Home

Na een lange aanloop lijkt het lobbyregister (enigszins) transparant te gaan maken wie koffiedrinkt met Haagse politici en topambtenaren

Pressiegroepen Al jaren loopt Nederland achter op de rest van Europa wat de spelregels rondom lobbyen betreft. Een ‘lobbyregister’ moet nu een inhaalslag bewerkstelligen. „Wat ik bizar vind van onze democratie, is dat alles tot in de puntjes is geregeld, behalve het lobbyen.”

Een wandelgang achter de plenaire zaal van de Tweede Kamer op de dag van de ambtenarenstaking.

Op de koffie bij een Kamerlid, topambtenaar of minister: lobbyisten in Den Haag doen het maar al te graag. Althans, zo valt aan te nemen, want precies weten welke lobbyist een afspraak heeft gehad met wie, dat blijft ondoorzichtig. Anders dan in zeven andere Europese landen, waaronder Duitsland en Ierland, maar ook bij de Europese Unie, hoeven lobbyisten in Nederland hun afspraken niet te registreren.

Dat wil het kabinet nu veranderen met een ‘lobbyregister’. Daarin worden afspraken tussen politiek Den Haag en lobbygroepen vastgelegd om zo meer inzicht te krijgen in wie invloed kan uitoefenen op de macht. Minister Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken, CDA) schreef eerder deze maand in een Kamerbrief in het najaar te laten weten hoe het kabinet het register voor zich ziet. Woensdag debatteert de Kamer over de nieuwe lobbywetgeving.

Er wordt al meer dan tien jaar over het lobbyregister gesproken in Den Haag. Het voorstel werd steeds vooruitgeschoven en belandde telkens onder aan de politieke agenda. Het register is een langgekoesterde wens van een Kamermeerderheid. Zo schreven Volt-Kamerlid Laurens Dassen en oud-Kamerlid Pieter Omtzigt in 2022 een initiatiefnota met de oproep een register in te voeren, die op brede steun kon rekenen.

Nederland loopt in Europa namelijk achter als het gaat om spelregels voor lobbyen. In 2021 tikte GRECO, de anticorruptiewaakhond van de Raad van Europa, Nederland al op de vingers. Een reeks aanbevelingen volgde, waaronder het lobbyregister.

‘Niet proportioneel’

Daaropvolgende kabinetten zeiden het register in te zullen voeren, of minstens de mogelijkheid te onderzoeken, zoals het kabinet-Schoof. Toch noemde voormalig minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) vorig jaar maart een lobbyregister „niet proportioneel”. Ze wilde eerst andere manieren tegen het licht houden. Opmerkelijk, aangezien NSC ‘goed bestuur’ als pijler had én voorstander was van het register. Volgens Uitermark zouden de publieke agenda’s van bewindspersonen echter dezelfde openheid kunnen bieden. 

Probleem is alleen dat die niet goed worden bijgehouden, waardoor het onduidelijk blijft hoeveel lobbyisten dagelijks in contact komen met de politieke dan wel uitvoerende macht. Open State Foundation, een organisatie die beoogt de transparantie van openbaar bestuur te verbeteren, stelde vast dat hoogstens 30 procent van de agenda’s van de bewindslieden van kabinet-Schoof netjes was bijgewerkt. Wettelijk is het niet verplicht, maar het maakt wel deel uit van de richtlijnen van het kabinet. „Voormalig minister van Volksgezondheid, Fleur Agema (PVV), hield haar agenda bijvoorbeeld heel goed bij, maar haar partijgenoot Marjolein Faber (Asiel) had daar lak aan”, vertelt Serv Wiemers, de directeur van Open State. 

Er is wel een ‘lobbypas’, die lobbyisten kunnen krijgen om de publieke ruimtes van het Tweede Kamergebouw te kunnen betreden. Momenteel staan 57 lobbyisten daarvoor ingeschreven, blijkt uit de Tweede Kamersite. „Een zeer onvolledig systeem”, zegt Wiemers. Want dat bedraagt slechts een fractie van het totale aantal lobbyisten. Overigens is het exacte aantal lobbyisten onbekend, maar Wiemers schat duizenden.

Bovendien registreert de lobbypas alleen maar wie toegang heeft tot de Tweede Kamer, niet hoe vaak de pas wordt gebruikt, evenmin wanneer een lobbyist buiten de Kamer afspreekt. „Wat ik bizar vind van onze democratie, is dat alles tot in de puntjes is geregeld, behalve het lobbyen”, zegt Wiemers.

Toegevoegde waarde

Een lobbyregister moet deze hiaten vullen. Hoe het precies eruit komt te zien, is wel nog onduidelijk. Zo heeft het kabinet nog niet besloten of het alleen bewindspersonen betreft of ook topambtenaren. Dat laatste adviseerde GRECO, in een rapport uit 2021, aangezien die ambtenaren ook in contact staan met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Volgens Caelesta Braun, hoogleraar openbaar bestuur aan de Universiteit Leiden, gaat het in de Kamer te vaak over óf lobbyisten wel moeten worden geregistreerd, te weinig over de vorm. Ze onderzocht met haar collega Bert Fraussen, van dezelfde universiteit, in opdracht van eerdere kabinetten de toegevoegde waarde van een register.

Onduidelijk bleek bijvoorbeeld welke informatie moet worden opgenomen. „Voeg je ook de aanleiding voor het gesprek toe, zoals dat in Brussel moet? Dat is afhankelijk van wat je precies wil bereiken”, aldus Braun. Helemaal waterdicht is het register ook niet. „Het biedt vooral inzicht in de formele toegang en laat de daadwerkelijke invloed buiten beschouwing”, stelt Braun.

Zo kan ook op informele plekken worden gelobbyd, buiten de Kamer, het ministerie of tijdens een werkbezoek. „Maar tegelijkertijd biedt het register wél enig inzicht in welke belangengroepen een weg vinden naar politiek Den Haag en of er een balans zit tussen die belangen.” 

D66-Kamerlid Joost Sneller en Volt-Kamerlid Laurens Dassen pleitten al langer voor een register en hielden zelf een jaar lang hun openbare agenda bij – inclusief afspraken met lobbyisten. „Ik zag dat VNO-NCW [belangenbehartiger bedrijfsleven] vaak aanklopte, maar de vakbond FNV niet, dus toen heb ik zelf FNV benaderd”, vertelt Sneller. Een register kan ook bewindslieden die spiegel voorhouden, denkt het D66-Kamerlid.

Politiek Den Haag

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next