Loonverschillen
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Beter laat dan nooit. Met zijn voorstel om vanaf juni 2028 bedrijven te verplichten inzicht te geven in loonverschillen tussen mannen en vrouwen, zet minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66) een belangrijke stap. Dat Nederland daarmee eigenlijk anderhalf jaar te laat invulling geeft aan een Europese richtlijn die dit regelt, is op zijn minst ongemakkelijk te noemen. Dat er überhaupt nog sprake is van een loonkloof tussen mannen en vrouwen is, gezien het feit dat het wettelijk sinds 1980 (!) verboden is om gelijk werk ongelijk te betalen, ronduit beschamend.
Vijlbrief neemt nu – gesteund door de Europese richtlijn – alsnog het voortouw, daar waar veel van zijn voorgangers dat niet aandurfden. Dat valt te prijzen. Zijn voorstel is helder: Bedrijven en organisaties met ten minste honderd medewerkers moeten straks hun salarisgegevens naar het ministerie sturen. De percentages van loonverschillen tussen mannen en vrouwen per functie publiceert het ministerie vervolgens op een speciale website. Medewerkers kunnen de data dan inzien en bekijken hoe het gesteld is met de loonverschillen binnen hun bedrijf. Medewerkers van kleinere organisaties en bedrijven kunnen dit straks zelf bij hun werkgever opvragen. Op het niet delen van de gegevens staat een boete die kan oplopen tot 10.300 euro.
Het grote probleem de afgelopen decennia was dat jaar op jaar werd aangetoond dat de loonkloof bleef bestaan, maar dat er geen maatregelen waren om bedrijven te dwingen dat probleem daadwerkelijk op te lossen. De kloof nam soms een beetje af, soms een beetje toe, maar daadwerkelijk het probleem aanpakken gebeurde – vaak onder druk van de werkgeverslobby – niet. Nog altijd verdienen vrouwen in Nederland volgens het CBS in het bedrijfsleven in 2024 gemiddeld per uur 6,1 procent minder dan mannen voor hetzelfde werk. Bij de overheid is dat 1,7 procent.
De nu aangekondigde transparantie zal in elk geval de loonkloof zichtbaar maken en bedrijven die daar niet aan meewerken beboeten. Dat is een begin, maar het is de vraag of dat voldoende is. Duitsland voerde zelf al regels over verplicht rapporteren van de loonkloof in, vooruitlopend op de Europese regels. Uit onderzoek is gebleken dat die transparantie de kloof niet heeft gedicht. Slechts 4 procent van de Duitse werknemers raadpleegde de database met gegevens, en van een stijging van mensen die van baan wisselden is geen sprake.
Verplichte loonkloofrapportages hebben in Denemarken en het Verenigd Koninkrijk tot een kleine vermindering van de loonkloof geleid, helaas vooral door lagere lonen voor mannen in plaats van hogere lonen voor vrouwen. In Oostenrijk bleek de loonkloof marginaal af te nemen nadat in vacatures informatie over lonen werd opgenomen. Maar nog steeds is er geen land ter wereld waar de loonkloof volledig is gedicht.
Daarmee wordt de kern van het loonkloof-probleem geraakt: Nederlanders spreken niet graag over hun salaris. Ook in het nieuwe voorstel komt de verantwoordelijkheid voor het openen van een gesprek over salarisverschillen bij de werknemers te liggen. Dat dat gesprek nu eindelijk op basis van de feiten gevoerd kan worden, is winst: je kunt een kloof pas ter discussie stellen als je weet dat die bestaat.
Tegelijkertijd hoef je geen visionair te zijn om te weten dat ook deze wet – mocht ie door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen – de loonkloof niet zal dichten. Daarvoor is meer nodig: meer steun voor werknemers (veelal vrouwen) die dit probleem willen aankaarten. Strengere straffen voor bedrijven die de kloof al dan niet moedwillig in stand houden. En vooral: meer beleid dat gelijke invulling van taken van mannen en vrouwen bevordert, niet alleen op het werk, maar ook thuis.