Gemeten in verlies van levenskwaliteit is postcovid het grootste medische gevolg van de covidpandemie. Maar politici in Den Haag lijken niet eens hun best meer te doen om hun desinteresse te verbergen.
Beter tellen, erkenning, zorg op maat, meer samenwerking en langetermijninvesteringen: dat was de even voorspelbare als teleurstellende strekking van het advies postcovid van de Gezondheidsraad dat na twee jaar vorige week woensdag verscheen, maar de indruk wekte alsof het al vijf jaar oud was.
Het advies bevat op het eerste oog goede dingen: zo noemt men postcovid een ‘belangrijk gezondheidsprobleem’, trekt men het breder naar vergelijkbare aandoeningen, noemt men de noodzaak van die langetermijninvesteringen en wordt betwijfeld of zo’n groot aantal patiënten wel ‘geabsorbeerd kan worden in de reguliere zorg’.
Over de auteur
Tom Molmans is psychiater (np), postcovidpatiënt en expert in post-acute infectieziekten.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Maar wie de materie kent, beseft dat het ontbreekt aan iedere schaal- en impactanalyse, aan de juiste erkenning, medische adviezen en onderzoeksprioriteiten, aan de bijbehorende kansen voor andere aandoeningen – relevant voor al die ‘burn-outs’, de vergrijzing en toekomstige pandemieslachtoffers – en überhaupt aan enige urgentie.
Zo weten we al jaren dat, gemeten in verlies van levenskwaliteit, postcovid het grootste medische gevolg van de covidpandemie is. Op basis van de conservatiefste schattingen beslaat enkel de groep met ernstige klachten wereldwijd zo’n 65 miljoen mensen, ongeveer heel Frankrijk. Deze groep heeft vaak een lagere levenskwaliteit dan die van een MS- of kankerpatiënt. Dit alles wordt om meerdere redenen echter nooit gecommuniceerd: de historische miskenning en beschadiging van deze groepen, weer niet benoemd, is er daar één van.
Verhoudingsgewijs was het inmiddels opgebruikte en verder wegbezuinigde postcovidbudget, zo’n 30 miljoen, dus altijd al maar een grijpstuiver. Dit ligt in lijn met de keuze van arts en toenmalig minister Kuipers om het probleem niet eens in kaart te brengen; wat je niet telt bestaat immers niet. De adviescommissie verschuilt zich hier nu achter, ondanks ruim driehonderd pagina’s aan feedback van patiënten en experts.
Toen de bezetting van de commissie bekend werd, was eigenlijk al duidelijk dat dit de uitkomst zou worden. Als je een advies grotendeels laat schrijven door mensen zonder de juiste expertise en, nota bene, medeverantwoordelijk voor het probleem, hoef je niet veel te verwachten. De commissievoorzitter moest laatst opstappen omdat ze haar onveranderde mening niet voor zich had kunnen houden; ‘gelukkig’ werd ze vlot vervangen door een andere psychosomaticus. De controverse bleef andermaal uit.
In een vooropgezet een-tweetje met EenVandaag vorige week woensdag, was het voor de Gezondheidsraad dan ook zaak iets anders te verkondigen. Volgens Katrien Stronks, als voorzitter van de raad niet betrokken bij de adviescommissie, was de kern dat ‘dit een ziekte is die voor iedereen een andere impact heeft (…) omdat de aandoening zich verschillend kan uiten’. Dat niemand dat eerder had bedacht!
Ook aan de even plichtmatige als holle ‘erkenning van de ervaringen van patiënten’ ontbrak het niet. Vaak zijn het juist de personen met boter op het hoofd die daar de mond van vol hebben. Zo hoeft het over welke erkenning er vooral nodig is – en hoe dat nadelig is voor bepaalde onderzoekers, zorgverleners, politici en andere belanghebbenden – nooit te gaan. Het is een even opportunistische, effectieve als goedkope witwasstrategie, die internationaal wordt toegepast.
Dit werd nog eens pijnlijk duidelijk uit een andere opmerking van Stronks, die middels een vast goedbedoelde catch-22 het vuile werk voor anderen opknapte: ‘Mensen horen nog vaak dat het wel ‘tussen de oren zal zitten’ of voelen zich niet serieus genomen. Dat zorgt juist voor verergering van de klachten.’ Vrij vertaald: patiënten vinden hun klachten niet psychisch, maar die worden wel erger als je die zo benoemt, wat weer suggereert dat ze (deels) psychisch zijn. Zo hoeven we niet alleen niemand aansprakelijk te houden, maar kunnen we minstens deels op de oude voet verder. Ziet u het al gebeuren bij MS, kanker of hiv?
Deze onder goede bedoelingen verhulde bagatellisering ziet zich cynisch gespiegeld in de medische en politieke realiteit. (Huis)artsenverenigingen doen niet eens hun best meer om hun desinteresse te verbergen. Zo ook Den Haag: het was al het toonbeeld van politieke marginaliteit dat na twee jaar aandringen het laatste debat over postcovid gevoerd werd in een praktisch lege Tweede Kamer, nota bene op de laatste dag van het dubbel-demissionaire kabinet-Schoof.
Dat de medische en politieke houding daar samenkwamen in hoe arts en demissionair minister Bruijn vol zelfoverschatting patiënten voor de bus gooide, ging ook nog aan iedere verontwaardiging voorbij: met de zorg zat het wel goed omdat men maar meer moest drinken en ‘een huisarts in Brabant’ huisbezoeken deed, maar bovenal moesten patiënten niet zo agressief doen.
Dat de partijen in het kabinet-Jetten – of moet ik zeggen: Yesilgöz – het thema in de verkiezingscampagne doodzwegen, daarna financieel de nek omdraaiden en het enkel nog lieten noemen om bezuinigingen op de sociale zekerheid te legitimeren, want ‘het kan wel’, was dan ook een zekerheidje. Wel reageerde minister Sophie Hermans bedreigd en nijdig toen zij geconfronteerd werd met het doorzetten van het wegbezuinigen van de pandemische paraatheid, want dat ging om jaarlijks 300 miljoen.
Hierop werd dit voor de helft teruggedraaid. Terloops gevraagd naar het wegbezuinigen van de laatste restjes voor postcovid en dergelijke, reageerde ze daarentegen net zo nonchalant als haar voorganger: de huisartsenzorg ging het wel opvangen. Lees: het is een margekwestie, en er is toch geen behandeling.
Die houding doet vermoeden dat minister Hermans er niet eens van op de hoogte was dat dit advies er nog aan zat te komen, zo verstopt aan het einde van het politieke jaar. Al voorziet de Gezondheidsraad dus wel degelijk problemen met de ‘absorptie in de reguliere zorg’, en steekt de grootste huisartsenvereniging de kop in het zand, van zo’n toch vooral laf rapport zal Hermans niet snel wakker liggen. Wat je niet telt, bestaat immers niet.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant