Europees Mensenrechtenhof
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Politieke bemoeienis met rechters: wie de rechtsstaat koestert, blijft daarvan weg. Uit de situatie in de Verenigde Staten, en eerder in Polen en Hongarije, blijkt hoe wezenlijk het is dat rechters niet worden belaagd – al helemaal niet door politici, van wie je mag verwachten dat ze het goede voorbeeld geven. Dat er rond het Europees Mensenrechtenhof in Straatsburg sprake is van een tegengestelde beweging, van méér politieke bemoeienis, is dan ook verontrustend.
De Raad van Europa nam vrijdag in Moldavië een verklaring aan die de weg vrijmaakt voor grotere politieke zeggenschap over de interpretatie van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Alle 46 leden van de Raad van Europa stemden ermee in, maar het initiatief voor de verklaring lag vooral bij de 27 landen die tevens lid zijn van de Europese Unie. Zij claimen dat het EVRM en de rechters die erover waken het lastig maken om steviger migratiebeleid te voeren.
Vooral artikel 3 moet het ontgelden, het verbod op foltering en onmenselijke behandeling. Negen EU-leiders klaagden vorig jaar mei in een open brief over een te ruime interpretatie hiervan. Die zou het moeilijker maken om criminelen uit te zetten als er een risico is dat ze bij terugkeer in hun land van herkomst worden gemarteld. Het Hof beschermt „de verkeerde mensen”, aldus de briefschrijvers.
De brief was een ongekende aanval op het EVRM, dat na de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog in het leven werd geroepen om een einde te maken aan het verschil tussen ‘goede’ en ‘verkeerde’ mensen. Het onderliggende idee van mensenrechten is bij uitstek dat iedereen ze heeft, en dat het niet zo is dat de ene mens er minder recht op heeft dan de ander. Emoties over walgelijke criminelen zijn begrijpelijk, maar ook walgelijke criminelen hebben het recht op een menselijke behandeling.
De huidige Amerikaanse heksenjacht op migranten leert bovendien dat de aanpak van ‘verkeerde mensen’ uiteindelijk altijd leidt tot willekeur en terreur die iedereen raakt, ook degenen die eerst nog dachten dat dit beleid niet over hen gaat. In Minnesota weten ze er alles van.
De verklaring van Chisinau is niet bindend. De toon is minder heftig dan in de ‘brief van negen’. Aan de tekst van het EVRM zelf wordt geen letter veranderd. Zo bezien is de felste kritiek ingedikt tot een schappelijk eindresultaat. Toch is de verklaring om uiteenlopende redenen griezelig. Allereerst om hoe zij tot stand kwam: in een heel kort tijdsbestek, sterk politiek gedreven, zonder serieus maatschappelijk overleg.
In de tekst ligt de nadruk op respect voor nationale soevereiniteit, maar daar gaat het Hof niet over. Het waakt juist over de rechten van het individu. Bovendien is er geen hard bewijs voor het frame dat het migratiebeleid vastloopt door rechters. Het echte probleem is het gebrek aan EU-solidariteit, niet alleen onderling, maar ook richting derde landen die steeds weer gemakzuchtig worden aangewezen als ‘terugkeerhubs’.
In de verklaring wordt gehamerd op het belang van draagvlak voor het EVRM. De strengere interpretatie zou nodig zijn om het te redden uit de klauwen van populistische, xenofobe partijen die er van af willen. Het tegendeel is waar: juist met deze verklaring wordt het ongefundeerde narratief bevestigd dat het EVRM strenger migratiebeleid in de weg zit. Indirect groeit daarmee ook de druk op de rechters van het Hof. De populisten kunnen tevreden zijn.