Home

‘Palestijnen in Gaza willen weg van de plek waar hun kinderen door ratten worden aangevreten’

Bestand of niet, Palestijnen in Gaza worstelen nog altijd om te overleven, zegt Jonathan Veitch, speciaal gezant voor Unicef. ‘Er is niets waarmee we het leven voor hen beter kunnen maken – zelfs drinkwater is schaars. En ’s nachts komen de ratten.’

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.

Als mensen proberen te slapen, zijn ze het ergst: de ratten die zich in Gaza al twee jaar lang hebben kunnen volvreten aan de lichamen die onder het puin liggen. Ze zijn een plaag geworden in de tentenkampen van de overlevenden.

‘Kinderen worden ’s nachts wakker omdat de ratten in hun gezichten bijten’, vertelt Jonathan Veitch, de speciale gezant voor Unicef in de Palestijnse gebieden. ‘Ze komen hun tenten binnen, ruiken een lichaam en beginnen te knagen. Het is zo erg dat ouders wakker blijven om hun kinderen te beschermen. En omdat het vrijwel onmogelijk is deze plaag te bestrijden, houden we ons hart vast voor wat er nog gaat komen als het zomer wordt.’

De 57-jarige Veitch, die in Oost-Jeruzalem woont maar elke maand in Gaza komt, vertelt over de eindeloze rijen tenten waar al die ontheemden opeengepakt proberen te overleven. Ongezuiverd rioolwater stroomt tussen de bouwsels door en het ongedierte krioelt bij de enorme afvalbergen die maar blijven groeien, omdat het vuilnis van twee miljoen mensen nergens naartoe kan en dus bij de tenten blijft liggen.

Zien jullie welke gezondheidsproblemen dat oplevert?

‘Zeker. Die ratten veroorzaken niet alleen wonden die kunnen gaan ontsteken, ze dragen ook virus- en infectieziekten over waar met name jonge kinderen vatbaar voor zijn. Dat risico is groot omdat die ratten het weinige voedsel aanvreten dat mensen in hun tent bewaren. Honger is nog steeds een groot probleem in Gaza, en iemand die met moeite een handje bloem heeft kunnen bemachtigen, gooit dat echt niet weg als er ’s nachts ongedierte aan heeft gezeten. Maar bijvoorbeeld ook de laatste spullen die deze mensen nog hebben, hun kleding en hun dekens, worden aangevreten.’

Wat kunnen jullie of andere hulporganisaties hiertegen doen?

‘Te weinig. Er is een grootschalige campagne nodig om het afval en het puin in Gaza aan te pakken, maar we krijgen het materiaal niet binnen – dat wordt door Israël tegengehouden, omdat het volgens hen door Hamas kan worden gestolen en gebruikt voor militaire doeleinden. Om een voorbeeld van de willekeur te geven: ook schoolboeken en pennen staan op de lijst van producten die niet naar binnen mogen omdat ze ‘misbruikt’ kunnen worden door Hamas.

‘Daarnaast zijn de vuilnisbelten waar al het afval vroeger naartoe werd gebracht onbereikbaar, omdat die zich bevinden in het gebied dat Israël bezet houdt. En alles in Gaza is vernield, dus ook de leidingen en de zuiveringsinstallaties. We doen wat we kunnen om het management van het afvalwater en rioolwater te steunen, maar onder deze omstandigheden zijn onze mogelijkheden helaas beperkt.’

Sinds de oorlog in Gaza woedt, heeft Israël talloze hulporganisaties de toegang tot het gebied ontzegd. De speciale VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen UNRWA bijvoorbeeld, is beschuldigd van steun aan Hamas en vervolgens verboden. En onlangs kregen 37 hulporganisaties, waaronder Artsen zonder Grenzen en Oxfam Novib, te horen dat zij niet meer in Gaza mogen werken zolang ze weigeren gedetailleerde gegevens van al hun personeel aan Israël door te spelen.

Unicef, de kinderrechtenorganisatie van de VN, staat nog niet op een zwarte lijst en is een van de belangrijkste spelers als het gaat om voedselhulp voor kinderen, onderwijs en de distributie van schoon drinkwater. ‘We verzorgen het drinkwater voor 1,8 miljoen Palestijnen in Gaza. En sinds het staakt-het-vuren is ingegaan, in oktober, hebben we talloze scholen ingericht waar nu 250 duizend kinderen les krijgen’, vertelt Veitch. ‘Maar alles gaat moeizaam. En er worden door Israël telkens weer nieuwe barrières opgeworpen.’

Zo zijn er allemaal onzichtbare lijnen die dwars door Gaza lopen en het leven aanzienlijk moeilijker maken. De zogeheten Gele Lijn scheidt het gebied waar Palestijnen leven van het terrein dat Israël als bufferzone volledig bezet houdt. Volgens het vredesplan zou Israël zich op termijn uit deze bufferzone moeten terugtrekken, maar vooralsnog wordt de Gele Lijn als keiharde grens bewaakt: zelfs kinderen die hier in de buurt hout komen sprokkelen, worden zonder pardon doodgeschoten. De lijn beweegt bovendien. Sinds het bestand is ingegaan, kruipt de grens steeds dieper Gaza in en houdt Israël dus meer land bezet.

‘En dan is er de Oranje Lijn’, vertelt Veitch. ‘Die ligt nog een stukje dieper binnen Gaza en fungeert als een soort buffer voor de bufferzone. Van hulporganisaties wordt verwacht dat zij elke activiteit die ze voorbij die Oranje Lijn willen uitvoeren van tevoren met Israël coördineren.’

En hoe verloopt dat?

‘Verre van soepel. Zo heb je Al Mansoura in het noorden van Gaza, de belangrijkste plek waar vers water de strook binnenkomt. Wij beheren dit punt en huren tientallen vrachtwagens die hun tanks daar met water vullen, om het daarna onder de bevolking te verspreiden. Op 17 april stapte een van onze chauffeurs uit om zijn tank aan het waterpunt te bevestigen en werd direct neergeschoten. Zijn collega stapte uit om hem te helpen en werd ook vermoord. Twee anderen raakten gewond. De verklaring van het Israëlische leger: de Oranje Lijn was verschoven en het waterpunt bevindt zich sindsdien 35 meter binnen die buffer. Elke beweging – dus elke vrachtwagen die daar komt – moet van tevoren met Israël worden gecoördineerd.’

Is dat haalbaar?

‘Onmogelijk. Het is daar een af en aan rijden van trucks, de hele dag door, en het is niet te doen om elke beweging van tevoren met Israël te overleggen. Sindsdien hebben we dus geen druppel water meer in Al Mansoura kunnen halen en geven we tienduizenden euro’s per dag extra uit aan eigenaren van private veldjes die water uit de grond pompen. Dat is duur, het water is stukken minder zuiver, en er is veel minder van beschikbaar. We hopen dat politieke druk de Israëliërs ertoe beweegt die Oranje Lijn minstens 35 meter terug te schuiven; mensen hebben tenslotte elke dag water nodig om te overleven.’

17 april, de dag dat uw medewerkers werden doodgeschoten, is alweer even geleden. Zijn er sindsdien nog ontwikkelingen?

‘We hebben iedereen geïnformeerd en blijven het overal benadrukken. Meer kunnen we niet doen. Maar je kunt mensen geen schoon drinkwater ontzeggen, daar zal iedereen het toch over eens zijn.’

De aandacht voor Gaza is momenteel duidelijk minder. De blik is gericht op andere brandhaarden in de wereld, zoals Iran. En veel mensen lijken toch te denken: ‘In Gaza is er nu een bestand, het ergste is voorbij.’ Tegelijkertijd waarschuwen hulporganisaties juist dat de humanitaire omstandigheden in het gebied verder verslechteren.

‘Er zijn geen voortdurende bombardementen meer, maar het doden van burgers is zeker niet voorbij. Sinds het bestand op 10 oktober is ingegaan, zijn er zeker 230 kinderen vermoord. Het grootste deel van de Gazastrook, ongeveer 60 procent van het gebied, is bovendien bezet door Israël. Als een Palestijn in dat gebied komt, wordt hij direct doodgeschoten. Mensen kunnen dus niet terugkeren naar hun huizen of naar hun landbouwgrond. En ook de belangrijkste waterpunten, andere dus dan dat in Al Mansoura, bevinden zich in door Israël bezet gebied.

‘Ook al is de ergste hongersnood voorbij, er is nog steeds sprake van ondervoeding. Als er al een appel op de markt verkrijgbaar is, dan kunnen de meeste mensen dat niet betalen. Kinderen staan dagelijks uren in de rij om water of voedsel te krijgen en mogen dan hopen dat ze niet door een volwassene of een sterker kind in elkaar worden geslagen. En wat ik eerder al zei: Israël houdt al het materiaal tegen. Er is dus geen ruimte, niet genoeg voedsel, er zijn geen reserveonderdelen, geen generatoren, geen bouwmateriaal, er is helemaal niets waarmee we het leven van deze mensen kunnen verbeteren.’

Waar zit de hoogste directe nood, waar spreken mensen u het meest op aan als u in Gaza bent?

‘Die lijst is lang. Zodra we bijvoorbeeld een schooltje openen, staan kinderen letterlijk in de rij, zo groot is de behoefte om weer te leren, aan de toekomst te kunnen denken, en een soort van normaal ritme in je dag te krijgen.

‘Maar het eerste wat mensen tegen me zeggen is: ‘Haal me weg uit deze tent! We willen naar huis.’ Of in elk geval weg van die plek waar het water doorheen stroomt zodra het regent, waar het in de winter ijskoud is en in de zomer te heet om normaal adem te kunnen halen. En waar de ratten ’s nachts je slapende kinderen aanvreten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next