Henry Dimbleby | ontwerper Britse nationale voedselstrategie Kunnen we op elk moment iedereen voeden? Die vraag is voor een eiland mogelijk nog urgenter dan voor Nederland. Henry Dimbleby schreef voor het Verenigd Koninkrijk de nationale voedselstrategie, waar voor Nederland ook lessen bij zitten. „Wat moet er misgaan om een regering omver te krijgen?”
Het was begin februari 2020. Henry Dimbleby zat in het crisiscentrum van de Britse overheid, niemand nam het nieuwe Covid-virus nog echt serieus. „Ik stuurde een berichtje naar de hoogste ambtenaar van het ministerie van Voedsel en Landbouw en vroeg: ‘Als er een lockdown komt, weten we of we dan iedereen kunnen voeden?’ ‘Interessante vraag’, antwoordde ze. ‘Ga ik uitzoeken.’ En even later zei ze: ‘Ik denk het niet.’”
Al snel zat Dimbleby elke dag te vergaderen om de voedselvoorziening in het Verenigd Koninkrijk draaiende te houden. „Citroenen uit Spanje werden ineens voor handgels gebruikt. Op enig moment overwogen de Fransen Het Kanaal te sluiten, dat zou ons in één klap de hongerdood hebben ingejaagd. Het was dus een schok die we nooit hadden voorzien.”
Henry Dimbleby schreef The Plan, als voorzet voor de nationale voedselstrategie voor het Verenigd Koninkrijk. Anders dan in Nederland, dat nog geen eenduidige voedselstrategie heeft, ligt er in het VK nu een aantal kraakheldere rapporten, voor een robuustere voedselvoorziening op de lange termijn en om de bevolking weerbaar te maken tegen acute verstoringen.
Het voedselsysteem, zegt Dimbleby, is „zowel een wonder als een ramp”. Zeventig jaar geleden was het nog onvoorstelbaar dat de wereld acht miljard mensen zou kunnen voeden. „Maar terwijl we met de moderne landbouw het ene probleem oplosten, creëerden we het volgende. Na energie en transport is het voedselsysteem de grootste aanjager van klimaatverandering. Het veroorzaakt natuur- en milieurampen en ligt aan de wortel van allerlei vermijdbare ziektes.”
Voedselcrises door droogte en overstromingen, en door geopolitieke conflicten, zijn geen verrassing meer. Dimbleby refereert aan de sla-tekorten als gevolg van weersextremen in 2023. Maar hoe kijkt hij naar minder voorspelbare acute crises? Wat heeft het VK geleerd van plotselinge schokken in de voedselketen, en wat kan Nederland daarvan opsteken?
„De corona-lockdown was een man-made schok waarop het voedselsysteem ongelooflijk goed reageerde”, zegt Dimbleby. Bovenop Brexit, die op zichzelf al veel zand in de voedselmachine strooide. En duidelijk is: het afwenden van catastrofes is niet gratis. Dimbleby herinnert zich dat in 2021 ineens een tekort dreigde aan CO2, als bijproduct van kunstmestproductie, omdat fabrieken vanwege de hoge energiekosten op halve kracht draaiden.
„De overheid had zich nooit gerealiseerd dat we varkens voor de slacht verdoven met koolstofdioxide. Slachterijen dreigden stil te vallen, en boeren konden niet meer van hun dieren af.” De overheid moest er 20 miljoen pond (23 miljoen euro) tegenaan gooien om de enige CO2-fabriek die het VK had, draaiende te houden.
„En wist je dat we tijdens Covid ook nog met een berg varkenskoppen zaten?” Bijna alle Britse varkenskoppen, vertelt hij, gaan per schip naar Rotterdam; in Nederland haalt een robot ze uit elkaar voor de Chinese markt. De hele keten liep vast toen Britse ferry’s niet meer overstaken. Een incident misschien. Maar wat Dimbleby ermee wil zeggen: „Het systeem is zo complex, dat je nooit weet waar de volgende crisis opduikt.”
