Home

De potvis die in Renesse aanspoelde werd kort voor zijn dood aangevaren

Biologie De walvis bleek goed doorvoed te zijn. In de maag werden „resten van meerdere zeeduivels, kabeljauwen en zeedonderpadden” gevonden.

De sectie op de bij Renesse gestrande potvis.

De dode potvis die op 13 april strandde bij Renesse – en vervolgens tijdelijk zoekraakte – is waarschijnlijk aangevaren, blijkt uit de sectie uitgevoerd door de Universiteit Utrecht. Een grote snijwond op zijn rug, met aan de uiteinden ronde hoeken, suggereert dat deze is veroorzaakt door de schroef van een schip. De aanwezigheid van rode bloedcellen búíten de bloedvaten toont aan dat die aanvaring minuten tot uren heeft plaatsgevonden voor hij stierf.

Lonneke IJsseldijk, hoofd van het strandingsonderzoek, denkt niet dat de wond groot genoeg was om direct dodelijk te zijn. Wel weet ze zeker dat de wond „niet heeft geholpen” in de situatie waarin de normaal diep duikende potvis zich bevond: de ondiepe Noordzee. „In de Noordzee zijn deze diepe duikers waarschijnlijk gedesoriënteerd. Ik kan me voorstellen dat ze daarom een vaartuig niet zien, of niet op tijd, of niet kunnen wegduiken.” Maar omdat ze de aanvaring niet hebben gezien, blijft het deels speculeren, benadrukt ze.

Daarnaast was de walvis door zijn tijdelijke verdwijning al in staat van ontbinding, wat het onderzoek bemoeilijkte. Door gasvorming in het lijf van de walvis explodeerde het dier op het strand. Toch hebben ze op basis van aanvullend onderzoek, voor zover mogelijk, kunnen uitsluiten dat het dier onderliggende ziekten had.

Ook de maaginhoud is onderzocht, door Wageningen Marine Research. Dit toont dat hij goed doorvoed was. Er is een „schoenendoos vol visbotten” gevonden, stelt bioloog Mardik Leopold in het persbericht van de Universiteit Utrecht. „Het betrof resten van meerdere zeeduivels, kabeljauwen en zeedonderpadden, en een enkele snotolf, schol en sterrog.” Er zaten exemplaren tussen van een meter lang. De prooidieren waren nog niet verteerd, dus die zal hij niet lang voor zijn sterven genuttigd hebben.

‘We moeten de signalen serieus nemen’

Uit een recente studie van OceanCare komt een beeld naar voren van steeds meer zeezoogdieren die buiten hun habitat treden. Een derde van alle soorten is waargenomen op plekken waar ze niet ‘horen’ te zijn, 42 soorten in totaal. „Walvissen in rivieren, zeeleeuwen in steden.” Ze worden waarschijnlijk uit hun gebruikelijke gebieden gedreven omdat klimaatverandering ervoor zorgt dat hun prooien zich anders verspreiden.

Mark Simmonds, senior auteur van het stuk, zegt: „Wanneer walrussen opduiken aan de Europese kusten en walvissen ver van hun gebruikelijke leefgebied verschijnen, zijn dit geen merkwaardige, eenmalige gebeurtenissen. Ze zijn een waarschuwing voor de ingrijpende veranderingen die onze oceanen al ondergaan.” Nu zijn walvisstrandingen van alle tijden, maar hij stelt dat dit „wereldwijde fenomeen veel serieuzer” genomen moet worden.

Het onderzoek is anekdotisch en leunt op expertobservaties en interpretaties. Maar dat neemt niet weg dat dit „belangrijke signalen” zijn, zegt Lonneke IJsseldijk. „Het kan wijzen op bredere veranderingen in het mariene ecosysteem en het is daarom zeker relevant om die signalen serieus te nemen en individuele casussen te blijven signaleren, rapporteren en onderzoeken.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Biologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next