Ruud Dobber | vicepresident AstraZeneca Onder druk van president Donald Trump verlagen ook Europese farmagiganten hun prijzen in de VS en beloven ze grote investeringen. „Europa laat innovatie door de vingers glippen”, waarschuwt Ruud Dobber, de Nederlandse bestuurder van het Zweeds-Britse AstraZeneca.
Ruud Dobber, vicepresident AstraZeneca.
In de handelsoorlog gaat het nog relatief weinig over farma. Toch lijkt Donald Trump juist van Europese farmagiganten grote investeringen naar de VS te lokken, zonder dat hij zijn dreigementen met invoerheffingen van 100 of zelfs 200 procent op geneesmiddelen al heeft hoeven waarmaken.
De grote farmabedrijven reageren sterk op andere initiatieven van de Amerikaanse president. Eerst kondigde hij nu een jaar geleden een ‘most favoured nations’-beleid aan. In een decreet bepaalde Trump dat de VS voortaan niet meer zullen betalen voor een geneesmiddel dan de op een na laagste prijs die wordt betaald in de andere G7-landen plus Denemarken en Zwitserland. Trump klaagt al lange tijd dat de Amerikanen voor de innovatie in geneesmiddelen betalen terwijl de Europeanen daar alleen maar van profiteren.
Eind juli vorig jaar schreef Trump bovendien een brief aan de zeventien grootste farmabedrijven, waarin hij ze opriep grote investeringen in de VS te doen. Binnen de kortste keren pronkte hij met overeenkomsten over miljardeninvesteringen.
De afgelopen maanden waarschuwden tal van ceo’s van grote Europese farmabedrijven als Novartis, Roche en AstraZeneca dat zij hun investeringen naar de VS en ook naar Azië zullen verschuiven, als de Europese landen niet meer gaan betalen voor de innovatieve geneesmiddelen (waarmee zij, zolang deze onder patent zijn, het meeste van hun investering kunnen terugverdienen) en deze niet sneller toelaten op hun markt.
„Het is een harde boodschap. Maar als onderneming zullen we daar gaan waar innovatie wordt gewaardeerd en ook daar onze investeringen doen”, zegt Ruud Dobber, een Nederlander die al jaren in de top van het Brits-Zweedse farmaconcern AstraZeneca meedraait. In het Nederlandse kantoor op de 18de etage van het WTC in Den Haag stelt Dobber dat in Europa nog te weinig is doorgedrongen dat de beschikbaarheid van medicijnen een geopolitiek machtsspel is geworden. „Amerika en China zijn een voorsprong aan het nemen in onze industrie. Innovatie is Europa door de vingers aan het glippen”, zegt hij.
AstraZeneca zegde in de zomer na de brief van Trump toe de komende jaren 50 miljard dollar in de VS te zullen investeren. „Wij waren het tweede bedrijf dat een overeenkomst ondertekende”, zegt Dobber. „De VS gaat dus nog belangrijker worden voor ons bedrijf. En dat heeft ook alles te maken met de snelle goedkeuring van onze medicijnen, waardoor ze snel beschikbaar komen voor Amerikaanse patiënten.”
Binnen de raad van bestuur van AstraZeneca is Dobber verantwoordelijk voor de divisie biofarmaceutische geneesmiddelen, met 23 miljard dollar goed voor 39 procent van de omzet. Hij werkt al bijna dertig jaar bij het bedrijf. Na zijn studie medische biologie in Utrecht deed hij aan de Leidse universiteit promotie-onderzoek naar immunologie en veroudering. Met zijn PhD op zak koos hij voor een commerciële carrière. Bij het Zweedse Astra, waar hij in 1997 in dienst trad, klom hij snel op tot directeur Nederland.
Later leidde hij alle Aziatische activiteiten, inclusief China, vanuit Singapore. Vervolgens werd hij de baas van alle activiteiten in Europa met als basis Londen. En in 2016 verhuisde hij naar even buiten Philadelphia om vijf jaar verantwoordelijk te zijn voor de Amerikaanse activiteiten.
Dat was dus ook in de tijd van de covidpandemie toen AstraZeneca samen met de universiteit van Oxford een van de vaccins had ontwikkeld. „Dat was een heftige, intense periode, waarin ik veel bij Amerikaanse media heb opgetreden en op het Witte Huis kwam. Je zag toen al dat medicijnen een geopolitiek onderwerp was geworden. Zoals energie nu”, zegt hij.
