Home

Zadel leraren niet op met inclusief onderwijs als onhaalbaar ideaal

Onderwijs

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Leraren vinden het een ideaalbeeld dat in een ivoren toren is bedacht: het streven van politici en beleidsmakers om het onderwijs ‘inclusief’ te maken. Alle kinderen, ook degenen die vanwege een beperking extra hulp en ondersteuning nodig hebben, zouden volgens dit plan naar een school in hun eigen buurt kunnen. Scholen zouden daar in 2035 klaar voor moeten zijn. Dat is waar opeenvolgende kabinetten zich de afgelopen jaren hard voor hebben gemaakt.

Natuurlijk is het een sympathiek ideaal: geen gesleep meer met kinderen in taxibusjes, kinderen met en zonder beperking die elkaar beter zouden leren kennen. Alleen voorzien degenen die dit ideaal moeten verwezenlijken, de leraren, grote problemen in de praktijk. Het is van belang dat er naar hun bezwaren wordt geluisterd, zodat zij niet met een onmogelijke opdracht worden opgezadeld.

De weerstand van leraren tegen inclusief onderwijs werd deze week duidelijk uit een enquête die de onderwijsbonden aanboden aan de Tweede Kamer. Nog geen 20 procent van de leraren is voor, meer dan de helft is ronduit tegen.

Het streven om het onderwijs in Nederland inclusief te maken komt voort uit de ondertekening van een aantal internationale verdragen, waaronder het VN-Verdrag Handicap. Hoewel het uitbannen van discriminatie van mensen met een beperking natuurlijk toegejuicht moet worden, hebben deze internationale afspraken ongewenste consequenties voor het toch al overbelaste Nederlandse onderwijs.

Bij volledig inclusief onderwijs moeten scholen álle kinderen welkom heten, ook leerlingen met bijvoorbeeld een visuele, auditieve, lichamelijke of verstandelijke beperking, autisme of een gedragsstoornis. Leraren vrezen dat dit het onderwijs, dat al kampt met het lerarentekort, nog verder zou ontwrichten. Zij voorzien dan meer onrust in de klas, een hogere werkdruk, slechtere leerprestaties, een daling van het welzijn van leerlingen en een toename van het aantal thuiszitters.

Nu al hebben scholen hun handen vol aan het zogenoemde ‘passend’ onderwijs, dat in 2014 werd ingevoerd. Leraren zeggen dat het sindsdien moeilijker is geworden om kinderen door te verwijzen naar het speciaal onderwijs, terwijl sommigen daar beter af zouden zijn. Ruim 70 procent van de geënquêteerde leraren vindt dat er juist méér kinderen terecht moeten kunnen in het speciaal onderwijs. Zij zeggen dat ze deze leerlingen zelf niet de benodigde begeleiding kunnen geven en dat die expertise ook niet altijd aanwezig is op school. Dat komt doordat er bij de invoering van het passend onderwijs tegelijk werd bezuinigd op ondersteuning en begeleiding.

Dat alles wekt geen vertrouwen dat een nog verdergaande integratie van regulier en speciaal onderwijs de belangen van leerlingen zal dienen. De vraag is nu hoever het kabinet-Jetten wil gaan in het inclusiever maken van het onderwijs. Staatssecretaris Judith Tielen (VVD, Onderwijs) zei na publicatie van de enquête dat zij niet van plan is het speciaal onderwijs af te schaffen. Maar hoeveel speciale scholen openblijven, valt volgens haar nog niet te zeggen.

Het is goed dat leraren hun stem hebben laten horen en dat de staatssecretaris hiernaar luistert, maar dit neemt niet meteen alle zorgen weg. Ook het passend onderwijs zorgt nu al voor problemen. Dat laat zien dat het Nederlandse onderwijs niet klaar is voor inclusieve klassen.

Onderwijs

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next