Iran De blokkade van internet in Iran is na 88 dagen grotendeels opgeheven. De economische gevolgen waren groot en Iraniërs zochten omwegen.
Straatbeeld uit Teheran op 24 mei met op de achtergrond een afbeelding van Ayatollah Khomeini
Na 88 dagen online-isolement is Iran sinds dinsdagavond weer verbonden met het internationale internet. Het was de langste nationale internetblokkade in de moderne geschiedenis, aldus internetmonitor Netblocks. De regering van president Masoud Pezeshkian gaf maandag opdracht om het internet te herstellen. Tientallen miljoenen Iraniërs konden eindelijk weer contact opnemen met familie in de diaspora.
Volledig hersteld is de verbinding nog niet. Dinsdagavond was de internetconnectiviteit 86 procent van het normale niveau. WhatsApp is nog steeds beperkt en vereist omzeiling, sommige gebruikers zijn nog offline en de filtering is strenger dan vóór januari. „De situatie is nog verre van normaal”, zegt internetonderzoeker Isik Mater bij de BBC.
Dat merkt ook Masoud (30), een Iraniër die in Nederland woont en met NRC sprak. De verbinding met zijn familie in Iran is hersteld, maar traag — berichten laten soms uren op zich wachten. De eerste berichten die binnenkwamen begonnen met felicitaties voor Nowruz, het Iraanse nieuwjaar dat in maart werd gevierd. „Nowruz mobarak!” Daarna: „Oom, hallo! Hoe gaat het met je?” En ten slotte: „Echt waar, we hadden bijna drie maanden geen internet!”
De blokkade begon op 28 februari, de dag dat de VS en Israël Iran aanvielen. De maand daarvoor was er al zwaar gefilterd internet, na de demonstraties in januari. De maatregel richtte zich specifiek op buitenlandse websites en sociale mediaplatformen als Telegram, X, Instagram en WhatsApp, en liet sporen na in de kwartaalcijfers van Meta, waar het gemiddelde aantal dagelijkse gebruikers daalde van 3,58 naar 3,56 miljard. Meta wees daarvoor onder meer op internetverstoringen in Iran en beperkingen op WhatsApp in Rusland.
Binnen de landsgrenzen bleef internet wel beperkt beschikbaar. Iraniërs konden berichten sturen en bankieren via de Bale-app, Iraanse websites bezoeken via Zarebin, video’s bekijken via Aparat – het Iraanse equivalent van YouTube – en videobellen en online lessen volgen via Skyroom.
Hoe bruikbaar die alternatieven zijn, is de vraag. Uit een onderzoeksrapport van de digitalerechtenorganisatie Filterwatch, die internetcensuur en digitale repressie in Iran monitort, omschrijven gebruikers Aparat als „verouderd en primitief” en Zarebin als nutteloos, „omdat het niet eens verbonden is met Google”.
De officiële redenering van de overheid was dat de afsluiting deel uitmaakte van een strategie om cyberaanvallen en spionage tijdens de oorlog tegen te gaan. Rasool Jalili, lid van de Iraanse Hoge Raad voor Cyberspace, plaatste socialemediaplatformen als Instagram en Telegram zelfs in dezelfde categorie als Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en raketten.
De hervormingsgezinde krant Shargh Daily zag dat anders. In een artikel dat maandag verscheen, betoogde de krant dat de blokkade juist de langetermijnbelangen van de nationale veiligheid schaadde: door de afsluiting wendde de samenleving zich massaal tot VPN’s, virtuele netwerken waarmee gebruikers censuur kunnen omzeilen, en het dark web. Miljoenen Iraniërs deelden bankgegevens, persoonlijke data, locatiegegevens en toegang tot camera en microfoon via anonieme VPN-diensten, enkel om toegang tot internet te krijgen.
Een ander beoogd effect van de blokkade was dat het regime de controle hield over wat de buitenwereld te zien kreeg. Pro-regime-nieuwswebsites berichtten voortdurend over pro-regime-bijeenkomsten. Hoe die zich verhouden tot kritische stemmen in Iran, valt door de afsluiting vanuit andere landen lastig te meten.
