack van de film één geheel, waarbij het onderscheid tussen muziek en geluid geregeld verdwijnt.’
Dat laatste bereikt Burn ook door het ritme en de toonhoogte van zijn geluiden aan die van de muziek aan te passen. ‘Passerende auto’s en vliegtuigen, ik breng ze in Tuner letterlijk in harmonie met Wills score. Ik zoek altijd naar de muzikaliteit van de dingen. Om nog één keer op die ping van de openspringende kluis terug te komen: ik heb die klank op zo’n manier aangepast en ingebed in de score dat het feitelijk de hoogste noot wordt, boven op het slotakkoord van de muziek.’
Typisch zo’n detail dat je als toeschouwer niet bewust registreert, maar dat wel echt voelt. ‘Dat betekent dat ik mijn werk goed doe’, aldus Burn. ‘Ik moet nu denken aan wat mijn moeder ooit zei: ‘Hoezo doe jij het geluid van films? Ze klinken toch prima zo?’’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant