Home

Alleen met internationale samenwerking is ebola te bestrijden

Congo

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

De ebola-uitbraak in Centraal Afrika waarover de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vorige week alarm sloeg, breidt zich razendsnel uit. Vooral in het slecht toegankelijke oosten van Congo, maar ook over de grens met Oeganda, zijn volgens officiële cijfers al 241 mensen door de uiterst besmettelijke ziekte om het leven gekomen. In een week liep het aantal mensen dat het virus had opgelopen op van 246 tot rond de 1.000. Van de geïnfecteerden sterft 30 tot 50 procent.

In Afrika zijn eerder grote ebola-epidemieën geweest, met immens leed en maatschappelijke ontwrichting tot gevolg. Dat waren in de meeste gevallen uitbraken van de zogenoemde Zaïre-variant van het virus, waar inmiddels een werkend en toegankelijk vaccin voor bestaat. De huidige uitbraak gaat om de zeldzamere Bundibugyo-stam, waarvoor nog geen vaccin bestaat. Kenners zeggen zo’n hoog tempo van verspreiding zelden te hebben meegemaakt. Dat is zorgelijk. Vooral omdat adequatere internationale samenwerking erger had kunnen voorkomen.

Artsen zijn bang dat het virus wellicht al langer rondgaat en dat daardoor meer mensen besmet zijn geraakt dan nu aan de cijfers te zien zou zijn. Ze hollen achter het virus aan, zeggen ze zelf, maar het virus heeft een flinke voorsprong. De berichten vanuit de meest getroffen stad Bunia zijn dramatisch. Beschermende kleding voor hulpverleners en mensen die de doden begraven is er nauwelijks, desinfectiemiddelen ontbreken en afgelopen weekend was er nog slechts capaciteit om enkele tientallen mensen per dag op de ziekte te testen.

Dit gebied in Oost-Congo zucht al zo’n dertig jaar onder grootschalig oorlogsgeweld, armoede en uitbuiting. Maar dat het virus niet vroeger opgemerkt is, heeft ook te maken met westerse bezuinigingen. Vooral de Verenigde Staten hebben zich onder het presidentschap van Donald Trump op onverantwoordelijke wijze teruggetrokken uit vrijwel alle gremia die zich internationaal bezighouden met ziektebestrijding en ziektepreventie. Ook Europese landen zijn door het korten op hulp minder in de regio aanwezig dan voorheen.

Specifiek het opheffen van USAID, het Amerikaanse ontwikkelingshulpagentschap, leidde ertoe dat lokale organisaties in Congo zonder middelen kwamen te zitten én dat in decennia opgebouwde monitornetwerken voor ziektes in korte tijd zijn ingestort. Het tot onlangs toonaangevende Amerikaanse Center for Disease Control (CDC) moest honderden mensen ontslaan, onder wie enkele medewerkers in Congo zelf. De WHO, die nu alle zeilen bijzet om verspreiding van het virus in te dammen, moet het sinds de terugtrekking van de VS met ongeveer een half miljard dollar per jaar minder doen.

Het is kortzichtig om landen met een falende gezondheidszorg niet te helpen. De coronapandemie heeft laten zien dat internationale coördinatie voor een snel om zich heen grijpend virus essentieel is, een zaak van leven of dood zelfs.

Lokale artsen proberen tegenover een wantrouwige bevolking met de beperkte middelen die ze hebben nu hun achterstand op het virus in te lopen. Ze verdienen alle steun, financieel, logistiek en moreel. Het is daarnaast zaak farmaceuten de mogelijkheden te geven snel een vaccin te ontwikkelen voor deze specifieke ebolavariant. Daar zullen de mensen die nu met het virus te maken hebben helaas weinig baat meer van hebben. Maar de voorbereiding op een volgende potentieel verwoestende epidemie begint nu al.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next