Moederschap Drie nieuwe films bezingen onconventionele vormen van moederschap en bevrijden vrouwen uit het korset van de burgermaatschappij.
Scene uit ‘Love Me Tender’. Clémence (Vicky Krieps) met haar kind.
Love Me Tender. Regie: Anna Cazenave Cambet; Met: Vicky Krieps, Antoine Reinartz. 134 minuten.
Te zien in de bioscoop.
Solomamma. Regie: Janicke Askevold. Met: Lisa Loven Kongsli, Herbert Nordrum. 99 minuten.
Te zien in de bioscoop.
Treat Her Like a Lady. Regie: Paloma Aguilera Valdebenito. Met: Claude Musungayi, Lucinda Sedoc, Delilah Warcup–van Eyck. 110 minuten.
Te zien in de bioscoop.
„Moeder bestaat niet. Moeder als status, als identiteit, als machtsvorm of als een vorm van onmacht […]. Er is liefde, en dat is iets heel anders.” Aldus schrijver Clémence (Vicky Krieps) in de Franse film Love Me Tender. Ze leent haar woorden van auteur Constance Debré, die in haar gelijknamige boek uit 2020 op nietsontziende wijze haar moederschap ondervraagt als haar ex na hun scheiding met grensoverschrijdende manipulaties wil voorkomen dat zij hun achtjarige zoontje Paul nog ziet. Op z’n pik getrapt waarschijnlijk, omdat zij in het vervolg met vrouwen gaat. Als zij om een scheiding vraagt, zegt hij viezig: „Je windt me op.”
Clémence is niet de enige onconventionele moeder die je deze weken in de bioscoop kunt tegenkomen. In de Noorse tragikomedie Solomamma zoekt moeder Edith contact met de spermadonor van haar zoontje. En in de flamboyante Nederlandse productie Treat Her Like a Lady van Paloma Aguilera Valdebenito speelt actrice en zangeres Nienke Plas een bijstandsmoeder 2.0. Deze floddermoeder is pas een rolmodel! Met humor en creativiteit laat ze je al die onzin over tradwives en suffe rolpatronen vergeten en zet de moeder neer die iedereen verdient. Een vrouw van vlees en bloed die stomme dingen doet, maar ook een heleboel spontane oplossingen verzint om aan betuttelende bureaucraten te ontsnappen. Als ze met haar twee jonge kinderen vanwege schulden haar huis wordt uitgezet en tijdelijk in een opvanghotel wordt ondergebracht, roept ze monter: „Pak je koffer, we gaan op vakantie.”
Toeval of niet, alle drie de films (die natuurlijk al jaren eerder in productie zijn gegaan) sluiten aan bij onderwerpen die in het nieuws waren. Het toeslagenschandaal is het achterdoek van Treat Her Like a Lady, de ketenen waarvan Clémance zich in Love Me Tender wil bevrijden raken aan de manosfeer, cultuurchristendom en jonge vrouwen die vergeten lijken te zijn waarom feminisme ook alweer nodig was. Solomamma gaat dan wel niet direct over fertiliteitsfraude, maar kent een aantal sterke plotwendingen die je doen nadenken over identiteit en biologie en andere ethische kwesties. Journalist Edith komt haast per ongeluk te weten wie de donor is omdat haar zoontje Sigurd bevriend raakt met een meisje dat uit hetzelfde zaad is verwekt – haar moeder overweegt een tweede kind van dezelfde man te nemen. Hij blijkt een succesvol gameontwerper die in opspraak is geraakt omdat zijn spellen verslavend voor kinderen bleken. Onder het mom van een interview besluit Edith hem het hemd van het lijf te vragen. Die dyslexie, is die erfelijk?
Net als veel Scandinavische films heeft ook Solomamma een prettig laconieke toon. De film is niet uit op oordelen of conclusies. Hij laat eerder op empathische manier zien dat het misschien niet zo’n goed idee is om onaangekondigd op de stoep te staan bij de zaaddonor van je kind, maar dat nieuwsgierigheid en impulsiviteit maar al te menselijk zijn. Zou je niet hetzelfde doen, als je de kans kreeg? Zelfs met zo’n overduidelijk plotelement, trapt de film niet in de val alle eindjes netjes aan elkaar te willen knopen. Als toeschouwer ben je voor even een passant in de levens van deze personages.
Herbert Nordrum en Lisa Loven Kongsli in ‘Solomamma’.
Dat gevoel een passant te zijn, zelfs in je eigen leven en dat van je kind, is ook de hoofdlijn van het aangrijpende Love Me Tender. De film is gebaseerd op de memoir van Constance Debré, een welgestelde ex-advocaat die op een dag radicaal brak met haar geprivilegieerde afkomst en de bijbehorende burgerlijke waarden.
Regisseur Anna Cazenave Cambet heeft de scherpe kantjes van de roman afgevijld. Debré beschrijft bijvoorbeeld hoe ze eten stal om in leven te blijven, en hoe haar bourgeois vader aan lager wal is geraakt door een heroïneverslaving. Dat is in de film alleen nog tussen de regels te lezen. Maar het blijft een schitterend portret van onthechting in een maatschappij die zoveel verstikkende eisen aan vrouwen stelt. Haar autofictie doet denken aan Kathy Acker en Maggie Nelson en de film laat een Parijs zien dat doet denken aan de dérive van de Situationisten, waarbij stad en gemoedstoestand versmelten.
Wie deze films ziet kan maar tot één conclusie komen: feminisme is nog lang niet dood, en zeker niet in de film. Het is kleurrijk en divers. Tegendraads. En eigenlijk, ondanks alle problemen en vooroordelen waar deze vrouwen mee te maken krijgen, behoorlijk aantrekkelijk. Deze personages leren je veel over moederschap. Maar vooral over liefde. En dat is bijna hetzelfde.