Home

Botswana’s succesvolle hiv-aanpak wankelt nu het geld opraakt

Zorgcrisis Botswana gold jarenlang als succesverhaal in de bestrijding van hiv en aids. Maar de ngo’s die kwetsbare groepen bereikten, leunden zwaar op Amerikaanse steun die vorig jaar wegviel. „Botswana verliest de ruggengraat van zijn hiv- en aidsprogramma.”

Kabelo Gwakaba (33), zorgmedewerker bij de kliniek van Men for Health and Gender Justice in Gaborone, neemt bloed af bij een cliënt voor een reguliere hiv-test.

Vanaf de straat is de kliniek van de Botswaanse ngo Men for Health and Gender Justice in de hoofdstad Gaborone nauwelijks te herkennen. De organisatie werkt discreet vanuit een voormalig woonhuis in een buitenwijk om hun klantenkring, voornamelijk leden van de lhbtiq+-gemeenschap, te beschermen. Binnen legt de veertigjarige Kitso zijn arm op een bureau. Met een snelle beweging prikt hulpverlener Kabelo Gwakube in zijn vinger voor een hiv-test. „Het doet altijd een klein beetje pijn”, zegt Kitso, die zich hier al sinds 2018 elke drie maanden laat testen.

Kitso (zijn achternaam is bekend bij NRC maar wordt om privacyredenen niet genoemd) is één van de laatsten voor wie nog een testkit beschikbaar is. De organisatie heeft er maar acht over, vertelt directeur Thatayotlhe Molefe. Normaal ontvangt de kliniek maandelijks honderd nieuwe kits van het ministerie van Volksgezondheid, maar dat kampt met acute geldnood.

„Bij de afgelopen aanvraag vertelde het ministerie ons dat ze geen voorraad meer hebben”, zegt Molefe. De tekorten zijn het gevolg van de economische terugval door de ingezakte diamantmarkt. Botswana, na Rusland ’s werelds grootste diamantproducent, is sterk afhankelijk van de inkomsten uit deze industrie, waarmee het een derde van het gehele overheidsbudget financiert. „Als het ministerie deze week geen kits heeft, kunnen we over een paar dagen niet meer testen.”

Botswana staat in de wereldwijde top vijf van landen met de hoogste hiv-prevalentie – zo’n 15 procent van de volwassenen is hiv-positief – ondanks een veelgeprezen bestrijdingsprogramma. In mei vorig jaar verwierf Botswana als eerste land de gouden status van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor het terugdringen van moeder-op-kind infecties tot minder dan 250 baby’s per 100.000 geboortes. Maar nu het hiv-programma financieel onder druk staat, vrezen ngo’s heropleving van de aidsepidemie.

Noodsituatie in de zorg

De problemen bij de hiv-bestrijding staan niet op zichzelf. De hele gezondheidszorg in Botswana verkeert in crisis door gebrekkige infrastructuur, opgedreven inkoopprijzen en personeelstekorten. Vorige zomer riep president Duma Bokode de noodsituatie in de publieke zorg uit. Cruciale medicatie en pijnstillers waren op, er was onvoldoende werkende apparatuur en medisch personeel en niet-noodzakelijke operaties werden uitgesteld. Ook essentiële middelen voor hiv-preventie – zoals condooms en testkits – raakten op. Antivirale middelen gingen op rantsoen, hiv-patiënten kregen minder doses mee. Hoewel het ministerie ontkent, overleden volgens media meerdere mensen door uitblijvende behandeling.

Botswana’s hiv- en aidsprogramma staat extra onder druk doordat het een jaar geleden zijn belangrijkste donor verloor toen Washington het anti-aidsprogramma PEPFAR beëindigde. Het fonds, dat sinds 2003 meer dan 1 miljard dollar investeerde, was goed voor bijna een derde van de totale kosten van hiv-bestrijding in Botswana.

