Biologie Goudjakhalzen zijn aan een opmars bezig vanuit Zuidoost-Europa. De middelgrote hondachtigen gaan wolven uit de weg. Dat vergroot de kans dat ze bewoond gebied opzoeken in regio’s waar ook wolven zijn.
Een huilende goudjakhals.
In Nederland laat hij zich vooralsnog zeer zelden zien: de goudjakhals. Maar als de vermoedens van een internationaal biologenteam kloppen, kan dat wellicht veranderen. Zij becijferen in Nature Ecology & Evolution dat driekwart van Europa zou kunnen dienen als geschikt leefgebied voor de middelgrote roofdiersoort én constateren dat de mens de goudjakhals op weg helpt bij zijn opmars.
Goudjakhalzen (Canis aureus) zijn middelgrote hondachtigen met een gouden glans in hun zandkleurige vacht. Net als de coyotes in Amerika zijn ze net een maatje kleiner dan wolven en als roofdieren bezetten ze de subtop. Of, in biologenjargon: het zijn mesopredatoren in plaats van toppredatoren. Als alleseters jagen ze in de schemering en gedurende de nacht op onder andere muizen, konijnen en insecten, maar ze eten ook vruchten, afval en aas.
Van oudsher komen de goudjakhalzen vooral voor in het zuidoosten van Europa, maar sinds een jaar of twintig zijn ze bezig met een gestage uitbreiding van hun leefgebied: onder andere in Duitsland, Tsjechië en Polen hebben zich nieuwe populaties gevestigd.
Op basis van zeventien jaar aan onderzoeksgegevens (lees: opnames van huilende goudjakhalzen, op 8.991 locaties in dertien Europese landen), probeerden de biologen te achterhalen wat maakt dat een goudhakhals zich ergens wel of niet thuis voelt. Zo ontdekten ze dat kortere periodes van sneeuwbedekking, halfopen bossen en nabijheid van water allemaal gunstig zijn voor de aanwezigheid van de soort. Maar er is daarnaast ook één factor die heel duidelijk zorgt voor de afwezigheid van jakhalzen: de nabijheid van een roedel wolven. Van toppredatoren, kortom. Waar de wolf huilt, houdt de goudjakhals zich gedeisd.
In dat opzicht is het slecht nieuws voor de jakhals dat ook de wolf bezig is aan een gestage opmars in Europa, zou je denken. Maar zo eenduidig ligt dat niet. De goudjakhalzen lijken namelijk te profiteren van een ‘menselijk schild’. Normaal gesproken houdt de soort zich verre van mensen, maar opmerkelijk genoeg duikt de jakhals wél in bewoond gebied op als er ook wolven in de buurt zijn. Die mijden de mens bij voorkeur eveneens, en dus ontstaat er voor de jakhals opeens een aantrekkelijke niche: zonder gevaarlijke toppredator in de buurt, dus mét de kans om zelf als mesopredator te floreren.
In hun publicatie hebben de onderzoekers ook een kaartje van Europa opgenomen waarop ze aangeven hoe waarschijnlijk het is dat de goudjakhals wel of niet in een bepaald gebied opduikt. In Nederland lijkt de kans fiftyfifty: het is geen uitgesproken jakhalsterritorium, maar aantrekkelijk genoeg. Incidentele waarnemingen van goudjakhalzen de afgelopen jaren, in onder meer Groningen en Drenthe, lijken dat beeld te bevestigen.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin