nieuwsbriefBroncode
Broncode Het technieuws van deze week ging over de rechtszaak tussen Musk en Altman. Ik vond het fascinerend én onbevredigend, want over de inhoud ging het vrijwel niet. Hoe gaan we het daar dan wel over hebben? Ik heb een voorstel.
Sam Altman, ceo van OpenAI, tijdens een van de zittingsdagen in de zaak die Elon Musk tegen hem aanspande, die diende in Oakland, Californië.
Een paar voetstappen en een ongewassen handshake verwijderd van een van de machtigste mannen ter wereld. Collega Milo van Bokkum stond deze week te urineren naast Sam Altman van OpenAI.
Je leest hier een artikelversie van onze nieuwsbrief NRC Broncode. Wekelijks schrijven wij over technologische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:
Inschrijven voor NRC Broncode
Milo was in Oakland voor de rechtszaak tussen Elon Musk en Sam Altman. Die ging over de bedrijfsstructuur van OpenAI en of het bedrijf commercieel of non-profit zou moeten zijn. Maar eigenlijk draaide de zaak natuurlijk om geld en macht, maar ook om de belangrijke vraag wie beslissingen mag nemen over de verdere ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Welke macht ligt waar? En zijn dit de enige twee smaken waaruit we kunnen kiezen?
De jury besloot dat Musk te laat was met zijn aanklacht. Die hoefde daarom niet inhoudelijk behandeld te worden. Zelfs dáár ging het dus niet over de fundamentele vragen.
Het versterkte bij mij het unheimische besef dat veel afhangt van een kleine groep mensen en hun drijfveren, waar niemand grip op heeft. Er verandert veel, maar kaders en houvast ontbreken. In de hoofdrol een groep mannen met een voorsprong op ons allen. Financieel, maar ook in kennis. Wat zetten we daar tegenover?
Dat is een worsteling. Zonder al te filosofisch te willen worden komen sinds het ontstaan van het wereldwijde web steeds dezelfde vragen op. Er is wel een nieuwe virtuele wereld, maar nog geen goede manier om die te besturen. We hebben wel digitale mondiale dorpspleinen, geen wereldwijde democratische organen om het daar een beetje in goede banen te leiden.
En dat terwijl de technische ontwikkelingen razendsnel gaan en wat er in de virtuele wereld gebeurt wel degelijk invloed heeft op onze fysieke realiteit.
Die worsteling sprak ook uit een uiterst bezorgd rapport dat het Commissariaat voor de Media deze week presenteerde. Dat gaat over aanbevelingsalgoritmes van sociale media en het effect daarvan op de democratie. Een onderwerp waar onder meer de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zich eerder ook al over boog.
De denkstappen zijn: een groeiend deel van de Nederlanders consumeert nieuws hoofdzakelijk via sociale media. En wat ze zien volgt steeds meer uit algoritmische aanbevelingen in feeds. De algoritmes bevelen aan wat het meest loont en scoort, niet wat het betrouwbaarst is. En dat leidt weer tot gepolariseerde nieuwsconsumptie, misinformatie, spanningen. Het ondermijnt de democratie.
Grote thema’s voor een kleine nationale toezichthouder, die als taak heeft bij te dragen aan „divers en betrouwbaar nieuws voor iedereen”. Voor mij was ook hier het thema het onvermogen om grip te krijgen op de grote techbedrijven. Zij raken ons wel, wij hen niet.
Het team dat aan het rapport had gewerkt deed duidelijk zijn best om niet al te veel onmacht uit te stralen en een soort ‘het kan wel’-boodschap af te geven. Als toezichthouders en overheden goed samenwerken, zijn er volgens het commissariaat best mogelijkheden om het ontwerp van feeds te verbeteren. Ze presenteerden een routekaart met opties voor overheidsbeleid en nalevingstoezicht en gebruikten veelvuldig termen als signaleren, agenderen, monitoren en stimuleren.
Ik ga niet pretenderen dat ik wel weet hoe het moet. Mijn gedachten hierover gaan in golven: van ‘alles is al geprobeerd en besproken’ naar ‘dit is het grootste thema van onze tijd’. Ik heb geprobeerd ze te ordenen in een verhaal voor NRC, dat je hier kan lezen.
Dat verhaal is de aftrap van een journalistiek project. Het idee daarvoor kwam toen begin dit jaar mijn tijdlijn op LinkedIn (van Microsoft) volstond met posts van mensen over hun pogingen om los te komen van Amerikaanse ‘big tech’. Tegelijk had ik niet de indruk dat het merkbaar drukker werd op alternatieve sociale mediaplatformen, zoals BlueSky en Mastodon. Wat zegt dat?
We kunnen heel druk zijn met het reguleren wat anderen maken en de feeds die ze ons presenteren, maar zolang we die diensten blijven gebruiken hebben ze macht over ons. Misschien kun je pas autonoom zijn als je zelf iets bouwt. Maar hoe onderzoek je een gedachte zoals deze?
Ik tikte een opgewonden voorstel aan de hoofdredactie. Mag ik in die wereld van alternatieve sociale media een NRC-server beginnen, in de zogenoemde fediverse? En dat gebruiken om te verkennen hoe die alternatieve sociale wereld werkt, en wat dat zegt over de ontwerpbeslissingen of (verslavende) algoritmes bij de bekende socialemediabedrijven?
Dat mocht en dat ga ik doen.
Ik sta aan het begin van dat project en ik heb op dit moment vooral heel veel vragen. Bijvoorbeeld over de keuze van het protocol (ActivityPub of AT Protocol) en waar we serverruimte zullen huren. Welke beslissingen moet je nemen als je een eigen sociaalmedium begint? Kunnen straks alle Broncode-lezers meedoen en hoe dan? Of is NRC dan verantwoordelijk voor wat niet-werknemers publiceren? En moet ik dat in mijn eentje gaan modereren?
De gebruikelijke volgorde is dat ik eerst iets uitzoek en daarna pas publiceer. Dat keren we hier om. Het is daardoor ook een beetje zoeken naar de juiste vormen om daarover te vertellen. Dat zal geregeld in ‘gewone’ artikelen zijn, maar ook in korte updates op nrc.nl, in deze nieuwsbrief en natuurlijk op het eigen sociale medium zelf. Waarvan ik eerst beter zal moeten uitzoeken (en uitleggen) hoe die werkt. Dirma Janse stort zich op de uitdijende grafische uitleg die erbij hoort.
Ik ben me ervan bewust dat deze gedachten niet nieuw zijn. Ook hier is het al vaker gegaan over alternatieve sociale media, zoals BlueSky en Mastodon. Veel bestaat al lang, maar het blijft nogal in de marge. Dat komt deels doordat het nieuwsspektakel rondom big tech uit de Verenigde Staten zo boeit. Of spreekt hier een journalist die is bespeeld door leuke en verslavende algoritmes?