Azc-rellen In de analyse van de rellen bij noodopvanglocaties wordt de internationale coördinatie overdreven, en andere groepen worden over het hoofd gezien, ziet Nikki Sterkenburg. En zonder juiste probleemanalyse zal er nooit een zinnige aanpak komen.
Protesten eind april bij het gemeentehuis van Loosdrecht tegen de komst van een noodopvang voor asielzoekers.
Het was een alarmistisch beeld dat de laatste weken in de media circuleerde: azc-protesten zouden worden gecoördineerd en aangejaagd door rechtsextremisten met een agenda. Zij zouden op slinkse wijze lokale onrust proberen te kapen voor eigen gewin. Dat beeld is niet alleen onjuist, maar leidt ook tot een blinde vlek voor andere zorgelijke categorieën demonstranten.
Nikki Sterkenburg (1984) is bijzonder hoogleraar Onderzoeksjournalistiek en adviseur nationale veiligheid bij Berenschot. Ze promoveerde in 2021 op beweegreden van extreemrechtse activisten.
Ten eerste, het is niet nieuw dat extreemrechts bij lokale spanningen probeert aan te haken. Tien jaar geleden maakte ik als promovendus en onderzoeksjournalist de toenmalige azc-demonstraties van dichtbij mee. In 2015 en 2016 werd uit protest tegen het aanwijzen van tijdelijke noodopvanglocaties het gemeentehuis in Geldermalsen bestormd, aanhangers van Identitair Verzet sloten zich aan bij protesten in Leiderdorp en Gouda, en Demonstranten Tegen Gemeenten (DTG) demonstreerde elke week wel ergens in het land. Tijdens de climax van deze verhitte periode gooiden vijf aanhangers van DTG molotovcocktails naar een moskee in Enschede, waarna zij werden veroordeeld voor terrorisme.
Destijds leidden al die inspanningen niet tot een groei van de extreemrechtse beweging. Dat is eigenlijk nog nooit gelukt en dat weet extreemrechts zelf ook. Nadat Marianne Vaatstra in 1999 in Kollum werd verkracht en vermoord, was de aanvankelijke gedachte dat de dader een asielzoeker moest zijn – iets wat later niet bleek te kloppen. De moord vormde een opmaat naar een opstand van de inwoners van Kollum tegen het asielzoekerscentrum, die in de media ook nog eens flink wat racistische taal uitsloegen. Desondanks kon extreemrechts er geen nieuwe aanhang werven, Kollumers moesten niets van hen hebben.Terug naar 2015 en 2016. Ook in die jaren hadden sommige rechtsextremistische ‘groepen’ via sociale mediakanalen (tien)duizenden volgers en sloten ze zich aan bij lokale protesten. Maar in de praktijk bleek het qua organisatiegraad en coördinatie nogal tegen te vallen. Meer dan eens vroeg ik me af of er überhaupt wel sprake was van ‘een groep’. Zo waren er indrukwekkende socialemediapagina’s van de Dutch Defence League en Zwart Front, met flink wat volgers. Uiteindelijk bleek in beide gevallen dat er één persoon achter zat (of twee, als je hun partners meetelde) en dat volgers van deze pagina’s zelf niet verder kwamen dan het toetsenbordridderschap.
En dan waren er nog de nodige rechtsextremisten die losgingen bij demonstraties, maar die niet eens hun eigen leven op orde konden krijgen – laat staan dat ze strategisch een groep konden opzetten en uitbouwen. Zo bleek Defend Gouda uit enkele tieners te bestaan die al moeite hadden om ’s ochtends op tijd op te staan. Ik heb weleens verzucht: ‘Hoezo denken jullie dat nazi-Duitsland met al die orde, tucht en discipline echt iets voor jullie zou zijn geweest?’
Ik werd de afgelopen weken door verschillende media gebeld met de vraag wat ik ervan vond dat er internationale ambitie was vanuit de identitaire beweging om de azc-rellen te kapen voor eigen groei. Dat plan zou in Nederland zou worden uitgevoerd door Identitair Verzet. Maar ondanks gedeelde naam en geleende symbolen is Identitair Verzet geen franchise van een internationale beweging. Natuurlijk zijn er wel eens contacten met gelijkgestemden in andere landen, maar ze worden niet aangestuurd en voeren zeker geen internationale agenda uit.
De laatste weken zie ik dan ook met lede ogen aan hoe in recente mediaberichtgeving een kanaal op sociale media of een aanwezige vlag bij een demonstratie al snel gelijk wordt gesteld aan betrokkenheid van ‘een groep’, waarbij er prompt organiserend en coördinerend vermogen wordt toegekend. Door extreemrechts zo te presenteren, maak je ze veel groter dan ze zijn, geef je hun een haast mythische status en draag je bij aan hun pr.
Daarnaast kan er nooit een zinnige aanpak komen zonder juiste probleemanalyse. Deelnemers van de azc-protesten vormen een diffuse groep van mensen die daar om uiteenlopende redenen staan. Ja, er staan anti-institutionele extremisten en rechts-extremisten tussen omwonenden met concrete zorgen over hun buurt. En er staan ook freelance relschoppers en burgers die denken: als ik me maar lang genoeg intimiderend blijf gedragen, dan krijg ik m’n zin wel.
In de duiding van de afgelopen weken zijn met name die laatste twee categorieën over het hoofd gezien. De freelance relschoppers kwamen vorig jaar al aan bod in een technische briefing aan de Tweede Kamer, naar aanleiding van de rellen op het Malieveld. Het hoofd van de AIVD, de waarnemend Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en de plaatsvervangend korpschef schetsten hoe een deel van de geweldplegers in wisselende samenstellingen al in beeld was geweest bij de coronaprotesten en eerdere azc-protesten. Hun gemeenschappelijke deler was volgens toenmalig AIVD-hoofd Erik Akerboom vooral „een hang naar geweld en tribaal gedrag” en niet zozeer een gedeelde ideologie.
Dat we daarnaast ook nog burgers hebben die menen net zolang te kunnen bullebakken tot ze krijgen wat ze willen, kan evenmin een verrassing zijn. Zo onthulde het Sociaal en Cultureel Planbureau drie jaar geleden dat bijna 6 procent van de Nederlanders vindt „dat de overheid het verdient om hard (en desnoods met geweld) aangepakt te worden”. Bijna 1 op de 5 Nederlanders vindt dat de overheid zo slecht functioneert, dat het hele systeem het beste maar omvergeworpen kan worden.
Wanneer de analyse van de azc-protesten veelal blijft hangen op de aanwezigheid van vlaggen, spandoeken en extremistische individuen, wordt over het hoofd gezien dat er een omvangrijke groep Nederlanders is die de democratische spelregels als optioneel beschouwt. Ook als de huidige spanningen rond asiel worden opgelost (bijvoorbeeld door meer kleinschalige opvang en betere communicatie daarover), dan komt er wel weer een nieuw onderwerp waarop grimmige coalitievorming ontstaat. En ook dan zullen we ons weer verrast afvragen waar dit vandaan komt.