Weer werd Nederland opgeschrikt door een vreselijke zaak van kindermishandeling, nu in Stadskanaal. De aanpak ervan schiet nog steeds tekort: er wordt er te veel over kinderen gesproken en te weinig naar hen geluisterd, stelt Kinderombudsman Margrite Kalverboer.
‘Als ik had geweten hoe een normale opvoeding eruitziet, had ik begrepen dat het bij mij thuis niet normaal was.’
‘Ik zou ervoor zorgen dat de politie bij alle mensen thuis zou aanbellen om te kijken of de kinderen die daar wonen wel veilig zijn en goed behandeld worden. Want ouders doen thuis heel anders dan buiten.’
Dit zijn uitspraken van kinderen die opgroeiden met geweld thuis. Ze raken me elke keer weer. Uit ons onderzoek Niemand hielp mij blijkt dat 8 procent van de kinderen opgroeit met ruzie en geweld. Van hen krijgt 80 procent geen professionele hulp. Ze blijven onzichtbaar.
Meldpunten bestaan, maar kinderen stappen daar zelden zelf naartoe. Ze zijn bang dat hun ouders erachter komen, met alle gevolgen van dien. Bovendien herkennen veel kinderen hun thuissituatie niet als onveilig, omdat zij niet weten hoe een veilige opvoeding eruitziet.
Pas wanneer deze kinderen in andere, veilige(r) omgevingen terechtkomen, realiseren ze zich dat hun eigen thuissituatie niet veilig was. Tegen die tijd heeft hun welzijn en ontwikkeling vaak al langdurig onder druk gestaan. Gevolg: het geweld blijft verborgen, waardoor het probleem groter is dan zichtbaar is. Juist wat kinderen níét vertellen, maakt deze problematiek zo omvangrijk en hardnekkig.
Over de auteur
Margrite Kalverboer is Kinderombudsman.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In mijn functie als Kinderombudsman vraag ik telkens aandacht voor wat nog steeds niet goed gaat. Zoals de aanpak van kindermishandeling. Aandacht voor dit probleem is heel belangrijk, want geweld thuis zet het welzijn en de ontwikkeling van kinderen ernstig onder druk.
In al die jaren heb ik met veel kinderen gesproken. Wat mij telkens opvalt is dat ze vaak niet weten wat ze mogen verwachten van een veilige en liefdevolle opvoeding. Kinderen vertellen me ook dat ze, toen de buitenwereld eenmaal wist dat ze mishandeld werden, hadden willen meepraten over wat er met hen gebeurde. Én dat daarmee ook rekening werd gehouden. Ze voelden zich niet goed geïnformeerd, gehoord en gezien. En ook hadden ze wel wat hulp van volwassenen kunnen gebruiken.
Maar ook als er wordt ingegrepen bij onveilige situaties, gaat het nog te vaak mis. Besluiten over kinderen – zoals een uithuisplaatsing – worden nog te vaak óver hen genomen, in plaats van mét hen. Kinderen begrijpen niet waarom hun leven ineens verandert. Ze voelen zich niet gehoord en daarmee niet geholpen Dat gevoel kan hen nog lang blijven achtervolgen.
Dat moet anders. Het is het essentieel dat kinderen een veilige plek hebben om te kunnen praten over hun thuissituatie. Aanbevelingen die ik eerder deed zijn nog steeds relevant: zorg voor één lokale, kindvriendelijke plek waar kinderen direct toegang hebben tot passende ondersteuning, zodat zij hun verhaal maar één keer hoeven te vertellen. En ga in gesprek met een kind wanneer je signalen van onveiligheid ziet – of je nu voetbalcoach, buur, familielid of ouder van een vriendje bent. Neem verantwoordelijkheid en help waar dat kan, ook richting de ouders als dat mogelijk is.
Maar bovenal moeten kinderen een stem krijgen in alles wat hen aangaat. We moeten het gesprek met kinderen normaliseren. Niet pas als het misgaat, maar juist daarvóór. Betrek kinderen bij beslissingen die hun leven raken: wat vind jij belangrijk? Waar voel jij je veilig? Wat heb jij nodig? Wie heb jij nodig?
Dat vraagt actie van ons allemaal. We verwachten dat kinderen zelf aan de bel trekken, maar wij als samenleving moeten blijven signaleren en ondersteunen. Wij als samenleving hebben de plicht om kinderen én hun ouders te ontlasten. Ouders mishandelen of verwaarlozen doorgaans niet omdat ze zo graag hun kinderen kwaad doen. Onmacht, onkunde en angst voor de consequenties van hulp vragen hebben regelmatig de overhand.
Professionals zouden structureel met kinderen in gesprek moeten gaan en kinderen moeten steunen in de zoektocht naar hulp voor hen en hun ouders. Ook de manier waarop we besluiten nemen moet veranderen: het belang van het kind moet vanaf het begin centraal staan.
En dat begint bij bewustwording van kinderen. Want zolang kinderen niet weten wat ‘normaal’ is, en zolang ze niet worden betrokken bij besluiten over hun eigen leven, blijven we achter de feiten aanlopen. Voor mij is het glashelder: uitleggen aan, luisteren naar en betrekken van kinderen moet de basis zijn van alles wat we doen. Want zonder de stem van het kind is geen enkel besluit écht in het belang van dat kind.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant