Souverain N’yudi (25) is dan wel geboren in Congo, maar als mensen vragen waar hij vandaan komt, zegt hij: Oost-Groningen. In Brussel hoopt hij iets te doen tegen de groeiende vluchtelingenhaat. ‘Mensen houden zich niet meer in.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Souverain, bijzondere naam.
‘Het is een Franse naam, maar ik ben natuurlijk hier opgegroeid, dus ik maak het makkelijker: Souv. In de Congolese cultuur hebben we best bijzondere namen. Mensen heten Prudence of Bienvenue, geen namen als Lars.’
Uit wat voor gezin kom je?
‘Een gezin van zes: moeder, vader, vier jongens, twee meiden. Vier zijn 18 plus en de twee kleintjes zijn 7 en 10. Ze wonen in Vries, een dorpje halverwege Assen en Groningen.’
Ben je daar opgegroeid?
‘Ik ben geboren in Congo, in het ziekenhuis van mijn vader, waar hij werkte als chirurg en gynaecoloog. Het was politiek onrustig en mijn vader liep gevaar. Vlak na mijn geboorte moest hij vluchten naar Angola, het buurland. Zes maanden later volgde mijn moeder met mij.
‘In Angola werkte mijn vader weer in een kliniek, maar al snel was het daar ook te gevaarlijk, er werd veel geschoten en ik was erg ziek. Ik had malaria. Via Congo Brazzaville zijn we naar Ivoorkust gevlucht. Daar hebben we anderhalf jaar gewoond, tot we ook daar weg moesten. Wat er precies gebeurde weet ik niet, ik was nog klein. Uiteindelijk zijn we naar Europa gegaan.’
Jullie kwamen in Nederland.
‘Op 3 november 2003, op Schiphol. Die datum vergeet ik niet, want die heb ik vaak moeten invullen. Eerst ga je 48 uur naar een detentieruimte, dan naar een aanmeldcentrum. We zaten kort in Gilze en Rijen, in Brabant. Toen stuurden ze ons naar Ter Apel.
‘Als mensen vragen waar ik vandaan kom, zeg ik altijd: Oost-Groningen. Dat is mijn identiteit. Ik ben dol op de regio, het platteland, de geschiedenis. Van 2003 tot 2005 woonden we in aanmeldcentra, ook in Oude Pekela, daarna in een azc in Dronten, en zes jaar in Musselkanaal.’
In de serie 25 in ’26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Zo lang?
‘We hebben tot 2013 in verschillende azc’s gezeten. Ik ben vaak verhuisd en ging steeds weer naar een nieuwe school. Ik leerde wel snel Nederlands. Met mijn ouders sprak ik Frans en Lingala. Mijn ouders spreken ook nog Kikongo en Portugees, ik niet echt.
‘Vanaf groep 3 ging ik naar een ‘normale’ Nederlandse school, niet meer naar een school voor vluchtelingenkinderen. In het azc spraken kinderen onderling veel Engels, op school Nederlands.
‘Ik had vrienden op school, maar eten of logeren bij andere kinderen vonden mijn ouders moeilijk. Je hebt thuis toch een bed, zeiden ze. Wat meespeelde: als je zoveel hebt moeten vluchten als mijn ouders, vertrouw je mensen niet snel, ze hebben veel verraad meegemaakt in hun leven.’
Wat voor kind was je?
‘Druk, leergierig en nieuwsgierig, ik was altijd aan het rondrennen. Ik heb veel littekens in mijn gezicht, omdat ik regelmatig ergens tegen aanbotste.
‘Tegelijkertijd moest ik snel volwassen worden, dat zie je vaak bij oudste kinderen van vluchtelingen. Ik sprak de taal, mijn moeder inmiddels ook heel goed, maar toen nog niet. Ik las de brieven, deed de officiële telefoontjes, had contact met de IND, ging mee naar de rechtbank.
‘Mijn vader had veel regels en verwachtingen. Ik moest thuis met hem rekenen en op school uitblinken. Zelf heeft hij nooit meer als chirurg kunnen werken in Nederland, zijn opleiding werd niet erkend. Dat vond hij moeilijk.
‘Op school zeiden kinderen soms: jullie krijgen gratis geld. Maar zolang je wacht op een verblijfsvergunning mág je niet werken. In Oost-Groningen had je best veel extreemrechtse sentimenten. Ik heb vaak demonstraties gezien, schreeuwende mensen met fakkels.’
Hoe voelde dat als kind?
‘Als kind maakt het je bang. Als puber werd ik er boos van. Ik ben niet welkom, maar ik heb hier toch niet voor gekozen? Het is sindsdien toegenomen. Mensen houden zich niet meer in. Voor mij is het onderdeel van mijn leven. Dat je in de bus gaat zitten en iemand opstaat omdat hij niet naast je wil zitten, dat mensen je aap of gorilla noemen, of zeggen: maar jij bent een goeie.
‘Ik denk vooral aan hoe dat is voor kinderen die net in Nederland zijn. Hoe bang zij ervan worden. Zelf probeer ik rationeel en kalm te blijven. Ik ga vanaf juni in Brussel werken, ik hoop dat ik bij het Europees Parlement iets kan bijdragen om dit op te lossen. Van binnen raakt het me, maar omdat ik al jong vaak in de rechtbank moest zitten heb ik geleerd mijn emoties te beheersen.