De economische gevolgen waren aanzienlijk. De directe kosten liepen in de eerste zestig dagen op tot 4 miljard dollar, berekende Shargh Daily, met dagelijkse verliezen voor internetafhankelijke bedrijven van 30 tot 40 miljoen dollar. „In de digitale economie zijn vertrouwen en stabiele connectiviteit de belangrijkste activa. Wanneer internet onbetrouwbaar wordt, trekken investeerders zich terug, stokt innovatie en neemt de braindrain toe”, schreef de krant.
Meer dan 1,7 miljoen bedrijven opereren via Instagram, waarbij 9 miljoen inkomens afhankelijk zijn van sociale media, zo blijkt uit onderzoek van de nationale zender France24. Kleine ondernemers werden extra hard geraakt. „Veel vrouwen uit kleine steden en dorpen verkochten online producten zoals gedroogd fruit, handgemaakte kleding of voedsel”, zegt Solmaz Eikder van FilterWatch.
Beroepen als SEO-specialist, iemand die websites optimaliseert om hoger in de zoekresultaten van Google te verschijnen, werden vrijwel irrelevant nu de zoekmachine onbereikbaar was. Freelanceontwerpers verloren toegang tot internationale tools als Figma en beeldbanken als Freepik. En in de software-industrie liep Iran een merkbare achterstand op: waar AI-codeerassistenten zoals GitHub Copilot naar eigen zeggen de productiviteit elders met 50 procent verhoogden, hadden Iraanse ontwikkelaars door het onbetrouwbare internet nauwelijks toegang tot die tools.
Voor jonge ondernemers gold hetzelfde. „Het internet, dat een lanceerplatform had moeten worden voor een nieuwe generatie ondernemers, is nu het grootste obstakel geworden voor het opzetten, laten groeien en ontwikkelen van een nieuw bedrijf”, schreef Shargh Daily.
Niet voor iedereen gold de blokkade in gelijke mate. Na het staakt-het-vuren van 8 april introduceerde de overheid ‘Internet Pro’: een premiumabonnement voor bedrijven en professionals, beschikbaar tegen betaling en na identiteitsverificatie. De bedoeling was om verstoringen van economische activiteit te beperken, aldus overheidswoordvoerder Fatemeh Mohajerani. Maar socialemediaplatformen als Instagram, X en YouTube bleven ook met Internet Pro ontoegankelijk, constateert Solmaz Eikder van FilterWatch.
Hoewel Internet Pro bedrijven hielp door te blijven draaien, maakte de maatregel internettoegang tot een privilege, stelde advocaat Mohammad-Hamid Shahrivar, en een duur privilege bovendien: 50 GB kost ongeveer 9,50 euro, terwijl het gemiddelde inkomen in Iran tussen de 206 en 360 euro per maand ligt.
De dienst wordt aangeboden door Hamrah-e Aval, de grootste telecomoperator van het land. Van de aandelen is 90 procent in handen van telecombedrijf TCI, dat gelieerd is aan de Islamitische Revolutionaire Garde – de paramilitaire organisatie die de Iraanse revolutie moet beschermen. Internettoegang werd zo een privilege, en een duur privilege bovendien: 50 GB kost ongeveer 9,50 euro, terwijl het gemiddelde inkomen in Iran tussen de 206 en 360 euro per maand ligt, stelde advocaat Mohammad-Hamid Shahrivar.
Zo ontstonden er twee groepen: een digitale elite met snel internet, en een groep die afhankelijk was van dure, vaak instabiele VPN’s op de zwarte markt. Die kosten tussen de 88 cent en 17,65 dollar per GB, terwijl het minimumloon 48 cent per uur bedraagt. Uit solidariteit met wie Internet Pro niet kon betalen, wezen de 300.000 leden tellende verpleegkundigenunie en verschillende advocatengroepen het gebruik ervan af.