Dobber woont sinds twee jaar na alle internationale omzwervingen weer in Nederland, maar heeft ook een appartement in Londen waar het hoofdkantoor is. „Tachtig procent van mijn tijd ben ik op reis. Ik spendeer nog steeds veel tijd in de VS en ben ook veel in Azië.”
„Dit is niet specifiek een Trump-issue, dit is een Amerikaans issue. Zowel Republikeinen als Democraten zeggen al jaren dat Amerikanen te veel betalen en daarmee de innovatie voor de hele wereld subsidiëren. De regering-Biden heeft al ingegrepen, Trump heeft de boel nog eens flink opgeschud.
„Wij zullen investeringen in research and development en in fabrieken doen, waar de overheid bereid is om onze geneesmiddelen te vergoeden. In Europa doet het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) zijn werk punctueel, maar zijn vervolgens de vergoedingentrajecten in veel Europese landen ongelooflijk lang en worden veel middelen niet vergoed door de overheden of de verzekeraars. Van de geneesmiddelen tegen kanker die door EMA zijn goedgekeurd, is maar 41 procent beschikbaar in Nederland. In Amerika is dat meer dan 95 procent van de door de FDA (de Amerikaanse toezichthouder) goedgekeurde middelen.”
„Het is een beetje van beide. De Amerikanen betalen veel, drie keer zo veel als Nederlanders, en de prijzen zullen daar wat omlaag moeten. En in Europa moeten ze omhoog, op basis van welvaart en koopkracht van een land. We vragen niet om de prijzen vergelijkbaar met de Amerikaanse prijzen te maken. Amerika is een duur land, met veel hogere premies.”
„Dat argument krijg ik heel regelmatig te horen. De gezondheidsstatistieken worden zeer gedomineerd door het feit dat een groot deel van de Amerikaanse patiënten eigenlijk geen goede toegang tot de zorg heeft. Als je kijkt naar de Amerikanen die wel voldoende zijn verzekerd, dan zie je dat Amerika het op veel aspecten eigenlijk beter doet.
„De mortaliteit bij bijvoorbeeld longkanker of borstkanker is er lager dan in Europa. Ik besef ook wel dat geneesmiddelen niet de oplossing zijn van alles. Maar zeker bij kanker of bij hart- en vaatziekten kan de toegang tot nieuwe geneesmiddelen een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheidswinst.”
De bedreiging voor de farma-industrie in Europa komt niet alleen uit de VS maar ook uit China, benadrukt Dobber. „Wij hebben ook grote investeringen in China aangekondigd voor 15 miljard dollar en daarnaast investeringen in Singapore. De snelheid van innovatie in China is ongelooflijk, ik verbaas mij iedere keer dat ik daar kom. Er komen steeds meer patenten van Chinese origine. De productie verhuist niet alleen vanwege de lagere loonkosten, maar ook omdat de infrastructuur beter is.”
„Sommige zitten meer op het Europese niveau, andere zitten daar ver boven. Maar de Chinese overheid heeft een sterk argument in handen dat hun markt veel groter is, met 1,5 miljard mensen. En dat gebruiken ze. Dus ik ga zeker niet beweren dat de onderhandelingen over de prijzen in China makkelijk zijn. Maar ze betalen wel heel redelijke prijzen. En goedkeuring heb je daar al na een jaar.”
„Wij zijn veruit het grootste farmaceutische bedrijf in China. We zitten er al vijftig jaar en hebben er nu 20.000 mensen werken. Niet alleen in productie, maar ook in onderzoek en ontwikkeling.
„Maar we moeten wel zorgen dat we concurrerend blijven met Chinese bedrijven. Zij hebben hun eerste producten al goedgekeurd gekregen in Europa voor hele innovatieve nieuwe geneesmiddelen. De generieke geneesmiddelen worden bijna alleen nog maar in China en India geproduceerd. Maar willen we dat met de innovatieve middelen ook, met het risico dat ze hier niet meer beschikbaar komen?
