Home

Mijn kind is snel afgeleid en hopt van de ene activiteit naar de andere. Wat nu?

schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

Even tekenen, met de Lego, nee, toch een boekje lezen. De zoon (7) van een lezer is snel afgeleid en begint op een dag tientallen activiteiten, zonder ze af te maken. Het resultaat: een grote bende en gefrustreerde ouders. Kunnen ze hem trainen om zijn aandacht langer vast te houden?

Dit zeggen de deskundigen

Zelfstandig spelen lijkt een simpele opdracht, maar het vraagt best wat van een 7-jarige. ‘Denk aan: kiezen waarmee je wilt spelen en wát je precies gaat doen en niet afgeleid raken door ander speelgoed of een roepend broertje’, zegt pedagoog Corine Mansvelder van het platform Rust in Ouderschap.

De vaardigheden die nodig zijn om de aandacht vast te houden, prikkels te negeren en impulsen af te remmen, vallen onder de zogenoemde executieve functies. ‘Die vaardigheden zijn tot in de late adolescentie nog in ontwikkeling’, zegt Elise Swart, universitair docent onderwijs en leren aan de Universiteit Leiden. Enig verwachtingsmanagement is dus op zijn plaats. ‘Voor een kind van 7 is het normaal om tien tot vijftien minuten met iets bezig te zijn en daarna wat anders te gaan doen.’

Het trainen van de executieve functies is momenteel een hot topic in het onderwijs, met tientallen boeken over het thema, aldus Swart. Het idee leeft dat je aandacht en het werkgeheugen kunt trainen met bijvoorbeeld computerspelletjes en dat hierdoor lezen en rekenen op school óók beter gaat. ‘Daar is beperkt bewijs voor’, zegt de universitair docent. ‘We zien in onderzoek dat kinderen vooral beter worden in dat betreffende spel, maar dat dit niet of nauwelijks doorwerkt in de dagelijkse praktijk.’

Oftewel: het apart trainen van concentratie is niet nodig. Het werkt beter om dat in het dagelijkse leven te oefenen. ‘Interesse en motivatie spelen een grote rol’, zegt Swart. ‘Bij iets wat het jongetje écht leuk vindt, lukt het vaak beter.’

Hoe pak je het aan?

Door het kind goed te observeren, kunnen de ouders ontdekken waar het precies misgaat. ‘Vindt hij het opstarten lastig omdat hij niet goed weet wat hij moet tekenen of spelen?’ zegt Mansvelder. ‘Sommige kinderen hebben nou eenmaal meer fantasie en nemen sneller initiatief.’ Zijn er momenten waarop het hem wel lukt om langere tijd een activiteit te doen? Als ouder probeer je de puzzelstukjes te verzamelen, waardoor je een goed beeld krijgt.

Ga er vijf minuten bij zitten met volle aandacht, adviseert de pedagoog. Niet om als animatieteam de boel over te nemen, wel om hem op weg te helpen. ‘Dan zeg je: teken jij deze boom af? Roep me daarna even, dan kom ik kijken. Zo houd je de verbinding.’

Daarnaast loont het om vaste routines te ontwikkelen. ‘Als je na het eten altijd een boekje leest, dan wordt dat voorspelbaar’, zegt Swart. Werk in stappen. ‘Eerst voorlezen, dan naast elkaar met een eigen boek op schoot en vervolgens zelfstandig lezen.’ Positieve bekrachtiging werkt stimulerend, zegt Swart. ‘Geef een compliment als hij wat langer heeft gelezen.’

Kijk ook eens kritisch naar de ruimte met speelgoed. ‘Ouders denken vaak: er staat genoeg speelgoed, waarom kan hij niets vinden om zich te vermaken?’ zegt Mansvelder. Maar een groot aanbod kan tot keuzestress leiden.

Wil het jongetje met iets anders gaan spelen? ‘Probeer dan eerst samen de vorige activiteit af te ronden’, aldus de pedagoog. ‘Zeg: ‘Ik zie dat je klaar bent, dan ruimen we nu eerst de stiften op.’

Tot slot: ‘Boekjes lezen en tekenen zijn vrij rustige activiteiten’, zegt Swart. ‘Is er voldoende ruimte voor hem om ook lekker fysiek te spelen?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next