Versnelling is een structurele dwang van de moderne samenleving, stelde de Duitse socioloog Hartmut Rosa. Volgens hem kunnen moderne sociaaleconomische systemen (denk aan de arbeidsmarkt, politiek, media, sociale relaties) alleen stabiel blijven door voortdurend in beweging te blijven, door steeds snel te veranderen. Deze logica van sociale versnelling zie je volgens Rosa ook terug in onze privérelaties.
Ik ken mensen die hun ontspanning efficiënt organiseren. Zij benaderen hun sociale contacten als een agendapunt met een maximale tijdsduur, terwijl verbondenheid en wederkerigheid juist tijd nodig hebben. Volgens mij speelt dit akelige verschijnsel overal. Nu ik er op ben gaan letten zie ik de symptomen op veel terreinen. Een kabinet dat valt voordat het echt meters heeft kunnen maken. Bedrijven die voortdurend in transformatie zijn maar zelfs met dure adviseurs de weg kwijtraken. Universiteiten die vroeger louter lesgaven en onderzoek deden moeten nu internationaliseren, polarisatie bedwingen en ondertussen miljarden bezuinigen.
Nederland verkeert daardoor al jaren in een continue crisismodus. „De tijd is uit zijn voegen”, verzuchtte Hamlet toen hij de wereld om hem heen niet meer vanzelfsprekend vond. De veranderingen waren hem te snel gegaan. Oftewel: de tijd is van het padje; de wereld is ontspoord.Een illustratief en veelbesproken voorbeeld is de decentralisatie van de jeugdzorg toen het Rijk hiervoor de verantwoordelijkheid overhevelde naar de gemeenten. Het idee was dat het ‘dichterbij’ brengen van zorg beter en goedkoper zou worden. Maar er ontstonden grote problemen: wachtlijsten, personeelstekorten, geldgebrek. Nu, ruim tien jaar later, is de jeugdzorg nog steeds niet op orde.
Deze hervorming toont precies aan wat er gebeurt als een verandering te snel wordt doorgedrukt zonder rust en aandacht voor de mensen. Een verandering die niet wordt gedragen, brengt zelden vooruitgang.Zou stilstand dan beter zijn? In veel gevallen natuurlijk niet.
Wetenschappelijke, technologische en sociale vooruitgang hebben de samenleving op veel punten beter gemaakt. Maar wanneer verandering een doel op zich wordt bekruipt gejaagdheid het gemoed. Dat zie je bijvoorbeeld goed in de nieuwscyclus. Een incident in de ochtend moet dezelfde avond al volledig zijn geanalyseerd door politici, artiesten, columnisten en al die anderen die aan de talkshowtafels op tv hun oneliners delen. Voor reflectie is geen tijd meer.
Diezelfde haast herken ik soms bij de overheid. Na iedere crisis volgen nieuwe regels, nieuwe controlemechanismen en nieuwe politieke maatregelen. Bij uitvoeringsinstanties als het UWV of de Belastingdienst zie je vervolgens hoe het misgaat. De haastige veranderingen kunnen niet in beleid worden omgezet en uiteindelijk loopt alles vast.Er zijn ook organisaties die permanent onderweg lijken naar de volgende transformatie terwijl de vorige nog niet eens is geland. Ik ervaarde dat voor het eerst aan den lijve bij KPN waar ik in de tijd van Ad Scheepbouwer zes jaar commercieel verantwoordelijk was voor de overheid. Daar moesten Tweekly’s komen, een tweewekelijks rapport over de gang van zaken voor de raad van bestuur. En o wee als er kansen uit het niets op KPN afkwamen die niet in het verslag opgenomen waren.
Hoe meer systemen vastlopen, hoe harder we op versnelling sturen. Meer monitoring. Meer deadlines. Andere organisatie. Andere aanpak. Andere mensen. Meer zichtbare daadkracht. Misschien verklaart dat ook waarom zoveel mensen overprikkeld of leeg zijn. Naast burn-outs zijn er ook verhalen over bore-outs: mensen die niet vastlopen door te veel prikkels, maar juist door gebrek aan betekenis en verbinding met wat ze doen verzanden in negatieve gedachten. „De tijd gaat vooruit maar jij staat stil”, zo verwoordde psycholoog Mirela Habibovic het in het Parool.Wat gebeurt er met een samenleving waarin bestuurders permanent reageren in plaats van richting geven? Een goed voorbeeld vind ik nog steeds Unilever in de tijd dat Paul Polman daar bestuursvoorzitter was. Hij stopte bewust met het presenteren van kwartaalcijfers om minder druk te voelen van de aandeelhouders. Zo kon er meer ruimte ontstaan voor zijn langetermijnstrategie. Die aanpak was destijds spraakmakend. In de Verenigde Staten is het voorstel dit jaar van de Amerikaanse financiële toezichthouder om de verplichte kwartaalrapportage voor beursgenoteerde bedrijven volledig af te schaffen. Een opmerkelijke ontwikkeling: het draaide juist bij beursgenoteerde bedrijven altijd op permanente korte termijnprestatie.Wat mij betreft keert die menselijke maat terug. Vriendschap, opvoeding, samenwerking: ze hebben tijd nodig om te groeien, te schuren om noodzakelijke veranderingen meer weloverwogen in te voeren. Wie mensen serieus neemt transformeert het hele leven.