Home

De onvergetelijke jazzlegende met vele muzikale levens

Jubileum 100 jaar geleden, op 26 mei 1926, werd Miles Davis geboren. De jazztrompettist zou uitgroeien tot een ware legende die keer op keer de jazzwereld wist op te schudden. Dit jubileum wordt op verschillende podia gevierd met speciale concerten. Hoe werd Davis zo’n onvergetelijke muzikant? En welke albums moet je zeker kennen?

Miles Davis tijdens een concert in New York in 1969.

‘In Memory of Sir Miles Davis’ staat gegraveerd op de langgerekte steen op Woodlawn Cemetery in de Bronx, New York, waar jazztrompettist Miles Davis sinds 1991 begraven ligt. Op iedere ‘i’ in zijn naam prijkt een elegant muzieknootje. Daarnaast de contour van zijn trompet, die tegelijk de maatstreep vormt bij de openingsmaten van ‘Solar’ – een door Miles uitgevoerde jazzstandard die op zijn grafsteen belandde omdat zijn dochter het passend vond. Het monument is precies wat je van Miles Davis verwacht: stijlvol, persoonlijk en een tikje protserig.

Op 26 mei is het honderd jaar geleden dat Miles Davis werd geboren. Dit jubileum wordt dit jaar wereldwijd gevierd. Terecht, want weinig muzikanten hebben zichzelf zó vaak opnieuw uitgevonden zonder hun eigen handschrift te verliezen. Miles – zijn voornaam volstaat – was de jazztrompettist met de ronde, wollige toon. Een begaafd sfeermaker. Niet per se die ene hoge noot moeten raken, maar veel meer een blazer die persoonlijkheid legde in zijn noten. Of hij die nu diep gebukt, verticaal omhoog of met zijn rug naar het publiek speelde.

Miles Dewey Davis III (1926-1991) was de bebopper uit de Charlie Parker-school van de late jaren veertig, de architect van jazzbestseller Kind of Blue, een visionaire bandleider en aanvoerder van baanbrekende kwintetten, de fusionpionier die jazzpuristen tegen zich in het harnas joeg met elektrische experimenten. Hij was ook een begenadigd vingervervende kunstenaar, boksfanaat en stijlicoon die zijn look elk decennium omgooide. ,,Always look ahead, never look back”, zei hij.

Hij leefde er ook naar.

Vraag een trompettist naar zijn invloed en het komt allemaal terug op zijn adagium niet te spelen wat er al is „maar wat er niet is.” De essentie van Miles’ spel: ruimte tussen de noten. In de lucht die hij liet hangen voordat de volgende trefzekere frase viel. Stóp toch eens met spelen, kon hij anderen toebijten. Dat gevoel van timing, weten wanneer níét te spelen, maakte hem een revolutionair.

Nog steeds.

Tributes

Het regent Miles-tributes dit jaar. Op het komende North Sea Jazz wordt de honderdste geboortedag van Miles Davis gevierd (overigens net als die van tijdgenoot, saxofonist John Coltrane) met Miles-shows van onder anderen trompettist Terence Blanchard en oud-bandlid Marcus Miller. Die laatste nam met Miles op in de jaren tachtig. Aan wie het maar wil horen vertelt Miller al jaren hoe hij van Miles de kunst van het fraseren leerde. „Veel muzikanten spelen noten. Miles speelde alsof hij sprak.”

Ook het Brussels Jazz Orchestra dook dit voorjaar in Davis’ nalatenschap, samen met de Amerikaanse trompettist Ambrose Akinmusire, een van de belangrijkste stemmen in de hedendaagse moderne jazz. Hun blik richtte zich op het legendarische jaren-zestigkwintet met Wayne Shorter, Herbie Hancock en Tony Williams — misschien wel het meest avontuurlijke hoofdstuk uit Miles’ oeuvre. Dat leverde memorabele momenten op: Akinmusire trok met lange, hangende noten en ijle trillers elke frase open tot een geladen statement. En er waren sterke arrangementen. Toch bleef er ook iets wringen: de verbinding tussen solist en orkest voelde soms afstandelijk, alsof twee parallelle werelden elkaar nét niet raakten.

Maar misschien is dat ook het lot van iedereen die Miles probeert te vangen. Hoe één muzikant een leven lang de taal van de jazz opnieuw kon uitvinden zonder zichzelf te herhalen. Davis bleef bewegen. Altijd vooruit.

Het begint allemaal met de trompet die Miles Davis, zoon van een welgestelde tandarts uit East St. Louis, op zijn dertiende krijgt. Vanaf zijn achttiende speelt hij al met oudere muzikanten mee. Hij gaat studeren in New York en belandt midden in de bebopscene rond Charlie Parker, waar hij meteen mee kan zoeken naar nieuwe jazzvormen. Later vormt Miles met arrangeur Gil Evans een van de invloedrijkste samenwerkingen in de jazz: samen zoeken ze naar nieuwe kleuren, ruimte en orkestrale mogelijkheden binnen de jazz. En dan zijn er zijn twee beroemde kwintetten: zijn band met John Coltrane in de jaren vijftig en ‘the second great quintet’ met saxofonist Wayne Shorter en pianist Herbie Hancock.

Miles Davis in Londen in 1989.

Van cool jazz tot modale jazz, van fusion en funk tot elektronica: zodra de wereld dacht hem te begrijpen, is de trompettist alweer een andere kant op. Vooruit – hij moet altijd vooruit. Ook als het ten koste gaat van vriendschappen, huwelijken, zijn eigen gezondheid. Want de schaduwzijde – heroïneverslaving, huiselijk geweld, een door een operatie beschadigde stem die verandert in het raspende fluisteren – is er ook.

Buiten het podium leeft Miles even geconstrueerd als zijn muziek. Het Italiaanse pak, de rode Ferrari, met Juliette Gréco in Parijs, Cicely Tyson voor de camera’s in New York. Esquire zet hem op de Best Dressed-lijst. Hij verschijnt in de serie Miami Vice en hij hangt rond met Prince en Richard Pryor.

Zijn invloed op trompettisten is nauwelijks te overschatten. Van Wynton Marsalis en Terence Blanchard tot Ambrose Akinmusire en dichter bij huis Teus Nobel — vrijwel iedereen draagt hoorbaar iets van zijn benadering mee. Zijn lessen over ruimte, timing en wat je vooral níét speelt, resoneren nog altijd door.

Tegelijk heeft iedereen zijn eigen Miles: de koele minimalist, de romanticus van Kind of Blue, de radicale vernieuwer, de bandleider, de provocateur of de fusionpionier van zijn ooit verguisde elektrische periode.

En precies daarom klinkt hij honderd jaar later nog altijd springlevend.

Uitzonderlijke Miles Davis platen

1. Birth of the Cool (1957)De architect

Hoewel Birth of the Cool pas in 1957 verscheen, dateren de opnamen al uit 1949 en 1950. Miles Davis bracht een nonet bijeen met onder anderen Gerry Mulligan, Lee Konitz en John Lewis en werkte met arrangeur Gil Evans aan een nieuw jazzgeluid: lichter, transparanter, bedachtzamer. De term cool jazz bleef eraan kleven – later sterk verbonden met West Coast-musici als Chet Baker en Mulligan – maar de wortels lagen diep in de zwarte jazztraditie. Wat vooral opvalt: de elegante arrangementen en Davis’ beheerste frasering. Hij speelt niet om indruk te maken, maar om richting te geven. Muziek die ademt, zweeft en de deur opent naar een nieuwe jazztaal.

2. Milestones (1958)De vernieuwer

Milestones voelt als een muzikant midden in een gedachtewisseling met zichzelf. De titeltrack markeert een van Miles Davis’ eerste grote stappen richting modale jazz: improviseren vanuit toonladders en kleur, in plaats van strak wisselende akkoorden. Tegelijk brandt hier nog volop de energie van hardbop. Met John Coltrane, Cannonball Adderley, Red Garland, Paul Chambers en Philly Joe Jones klinkt de band tegelijk soepel en hongerig. Je hoort een groep die voelt dat de toekomst dichtbij is. Een fascinerende overgangsplaat, zeker, maar wel een briljante: met één voet in de bebop en de andere al in het onbekende. Kort daarvoor (1955) was hij onder contract gekomen van CBS, dat niet zuinig in hem investeerde. Het leidde tot drie schitterende platen met een groot orkest onder leiding van Gil Evans: Miles Ahead (1957), Porgy and Bess (1959) en Sketches of Spain (1960). Miles was hard op weg naar wereldroem.

3. Kind of Blue (1959)De minimalist

Er zijn weinig platen die zo vanzelfsprekend meesterwerk zijn geworden als Kind of Blue. Het is de plaat die iedereen heeft, een bestseller. Miles Davis liet de traditionele akkoordenschema’s grotendeels los en koos voor modale structuren die de muziek ruimte geven om te ademen. Het resultaat klinkt nog altijd verbluffend helder en tijdloos. Bill Evans speelt met impressionistische lichtheid, terwijl John Coltrane en Cannonball Adderley ieder hun eigen richting op bewegen. En daar tussendoor: Miles, met die gedempte, fluisterende trompettoon vol melancholie. Geen noot te veel, nergens. Jazz als late avondlucht.