Thatayotlhe Junior Molefe, directeur van Men for Health and Gender Justice, houdt toezicht op de hiv-testen in de kliniek van de organisatie.

Ngo Men for Health and Gender Justice verloor in één klap 70 procent van zijn inkomsten. Directeur Molefe vertelt hoe de kliniek overeind wordt gehouden met inkomsten uit zijn eigen textieldrukkerij die in hetzelfde pand is gevestigd. „We hebben twee van onze drie klinieken in Botswana moeten sluiten en al onze 35 betaalde werknemers zijn ontslagen. We draaien nu op slechts vijf vrijwilligers, inclusief mezelf”, zegt hij.

Volgens hiv-activiste Cindy Kelemy, voorzitter van de Botswaanse Raad voor Ngo’s (BOCONGO), verliest Botswana „de ruggengraat” van zijn hiv- en aidsprogramma. Ngo’s richten zich voornamelijk op kwetsbare doelgroepen zoals sekswerkers, lhbtiq+-personen en drugsgebruikers. Die zijn voor de reguliere zorg moeilijk te bereiken. „Het merendeel van de ngo’s heeft de activiteiten terug moeten schroeven, vestigingen moeten sluiten of zijn zelfs helemaal gestopt.”

Verwezen naar publieke klinieken

Tot vorig jaar konden cliënten voor PrEP en hiv-remmers terecht bij Men for Health, dat fungeerde als ‘one-stop-shop’ voor zowel preventie, tests en behandeling. Nu het geld op is, worden cliënten naar publieke klinieken verwezen. „Ik voel me kwetsbaar door al die tekorten”, zucht Kitso, die deel uitmaakt van de lhbtiq+-gemeenschap. „Hier vertrouw ik de hulpverleners, maar bij de publieke klinieken voel ik me gestigmatiseerd. Als je daar komt voor bijvoorbeeld het hiv-preventiemiddel PrEP, krijg je direct een stempel op je voorhoofd. Mensen zien je als een losbandige homoseksueel.”

Botswana’s grootste lhbtiq+-organisatie LEGABIBO noemt discriminatie bij overheidsklinieken een serieuze bedreiging voor de gemeenschap. In een in april gepubliceerd onderzoek stelt de belangenorganisatie vast dat publieke zorgverleners weigeren om preventiemiddelen en medicatie te verstrekken aan ongedocumenteerde migranten, lhbtiq+-personen uitlachen en wegpesten. Ze roept de regering en donoren op om de gemeenschap niet aan hun lot over te laten.

Kabelo Gwakaba, zorgmedewerker bij de kliniek van Men for Health and Gender Justice in Gaborone, wacht op de uitslag van een reguliere hiv-test.

Hulpverlener Gwakube kijkt toe terwijl hij Kitso’s bloed op een hiv-teststrip druppelt. Als gezondheidsadviseur begeleidt hij patiënten met hiv. „Het is nu moeilijker om nieuwe hiv-patiënten te overtuigen dat ze een virusremmende behandeling moeten starten. De drempel om naar een publieke kliniek te gaan is voor sommigen te hoog.”

Daar komt bij dat de ngo hiv-patiënten minder goed kan begeleiden sinds de inkrimping. „We zien steeds vaker dat cliënten hun behandeling afbreken”, zegt directeur Molefe. Van slechts 40 procent van de patiënten die onder behandeling stonden, weet hij dat ze zijn doorgestroomd naar klinieken van de overheid. „De overige 60 procent zijn we volledig uit het oog verloren.”

Tijdelijk of geheel stoppen met de behandeling is gevaarlijk, niet alleen krijgt het virus daardoor de kans om het immuunsysteem weg te vreten, ook kan het ervoor zorgen dat de hiv resistent wordt voor de antivirale middelen. UNaids schat in dat de beëindiging van PEPFAR wereldwijd zal leiden tot 4,2 miljoen extra aids-gerelateerde sterfgevallen in vier jaar tijd.

