Home

Haperende start kabinet-Jetten past in Europees patroon van politieke verlamming

Het is een vraag die in tal van landen speelt: hoe bestuurbaar zijn West-Europese democratieën nog? De moeilijk te bestrijden fixatie op deelbelangen werkt verlammend, blijkt ook in Nederland.

De Britse premier Keir Starmer toonde zich eind december al gefrustreerd over de bestuurbaarheid van zijn land. Hij trekt wel aan hendels, zo klaagde de Labour-leider in het Lagerhuis, maar er gebeurt vervolgens weinig. Alles loopt vast in een web van regulering, toezichthouders en lobbygroepen.

Elders in Europa is het beeld niet veel anders. In Frankrijk staat bijna alles stil, behalve de uitdijende staatsschuld. In Duitsland leidt de nu alweer ongeliefde bondskanselier Friedrich Merz een verlamd ogende coalitie. Ook Nederland vertoont trekken van onbestuurbaarheid: Rob Jetten beloofde dat het wél kan, maar vooralsnog overheerst machteloosheid.

Politiek redacteur Frank Hendrickx bericht wekelijks over de mechanismen achter de politieke gebeurtenissen.

Het kabinet-Jetten heeft zich er bij de start op verkeken hoezeer bepaalde partijen belang hebben bij stagnatie. Tot verbijstering van de coalitie torpedeerde Geert Wilders in de Eerste Kamer zijn eigen asielwet. Een verrassing had dat eigenlijk niet moeten zijn, zo wordt nu erkend. Wat moet de PVV als het asieldossier geen probleem meer is?

Een vergelijkbare vraag kan gesteld worden over de hypotheekrenteaftrek: waar zou de VVD zijn zonder dit twistpunt? De liberalen wisten, ondanks een ongeliefde partijleider, toch nog een relatief goede verkiezingsuitslag te boeken met twee simpele boodschappen: geen pact met links én handen af van de hypotheekrenteaftrek.

Dat het volgens tal van experts onverstandig is om een oververhitte huizenmarkt jaarlijks op te poken met ongeveer 11 miljard aan belastinggeld is al vele jaren bekend. Maar afgelopen week wezen ambtenaren van het ministerie van Financiën er ook weer op dat vanaf 2031 de rekening nog hoger kan worden. De Belastingdienst is niet in staat om de 30-jaarstermijn te handhaven; als mensen langer hypotheekrente blijven aftrekken, kan dat tot 2042 bijna 1 miljard extra per jaar kosten.

Stagnatie

Het rapport van Financiën was duidelijk: er moet iets gebeuren. Alleen minister van Financiën Eelco Heinen denkt daar anders over: er hoeft niets te gebeuren. Een volgend kabinet moet de knoop maar doorhakken, al zullen tegen die tijd de opties om nog iets te veranderen aanzienlijk zijn geslonken. Een vorm van stagnatie die de VVD niet slecht uitkomt.

Tegenstanders constateren dat de hypotheekrenteaftrek ‘een heel mooi probleem voor de VVD’ is, zoals één ingewijde het formuleert. Als de hypotheekrenteaftrek ooit verdwijnt, is de VVD een cruciaal verkiezingsthema kwijt. ‘Je kunt nu al uittekenen dat ze er bij de volgende verkiezingen weer campagne op gaan voeren.’

De electorale kracht van het onderwerp hangt samen met de diepere angst bij veel kiezers voor verlies en achteruitgang. Elke verwikkeling rond de eigen woning – voor veel mensen het belangrijkste bezit dat ze hebben – raakt direct aan het gevoel van financiële zekerheid. De hypotheekrenteaftrek is daarbij een maandelijks zichtbare component, zeker nu de rente weer wat hoger ligt dan voor 2022.

VVD speelt in op angst

Een partij als het CDA kon bij de verkiezingen nog zo zijn best doen om duidelijk te maken dat de renteaftrek tergend langzaam zal worden afgebouwd en deels gecompenseerd wordt via de inkomstenbelasting, de VVD was effectiever met een boodschap die inspeelde op angst. De partij waarschuwde keer op keer dat het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek hypothetisch honderden euro’s per maand kan schelen. Geen partij stelde zo’n drastisch ingreep voor, maar kiezers namen liever het zekere voor het onzekere.

Het algemeen belang komt ook niet per se overeen met het deelbelang van de huizenbezitters. Zonder hypotheekrenteaftrek worden woningen misschien betaalbaarder, maar voor mensen die al een huis hebben, hoeft dat geen aanlokkelijk vooruitzicht te zijn. Hoge prijzen bieden de insiders op de woningmarkt een gevoel van zekerheid. In de VS wordt dat ook gezien als een verklaring voor het grote aantal juridische procedures die de bouwambities frustreren: nieuwbouwprojecten kunnen een negatief effect hebben op de waarde van bestaande woningen.

Zo zien politici en bestuurders zich vaak geconfronteerd met geïndividualiseerde kiezers die zich verenigen rondom deelbelangen. Coalities dreigen dan te veranderen in samenwerkingsvormen waarin elke partij het deelbelang van de eigen achterban overeind mag houden, of het nou de hypotheekrenteaftrek is, de energieprijzen, het landbouwbeleid of de AOW-leeftijd.

Moeilijke uitweg

Voor Europese regeringen die kampen met een beperkte economische groei en toch grote investeringen moeten doen in veiligheid en klimaat, is het moeilijk om een uitweg te vinden. ‘Kan een liberale democratie ook nog verworvenheden afbouwen?’, vroeg een Haagse bron zich onlangs in een filosofische bui af.

De angst voor achteruitgang en verlies heeft zich niet alleen genesteld bij kiezers, maar ook bij de politieke partijen zelf. Politici kunnen al lang niet meer rekenen op een begripvolle achterban met een gedeelde maatschappijvisie; elke volgende verkiezing kan het einde zijn. De ex-president van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, sprak daar ruim tien jaar geleden al over: ‘We weten allemaal wat we moeten doen, we weten alleen niet hoe we nog herkozen worden als we het eenmaal hebben gedaan.’

Source: Volkskrant

Previous

Next