Op Derde Pinksterdag las ik in NRC over het Zuid-Limburgse fenomeen ‘den halen’, een vruchtbaarheidsritueel waarbij vrijgezelle mannen uit het dorp Banholt het bos intrekken om verwarrend genoeg een fijnspar om te zagen (tot onvrede van Staatsbosbeheer, want de sparren hebben het moeilijk door droogte en kevervraat). Of die plantblindheid de mannen parten speelt bij het vinden van een partner vermeldde het artikel niet, maar vanuit symbolisch oogpunt lijkt me dat niet ondenkbaar. De naalden van een spar staan immers los van elkaar op de tak, die van de den in tweetallen. ‘Spar solo, den duo’ was het ezelsbruggetje dat ik ooit leerde – de fijnspar als hét symbool voor de eeuwige single.
Zelf stond ik op het punt om te vertrekken naar een ander pinksterparingsritueel: Pinkster 3 in het West-Friese Venhuizen. Een paar weken eerder had ik daar, op weg naar Enkhuizen, bij Snackerie ’t Weggetje wat opgevangen over de kortebaandraverij die al sinds 1960 in het dorp wordt georganiseerd op Derde Pinksterdag (slogan: ‘P3, een vrije dag waard’). Hét ontmoetingsmoment van het jaar, las ik op de website, met kermis, een biefstukontbijt en een paardenrace over 275 meter afstand. Wilde ik bonden met mijn achternaamverwanten, dan was dit de uitgelezen kans.
Het was een kinderdroom geweest om ooit als Venhuizen in Venhuizen te wonen. De eerste keer dat ik er kwam was ik acht jaar oud, mijn vader tweeënveertig. Samen een halve eeuw. Trots poseerden we onder het plaatsnaambord aan het begin van de bebouwde kom – op het kilometerbord stond een roodomrande, vetgedrukte 50. Dat onze roots in Groningen lagen voelde als een bijzaak; dat ze hier de klemtoon op de ‘ui’ legden in plaats van op de eerste ‘e’ eveneens. Mijn stoere houding in rode jarennegentigbodywarmer sprak boekdelen: dit was óns dorp. We kochten er bamboeplanten die zo goed aansloegen dat mijn moeder nachtmerries kreeg over wurgende wortelstokken. King Kong, mijn cavia, werd op een dieet van bamboescheuten gezet. Maar ik was om. Zelfs jaren later, in 2000, voelde ik ongerede trots toen Venhuizen als eerste Nederlandse gemeente ooit een allochtone burgemeester kreeg.
Op naar P3 dus. Een sprintje in de brandende zon naar het station om nét de trein naar Hoogkarspel te zien wegrijden. Water vergeten, pinpas vergeten. En opeens sloeg de twijfel toe. Op de website van de lokale harddraverij was weliswaar een speciale pagina over paardenwelzijn onder de kop Beantwoorde liefde – iets waar de vrijgezellen van Banholt vooralsnog van dromen –, toch voelde het ongepast om bij een gevoelstemperatuur van 30 graden Celsius toe te zien hoe de paarden zich in het zweet zouden werken. Op de livestream wapperden de toeschouwers zichzelf koelte toe met programmaboekjes, er stonden parasols tegen de zon, maar de race ging door. Om de traditie op waarde te schatten moest je blijkbaar geen Venhuizen heten maar een volbloed Venhuizer zijn.
Traag sjokte ik terug naar huis, waar ik zag hoe de bamboe van de buren zich aan mijn ligusterhaag begon op te dringen. Grensoverschrijdend gedrag komt ook bij planten voor. Als ze in Zuid-Limburg nog zoeken naar een vruchtbaar alternatief voor hun fijnspar, dan mogen ze hier wat hitsige bamboescheuten snoeien.
Gemma Venhuizen is biologieredacteur en doet elke woensdag ergens vanuit Nederland verslag