Afhankelijk van twee donoren

Het land is van ver gekomen. In 2001 waarschuwde toenmalig-president Festus Mogae de VN dat Botswana door aids „met uitsterven bedreigd” werd. Aids was destijds oorzaak van 27 procent van alle sterfgevallen. Maar Botswana wist het jaarlijkse aantal doden door aids terug te dringen van 19.000 in 2002 naar 3.900 in 2023, via een hiv-programma dat het voor twee derde zelf financiert.

Internationale donoren, waaronder Frankrijk, Duitsland en Nederland, richten zich vooral op landen met minder uitgebreide hiv-programma’s, zoals Eswatini, Lesotho, Zimbabwe en Mozambique. Daardoor is Botswana’s maatschappelijke middenveld afhankelijk geworden van slechts twee donoren, PEPFAR en het aan de VN gelieerde Global Fund, dat vanaf 2027 wereldwijd 30 procent minder hulpgeld zal verstrekken.

Sinds het stopzetten van PEPFAR en USAID hebben de VS een nieuw hulpbeleid waarbij de nadruk ligt op kleinere bilaterale deals en het ontvangende land zelf een deel van de kosten draagt. Daarnaast eisen de VS toegang tot gezondheidsdata en verwerkt het zakelijke afspraken in de overeenkomst, zoals bijvoorbeeld een grondstoffendeal.

In het geval van Botswana belooft Washington 106 miljoen dollar in drie jaar, op voorwaarde dat Botswana in die periode zelf 381 miljoen dollar extra investeert, bovenop het huidige zorgbudget van omgerekend 665 miljoen dollar. De details van de overeenkomst zijn niet openbaar, maar een diplomatieke bron bevestigt dat de VS vijf jaar lang toegang krijgen tot medische data.

Een beperkte voorraad medische hulpmiddelen bij de kliniek van Men for Health and Gender Justice in Gaborone. Door teruglopende externe steun staan gezondheidsprogramma’s onder druk en wordt toegang tot essentiële zorg onzeker.

Geld niet direct naar ngo’s

Zorgorganisaties en ngo’s noemen de deal onacceptabel en hekelen het gebrek aan transparantie. Batlhalefi Thebe, bestuurslid van verplegersvereniging BONU, vreest voor de privacy van zijn patiënten. Daarnaast plaatst hij vraagtekens bij de timing van de deal, nu Botswana in geldproblemen verkeert. „De VS hebben zo voorwaarden op kunnen leggen die onze gezondheidszorg uitbuiten in plaats van versterken”, concludeert Thebe.

Tot frustratie van de hiv-ngo’s zullen de VS het steungeld overmaken aan de regering en niet direct aan de ngo’s, zoals het geval was bij PEPFAR. De vrees is dat dit geld niet bij de ngo’s terecht zal komen. De VS sluiten sinds januari 2026 maatschappelijke organisaties uit van hun steunfondsen als die zich richten op lhbtiq+-rechten, diversiteit en inclusie. De Global Gag Rule, zoals critici het noemen [omdat het ngo’s de mond zou snoeren]. „Het leeuwendeel van de maatschappelijke organisaties komt dus niet in aanmerking voor deze fondsen. Dat is op zich al een crisis”, zegt Cindy Kelemy.

Men for Health-directeur Molefe heeft zijn hoop inmiddels gevestigd op andere internationale donoren. „Vroeger kregen we hulpgeld van meerdere fondsen, hopelijk zien die in dat we hun steun weer nodig hebben. Of misschien kan Nederland inspringen via het Aidsfonds, dat richt zich op veel landen in zuidelijk Afrika, maar niet op ons.”

Dan klinkt er een zucht van opluchting. Kitso’s hiv-test is negatief. „Het blijft toch altijd een spannend moment”, zegt hij glunderend. Over drie maanden komt hij terug voor een nieuwe test. Tenminste: als deze op voorraad zijn.

Zorg

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next