‘Er waren ook veel mensen die ons steunden en hielpen. Ik heb meerdere Nederlandse opa’s en oma’s. Mijn ouders zijn christelijk, we gingen naar de protestantse kerk. Veel mensen uit de kerkgemeenschap hielpen ons.
Souverain N’yudi is op 14 februari 25 geworden.
Hoe volwassen ben je op een schaal van 1 tot 10?
‘Een 8. Ik was al jong heel volwassen qua verantwoordelijkheid, op andere punten moet ik nog bijleren.’
Voel je je onderdeel van een generatie?
‘Ik voel me meer verwant aan mensen die wat ouder zijn.’
‘Bij opa Kees in Kampen gingen we vaak logeren, met zijn andere kleinkinderen, in de zomervakantie. Dan deden we allemaal Nederlandse dingen: de pannenkoekenboot, chinees halen, naar Urk. Opa Anne leerde me schaken en vissen.
‘Al die mensen waren onze steun en toeverlaat, ook financieel, want rechtszaken zijn kostbaar. Bij opa Jaap op de boerderij vierden we kerst en sinterklaas en hij leerde me over landbouw, aardappels en spruitjes. Mijn moeder leerde stamppot maken van oma Siena, en zij leerde haar en anderen fufu, jolofrijst en andere Congolese gerechten maken.’
Hoe is de band met je ouders?
‘Als puber ben ik een tijd boos geweest, op Congo, onze vlucht, dat we nooit geld hadden en dat ik alles moest regelen omdat mijn ouders de taal niet spraken. Ik weigerde Frans en Lingala te spreken, ik wilde niet anders zijn, geen andere huidskleur hebben.
‘Mijn moeder voelde zich hier snel thuis, waardoor ze me beter begreep. Voor mijn vader was de overgang lastiger: hij miste zijn werk als arts enorm, het verlies van zijn professionele identiteit tekende hem.
‘In 2013 vonden we na lang zoeken een eigen huis. Midden in groep acht, vlak voor de Cito, moest ik weer verhuizen. Ik was bang dat ik op mijn nieuwe school geen vwo-advies zou krijgen. Gelukkig haalde ik 545, precies genoeg.’
En daarna?
‘Veel ouders in migrantengezinnen hopen dat hun kinderen arts of advocaat worden. Toen ik Frans en politiek ging studeren – Europese talen en culturen – schrok mijn vader. In Congo heeft politiek een slechte naam. Hij dacht: politici zijn corrupte criminelen die mensen dwarszitten en uitbuiten. Om die reden moest hij vluchten.
‘Ik hield op school van debatteren, geschiedenis, maatschappijleer. Het was de eerste keer dat ik tegen mijn ouders inging. Ik voelde dat het de enige manier was om mijn eigen vrijheid te vinden.
‘In mijn derde jaar ging ik een half jaar op uitwisseling naar Canada. Voor het eerst op mezelf wonen voelde zo goed. Daarna heb ik het Europacollege gedaan, een prestigieuze, dure Europese master in Polen. Ik moest bijdragen aan het huishouden dus ik heb altijd veel gewerkt naast school en studie. Niet bij de Appie, zoals veel leeftijdsgenoten, maar bij ING of VodafoneZiggo. Ik heb veel kunnen sparen.
‘Je woont op een soort luxe campus, met mensen uit heel Europa. Hun ouders werken al bij de EU of hebben wat meer geld. Het was ook mijn kennismaking met voor het eerst alcohol drinken en naar feesten gaan. Heel leuk, maar ik wilde vooral veel leren. Dat is gelukt.
‘In Polen was ik met mijn huidskleur nog meer een uitzondering; mensen staarden, soms reageerden ze agressief. Mijn studiegenoten schrokken ervan. Ik ben het gewend, dus ik blijf kalm.
‘Ik had wel een soort identiteitscrisis. Ik probeerde altijd zo Nederlands mogelijk te zijn, maar besefte: ik ben ook Congolees. Voor het eerst ging ik me verdiepen in de geschiedenis en cultuur, veel lezen.
‘In 2025 ben ik voor het eerst in Congo geweest, met mijn moeder en zusje. Het was geweldig om in een land te zijn waar iedereen mijn kleur heeft. Veel voelde vertrouwd. Ik heb veel familie ontmoet.’
Wanneer kreeg je een Nederlands paspoort?
‘In 2021. Zonder had ik niet naar Canada kunnen gaan. Door onze vlucht, net na mijn geboorte, had ik geen geboorteakte. Op mijn ID stond: nationaliteit onbekend. Dat was vaak stressvol, niet alle instanties zijn ermee bekend, terwijl het een officieel Nederlands document is.
‘Eerder was mijn woede op Congo, de vlucht en mijn ouders gericht, in die tijd werd ik boos op Nederland en instanties. Ik wil die woede omzetten in iets nuttigs. Ik denk dan: genoeg mensen hebben minder kansen dan ik.’
Wat ben je gaan doen?
‘De afgelopen twee jaar heb ik op de Franse ambassade in Den Haag gewerkt. In Brussel ga ik werken als parlementair assistent voor een CDA-Europarlementariër. Ik ben afgestudeerd op mobiliteit en integratie van vluchtelingen in Nederland, ik heb mensen geïnterviewd, ook mijn ouders. Vaak hoorde ik: ik wacht al jaren, ik wil werken, de taal leren, integreren, maar ik mag niets doen. Dat herken ik, daar wil ik me voor inzetten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant