Dakloosheid Gezinnen met kinderen die geen dak boven hun hoofd hebben, moeten aan allerlei bureaucratische voorwaarden voldoen om voorrang te krijgen op een huurwoning. Het kabinet moet die hordes wegnemen, vinden Carrie van der Kroon en Nil Șendil.
In rap tempo komen er in Nederland meer gezinnen met (kleine) kinderen op straat te staan. Dat kan zo niet langer, vindt ook de Tweede Kamer, die daarom vorig jaar heeft besloten dat dakloze gezinnen met minderjarige kinderen in het vervolg voorrang op een sociale huurwoning krijgen. Maar door een juridisch achterdeurtje dat nog door het kabinet-Schoof open is gezet, dreigt hier in de praktijk niets van terecht te komen. Het huidige kabinet moet dan ook ingrijpen.
Carrie van der Kroon is directeur van Defence for Children Nederland.
Dakloosheid heeft een enorm effect op kinderen. De stress van ouders die steeds een nieuwe slaapplek moeten zoeken, slaat op hen over. Dakloze kinderen worden van plek naar plek verplaatst, raken telkens opnieuw ontworteld, bouwen moeilijk veilige relaties op, hebben nauwelijks privacy, moeten geregeld van school wisselen en groeien op in voortdurende onzekerheid.
Dit alles schaadt niet alleen de fysieke gezondheid van dakloze kinderen, maar belemmert ook hun emotionele en sociale ontwikkeling. Er ontstaat een achterstand die hen levenslang blijft achtervolgen.
Nil Șendil is coördinator van Dakloosheid Voorbij!.
En het gaat niet om een klein aantal: ongeveer één op de vijf dakloze mensen in Nederland is jonger dan achttien jaar, zo blijkt uit recente tellingen uitgevoerd door het Kansfonds en de Hogeschool Utrecht (het CBS houdt geen cijfers over dakloze kinderen bij). Tot nu toe zijn daarbij 5.500 dakloze kinderen geteld. De tellingen hebben echter nog niet in alle regio’s plaatsgevonden, en daarom valt te verwachten dat het aantal in werkelijkheid fors hoger ligt. Afgaand op de signalen die wij opvangen van de gemeenten en organisaties als het Leger des Heils, kun je bovendien stellen dat het aantal dakloze minderjarigen snel toeneemt.
Veel doet de overheid nog niet voor dakloze kinderen. Zelfs als je met je kind in een garagebox slaapt, krijg je niet vanzelfsprekend met voorrang een sociale huurwoning. Maar vorig jaar gloorde er ineens hoop. De Tweede Kamer nam een amendement aan van Pieter Grinwis (ChristenUnie), dat dakloze gezinnen met minderjarige kinderen het wettelijk recht op urgentie geeft.
Helaas zei toenmalig minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting, BBB) dat ze de werking van het amendement zo veel mogelijk zou gaan beperken. En onder het huidige kabinet is daaraan niets veranderd. Een recent gepubliceerde ambtelijke notitie laat zich lezen als een contract met zoveel kleine lettertjes dat er in de praktijk weinig tot niets van het recht op urgentie overblijft. Als je alle voorwaarden op een rijtje zet, is er bijna niemand meer die eraan voldoet.
Dakloze gezinnen die in aanmerking willen komen voor urgentie, moeten bijvoorbeeld kunnen aantonen dat zij minstens drie jaar wonen in de gemeente waar zij urgentie aanvragen. Vaak is dat een onoverkomelijk struikelblok: wie dakloos is, heeft immers geen vaste woon- of verblijfplaats.
Ook moeten dakloze gezinnen voordat ze voorrang krijgen eerst proberen zelf binnen hun eigen netwerk een huis te vinden. Dit opent niet alleen de deur voor willekeur, maar vormt ook een risico voor vrouwen met kinderen die in een gewelddadige relatie zitten. De maatregel kan ervoor zorgen dat zij langer in hun onveilige situatie blijven, omdat ze geen alternatief hebben.
Precies zulke drempels zorgen ervoor dat kwetsbare gezinnen tussen wal en schip vallen. Zij worden, geheel tegen de geest van het besluit van de Tweede Kamer in, klemgezet tussen bureaucratische regelingen.
In het Nationaal Actieplan Dakloosheid beloofde de overheid een paar jaar geleden dat dakloosheid in 2030 uitgebannen zou zijn. Een eerste stap op weg naar inlossing van deze belofte, is het bieden van een veilige plek en toekomstperspectief aan de meest urgente woningzoekenden: dakloze gezinnen met minderjarige kinderen. Die verantwoordelijkheid volgt ook uit het VN-Kinderrechtenverdrag, dat Nederland verplicht kinderen te beschermen en hun een fatsoenlijke levensstandaard te bieden.
Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting, D66) moet ervoor zorgen dat de rechten van kinderen bovenaan staan. Dakloze gezinnen met kinderen moeten met voorrang aan een woning worden geholpen – zonder bureaucratische belemmeringen.