4. Ascenseur pour l’échafaud (1958)De sfeermeester

Via zijn geliefde, zangeres en actrice Juliette Gréco, ontmoette Miles de filmmaker Louis Malle, die hem vroeg de muziek te maken voor de thriller Ascenseur pour l’échafaud. Miles improviseerde live bij projecties van de filmbeelden, samen met Franse muzikanten die slechts minimale aanwijzingen kregen. Op YouTube staat een fantastisch fragment waarin Davis in het donker voor het filmdoek staat te improviseren bij de trillende beelden. Hoor nu weer die eerste klanken van ‘Générique’, de openingstrack. Instant betovering. Losse, echoënde trompetfrasen die als sigarettenrook door donkere straten zweven. Zo onheilspellend. Je voelt wanhoop. Die klaaglijke lijnen. Fatalistisch en sensueel, perfect passend bij het zwart-wituniversum van Jeanne Moreau. En je weet, het lot zal niet gaan meevallen.

5. E.S.P. (1965)De leider

Met E.S.P. begon officieel Miles Davis’ tweede grote kwintet: Wayne Shorter (sax), Herbie Hancock (piano), Ron Carter (bassist) en Tony Williams (drums). Misschien wel de intelligentste jazzgroep ooit. De muziek is voortdurend in beweging: ritmes verschuiven, harmonieën lossen op, melodieën veranderen onderweg van vorm. Toch klinkt het nergens bedacht. Davis stuurt met korte, trefzekere frases, alsof hij overzicht houdt terwijl onder hem alles beweegt. Vooral Shorters composities geven de plaat haar raadselachtige glans. Jazz die tegelijk denkt en swingt, vijf muzikanten die elkaar voortdurend uitdagen zonder elkaar ooit kwijt te raken.

6. Filles de Kilimanjaro (1968)De grensverlegger

Op Filles de Kilimanjaro hoor je Miles Davis afscheid nemen van de akoestische jazz zonder het zelf misschien al volledig te beseffen. Elektrische piano’s sluipen de muziek binnen, grooves worden hoekiger en repetitiever. De bezetting verandert onderweg: pianist Chick Corea en bassist Dave Holland verschijnen naast vertrouwde krachten als Hancock en Carter. Een nummer als ‘Mademoiselle Mabry’, geïnspireerd door zijn echtgenote Betty Mabry, beter bekend als funkicoon Betty Davis (hij verliet zijn eerste vrouw voor haar), laat al horen hoe dicht Miles tegen rock (Jimi Hendrix) en funk gaat aanschurken. Toch blijft de sfeer weemoedig en elegant.

7. In a Silent Way (1969)De alchemist

Is In a Silent Way misschien wel zijn stilste revolutie? Geen uitbarstingen, geen virtuoze spierballentaal, maar vroege jazzfusion – soms best abstracte, zwevende texturen en hypnotische herhaling. Met muzikanten als Joe Zawinul, Wayne Shorter, Chick Corea, Herbie Hancock en John McLaughlin bouwde Davis aan iets dat evenveel met ambient en minimalisme te maken had als met jazz. Producer Teo Macero monteerde de opnamen tot een vloeiend bijna filmisch geheel. De trompet lijkt boven de muziek te zweven. Hier wordt het gat gedicht tussen het tweede kwintet en het explosieve Bitches Brew.

8. Bitches Brew (1970)De rebel

Met Bitches Brew blaast Miles de grenzen van jazz definitief op. Twee drummers, meerdere toetsenisten, elektrische bas, rockritmes, Afrikaanse invloeden en een priemende trompet die hij soms door een wah-wah (effect)pedaal jaagt: in 1970 klonk dit als muziek van een andere planeet. Puristen waren woedend en verweten Davis dat hij zijn jazz-ziel aan rock verkocht. Maar juist die compromisloze mengvorm maakte deze plaat revolutionair. You love or hate it. Met onder anderen Chick Corea, Joe Zawinul, Jack DeJohnette en Wayne Shorter ontstaat een kolkende geluidsmassa waarin improvisatie en groove voortdurend botsen. Chaotisch, bezwerend en ruim vijftig jaar later nog altijd onovertroffen.

9. Tutu (1986)De popvedette

In de jaren tachtig vindt Miles Davis zichzelf opnieuw uit als jazzicoon én popvedette. Op Tutu, grotendeels geschreven en geproduceerd door bassist Marcus Miller, klinkt zijn trompet scherp en elektrisch tussen funkbasslijnen, synthesizers en drumcomputers. Miles speelt gehuld in extravagante jassen en zonnebrillen inmiddels net zo makkelijk op popfestivals als in concertzalen. Puristen mopperen over de gladde jaren-tachtigsound, maar Davis weigert koppig nostalgisch te worden. Zelfs hier blijft hij doen wat hij altijd deed: vooruitkijken, risico nemen en een nieuw publiek verleiden. Voor veel luisteraars is Amandla (1989) strakker en avontuurlijker.

Bonustip: Live-album Miles & Quincy Live at Montreux (1993)

Bijzondere, gloedvol nostalgische live-opnames uit 1991 van jazztrompettist Miles Davis met arrangeur/dirigent Quincy Jones. Het optreden vond slechts enkele maanden voor Davis’ overlijden, 28 september 1991, plaats.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next