„Ja, waarom hebben we het daar wel over als het om energie gaat of om defensiemateriaal, maar niet om geneesmiddelen? Als Europa soeverein wil blijven ten opzichte van China en VS, dan moeten we ook op farmagebied onafhankelijker van ze kunnen opereren. Daar praat ik over met politici. Die hebben met de coronapandemie al gezien hoe belangrijk dat is. Maar dan moeten ze ophouden om innovatie met geneesmiddelen alleen als kosten te zien, en niet als een investering in de samenleving.”
„Absoluut, en ik begrijp ook wel dat dit schuurt. Maar kijk ook wat wij zelf in onderzoek en ontwikkeling investeren. Het laatste kwartaal was dat 3,5 miljard dollar, in het hele jaar besteden we tussen de 14 en 15 miljard aan R&D. Dat kunnen niet zo heel veel bedrijven zeggen.
„Toen ik begon bij dit bedrijf waren die investeringen in R&D nog maar 1 à 2 miljard per jaar. Nu liggen ze zoveel hoger, omdat er met biologische middelen veel meer mogelijk is en de innovatie hard gaat. We maken enorme vooruitgang met middelen tegen hart- en vaatziekten, nog steeds de nummer één killer in de wereld. Op het gebied van oncologie proberen we weg te gaan van chemotherapie, waarbij alle cellen worden gebombardeerd [waaronder ook gezonde], en te werken met middelen die met hele specifieke antilichamen naar de kankercel gaan.
„Maar de risico’s zijn groot. Iedereen ziet de successen, maar er zijn ook zeer regelmatig onderzoeken die niet slagen. Het gaat nu inderdaad heel goed met AstraZeneca en we hebben veel nieuwe veelbelovende middelen in de pijplijn. Maar ik herinner me uit mijn dertig jaar bij dit bedrijf ook de periode dat het helemaal niet goed ging. Dat ik dag in dag uit alleen maar bezig was met mensen ontslaan. Toen hadden we niet die pijplijn van middelen die zouden doorbreken. Ik zie nu ook farmabedrijven waar het even niet ‘hallelujah’ gaat.”
„Het is een belangrijke eerste stap. Het goede nieuws is dat de Britse regering heeft ingezien dat ze de afgelopen jaren te ver is gegaan in het vragen van kortingen op de medicijnprijzen. Dat hebben ze nu ten dele teruggedraaid. Als AstraZeneca zitten we met topwetenschappers in Cambridge en dan zijn we ook bereid om investeringen te doen. Dus onze boodschap is inderdaad dat overheden er zelf voor moeten zorgen dat het investeringsklimaat aantrekkelijk is, zodat bedrijven weer gaan investeren in klinisch onderzoek en in productie.”
„Ik denk dat die 25 procent een beetje speculatief is. Maar los daarvan, het aandeel van de kosten van geneesmiddelen in de totale zorgkosten is in de afgelopen decennia drastisch omlaag gegaan. Toen ik in Nederland bij AstraZeneca begon te werken, gaven we gemiddeld zo’n 14 à 15 procent van het totale gezondheidsbudget uit aan geneesmiddelen. Dat is nu in heel veel Europese landen, ook in het Verenigd Koninkrijk, ruim onder de 10 procent gedaald. Als Europa concurrerend wil blijven in aantrekken van investeringen, dan zullen die prijzen echt omhoog moeten. De wetenschap is in Europa nog steeds op een heel hoog niveau. Maar de rest van de omgeving is niet aantrekkelijk meer.”
„Heel slecht. Steeds meer geneesmiddelen komen nadat ze zijn goedgekeurd door EMA in de befaamde sluis (geneesmiddelen komen dan niet direct in het basispakket, maar de overheid laat zich via het Zorginstituut dan adviseren door wetenschappers en onderhandelt met de producent over de prijs, red.). Die sluis heeft nu een doorlooptijd van 700 tot 800 dagen. Dat het zo lang duurt om tot een beslissing te komen over geneesmiddelen die levensbedreigende ziektes als kanker bestrijden, dat frustreert ons. Als je kankerpatiënt bent, dan heb je niet de tijd om 800 dagen te wachten op je behandeling.”
„Nee, maar als ik een uitnodiging krijg zal ik direct mijn agenda leegruimen. De nieuwe lichting geneesmiddelen die eraan komt, gaat echt een enorm verschil maken voor heel veel patiënten. En ik vind het dramatisch als die niet ter beschikking komen voor die patiënten.”