De „onzichtbare hand van de markt” zorgt ervoor dat ons voedsel op ongekend efficiënte wijze de wereld over gaat. Maar de concentratie van cruciale activiteiten bij soms maar één grondstoffenleverancier, fabriek of grensovergang maakt ook dat maar één schakel hoeft te breken om de hele keten te verstoren. „Je beseft het pas als het een probleem wordt.”
Kan het VK zichzelf voeden als het eiland ineens afgesloten raakt van de rest van Europa, was de vraag die de Britse overheid zichzelf onlangs stelde. De Britten noemen het een U-bootsituatie, naar de Duitse onderzeeër die in de Eerste Wereldoorlog de voedselimport over zee belemmerde. Nu is het land in staat om ongeveer 65 procent van de eigen voedselconsumptie zelf produceren. Als de Britten alleen nog zouden eten wat in het Britse klimaat verbouwd kan worden, zou dat naar 77 procent kunnen worden opgekrikt.
„De geschiedenis heeft laten zien dat we onszelf behoorlijk goed kunnen voeden”, zegt Dimbleby. „Als je tenminste doet wat we in de oorlog deden: rantsoeneren, minder vlees eten en veel meer groenten”, zegt Dimbleby. „Een enorme omschakeling, het kan jaren duren.”
„En we weten uit de geschiedenis dat overschotten creëren en zelfvoorzienend zijn voedsel duur maakt”, merkt Dimbleby op. „Zonder handel ben je dus óók kwetsbaar. De beste voedselzekerheid vind je in een land als Nederland, dat zelf veel produceert maar ook goede, open handelsroutes heeft. God weet hoeveel voedsel jullie voor Europa produceren. En hoeveel gaat er wel niet via Rotterdam naar het achterland?”
Maar wat als de Rotterdamse haven ineens plat zou komen te liggen? Is Nederland niet te afhankelijk van de import van voedsel? Dimbleby reageert er enigszins laconiek op. „Hm ja…genoeg calorieën tot je beschikking hebben, zelfvoorzienend zijn, is één definitie van voedselzekerheid. Relevanter is denk ik: wat moet er gebeuren om een regering omver te krijgen? Als ik met Kerst geen avocado kan kopen, breekt er echt geen volksopstand uit. Hoewel… Maar kijk naar Egypte, dat de helft van zijn graan uit Oekraïne haalt, en een explosief groeiende bevolking moet voeden met gesubsidieerd brood. Dát is pas een voedselzekerheidsprobleem.”
De oorlog in Iran laat zien hoe gevoelig ook het Britse voedselsysteem is voor stijgende prijzen van olie en meststoffen – grondstoffen waar de landbouw niet zonder kan. De Britse emeritus hoogleraar voedselbeleid Tim Lang herhaalde onlangs in The Guardian wat hij eerder schreef in zijn vuistdikke rapport Just in Case (voor de zekerheid): Het VK moet voor veel meer verschillende gewassen kortere ketens organiseren. Meer voedsel zelf verbouwen. Voorraden aanleggen. En de bevolking voorbereiden op schokken, door burgers te leren hoe ze met rantsoenen en moestuintjes goed kunnen eten.
„Alle voedsel in het VK”, schrijft Lang om de urgentie te onderstrepen, „gaat via slechts 131 distributiecentra. Die zijn een makkelijk doelwit. Voedselzekerheid vraagt om defensie-strategisch denken.”
„Onze voorraden gaan niet verder dan wat in supermarkten en distributiecentra ligt, genoeg voor enkele dagen, een week of twee misschien”, weet Dimbleby. „Landen als Zweden en Finland vragen mensen thuis voorraden aan te leggen. Wij niet.”
Maar het is niet voor niets dat het VK, net als Nederland, geen strategische voedselvoorraden heeft. „Waarom wij niet inzetten op just in case? Omdat het geld kost. Just in time is goedkoper. Olie- en gasreserves zijn een andere kwestie, die zijn van fundamenteel belang. Maar voor voedsel is het lastig om te bepalen wat je dan moet opslaan. Als je gaat hamsteren, hamster je waarschijnlijk het verkeerde.”
Dimbleby vindt overigens wel dat de overheid meer ‘wat-als-scenario’s’ moet uitwerken. „De grootste zwakte is dat onze infrastructuur kwetsbaar is voor aanvallen. Niet alleen de Kanaaltunnel, of Het Kanaal, maar ook de concentratie van distributiecentra in bepaalde regio’s. Als die worden aangevallen, hebben we een probleem.”
Toch is Dimbleby minder pessimistisch dan Tim Lang. „Tim wilde tijdens Covid ook rantsoenering, ik zie het toch anders. Een gebrek aan calorieën is niet onze grootste bedreiging. Het echte probleem is voedselinflatie en voedselarmoede bij de armste mensen.” Dat los je niet op met noodvoorraden, is het punt dat hij wil maken.
Als de aanvoer van veevoer stokt, zeggen experts in Nederland, kunnen boeren hun dieren niet meer optimaal voeren en lopen de slachtlijnen snel vol. Baart zo’n scenario Dimbleby dan geen zorgen? „In welke situatie zou dat gebeuren? Je kunt sojabergen aanleggen in Nederland, maar je weet niet of dat de beste voorbereiding op de volgende crisis is. Nederland en het VK zijn rijke landen en in de meeste gevallen lossen we het wel op.”
De achterliggende kwestie is volgens Dimbleby dat de veehouderij een „ongelooflijk inefficiënte manier” is om calorieën te produceren. „75 procent van de landbouwgrond wordt gebruikt voor grazend vee of veevoer. Jullie zien in Nederland dat het onmogelijk is om de natuur te herstellen zonder minder land te gebruiken – dieren nemen simpelweg te veel ruimte in. Het voeden van soja en mais aan grote zoogdieren is een buitensporig extravagante manier van voedselproductie.”
Tegelijk ziet hij ook: niets ligt politiek zo gevoelig als vlees en vee. „Ongezonde voeding aan banden leggen is tot daar aan toe, maar zodra je over een CO2-belasting op vlees begint, breekt de hel los.”
Vraag Dimbleby wat Nederland van het VK kan leren, en hij begint met een beleefd antwoord over de unieke samenwerking in Nederland tussen overheid, bedrijven en de Wageningen Universiteit op het gebied van voedsel en landbouw. Om te vervolgen met: „Wat Nederland nodig heeft is ruimtelijke ordening. Een plan dat laat zien: dit is het land dat we tot onze beschikking hebben, dit is wat we ermee moeten doen, en dit is wat we moeten veranderen in de komende twintig jaar, en waar we alles op moeten afstemmen.”
„En ja! Méér peulvruchten verbouwen! Als je een antwoord op alles zou willen, moet je een pil maken waardoor bonen ieders lievelingseten wordt. Met peulvruchten kun je negentig procent van al je problemen oplossen.”
Henry Dimbleby (1970) is kok, kookboekenschrijver en oprichter van onder meer Leon, een restaurantketen met gezonder fastfood. In 2018 werd hij benoemd tot onafhankelijk beleidsadviseur voor het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken.
Dimbleby adviseerde de Britse overheid over gezondere schoolmaaltijden in het Verenigd Koninkrijk (2013) en is hoofdauteur van The Plan, de Nationale Voedselstrategie (2021). Met zijn vrouw Jemima Lewis schreef hij Ravenous, How to get ourselves and our planet into shape (2023).
De supermarkt in Nederland ligt eigenlijk altijd vol. Dat voelt vanzelfsprekend, maar blokkades en storingen kunnen de voedselvoorziening snel bedreigen. Een drieluik over de risico’s van geopolitieke conflicten.