Energie Bij de vorige energiecrisis deed Nederland het al: de uitzonderlijke winsten door gestegen brandstofprijzen extra belasten, ten goede van de samenleving. Maar bezwaarprocedures daartegen lopen nog. In de discussie over de maatregel speelt een definitiekwestie.
Greenpeace voerde deze maand actie bij het hoofdkantoor van Shell Nederland, voor belasting over de hoge winsten die olieconcerns behalen.
Het is steeds moeilijker vol te houden dat de hoge olieprijs ‘tijdelijk’ is. De blokkade van de Straat van Hormuz door Iran, in reactie op de Amerikaans-Israëlische aanval op het land, duurt inmiddels ruim elf weken. In normale tijden gaat 20 procent van de wereldwijde olieproductie door de zeestraat; nu is er dus schaarste, waardoor de olieprijs wereldwijd flink is gestegen, van 60 dollar per vat voor de oorlog tot zo’n 110 dollar per vat de afgelopen dagen. Een einde aan het conflict lijkt niet snel aanstaande. En al zou dit er zijn, dan nog zal de olieproductie voor langere tijd verstoord zijn.
Bijkomend effect: de oliebedrijven maken heel veel winst. BP noteerde het eerste kwartaal zelfs een verdubbeling ten opzichte van een kwartaal eerder, ook Shell en TotalEnergies kwamen flink hoger uit. Vooral de handelsafdelingen deden het goed, analyseerde Financial Times, die zorgden voor de helft tot twee derde van de totale winstgroei. Aandeelhouders profiteren mee, de bedrijven verhoogden dit kwartaal hun dividenduitkering.
Het kan niet anders dat ook de komende cijferronde weer flinke winsten gerapporteerd worden. De Britse krant The Guardian becijferde dat de totale overwinst van de honderd grootste oliebedrijven tezamen voor heel het jaar weleens uit kan komen op 230 miljard dollar (zo’n 200 miljardeuro).
Dat is een ongemakkelijke werkelijkheid. Landen, olieafhankelijke bedrijven en consumenten hebben ondertussen met hoge kosten te maken en zitten soms in de knel. In diverse landen gaan stemmen op om de ‘overwinsten’ die de oliebedrijven maken stevig te belasten. De Tweede Kamer nam eind maart al een motie van de Partij voor de Dieren aan die opriep te onderzoeken of de overwinsten van oliebedrijven ingezet konden worden voor steun aan kwetsbare huishoudens. Ook in Frankrijk klinkt vanuit oppositiepartijen luid de roep om een dergelijke belasting. Een groep andere Europese landen schreef een brief naar de Europese Commissie met het verzoek om overwinstbelasting in alle lidstaten in te voeren.
Landen worstelen ermee omdat er geen eenduidige definitie is wanneer winst als overwinst gekwalificeerd wordt. En zijn er niet ook meer bedrijven aan te wijzen die een hogere winst hebben dankzij de oorlog in Iran, zoals verkopers van elektrische auto’s?
„Er zijn wel belangrijke verschillen”, zegt docent en onderzoeker belastingrecht Tim van Brederode, die aan de Universiteit Leiden onderzoek doet naar overwinsten. „De hogere winst van oliebedrijven is niet te danken aan innovaties of ondernemingsrisico’s die zij nemen. Hun kosten voor productie zijn niet veranderd, de winsten nemen alleen toe omdat het aanbod verstoord is. Daarom is het een meevaller, de overwinst. Bij de verkoop van elektrische auto’s zit het heel anders. Die zit in de lift doordat de oorlog het consumentengedrag verandert. Daardoor nemen de winsten wel toe, maar de consumentenprijs blijft gelijk. Dat maakt het echt een andere situatie.”
„Dat juist naar oliebedrijven wordt gekeken en niet naar elektrische-autoverkopers is ook goed te rechtvaardigen in een breder belang”, zegt milieueconoom Sjoerd Boerdijk van onderzoeksbureau CE Delft. „De winst is duidelijk gestegen door de energiecrisis, terwijl de activiteiten waarmee zij geld verdienen gepaard gaan met maatschappelijke kosten zoals klimaatschade. Door géén overwinstbelasting in te voeren, blijven investeringen in fossiele activiteiten aantrekkelijk. Zulke investeringen gaan vaak decennia mee en ze staan op op gespannen voet met de klimaatdoelen. Bij elektrische auto’s is dat precies omgekeerd.”
Zowel Europa als Nederland is vooralsnog terughoudend met het invoeren van een overwinstbelasting. Tijdens de vorige energiecrisis, in 2022, was in Nederland wel nog zo’n heffing opgetuigd, de zogenaamde ‘solidariteitsbijdrage’. Bedrijven die ten minste 75 procent van hun omzet uit olie- en gasgerelateerde zaken halen, mochten 20 procent meer verdienen dan hun gemiddelde winst in de vier jaren ervoor zonder extra belasting. Alles daarboven werd extra belast met 33 procent.
De Nederlandse staat haalde er 5,6 miljard euro mee op in 2022, blijkt uit EU-cijfers, voornamelijk uit gestegen gaswinsten. Maar de Belastingdienst ontving ook een flink aantal bezwaren van die bedrijven, die opgeteld 2,7 miljard euro terugvragen, schrijft Trouw. Procedures daarover lopen nog. De belasting is na 2022 weer afgeschaft.
„De bezwaren gaan vooral over waarom alleen deze sector belast is en over het feit dat er met terugwerkende kracht belast werd”, zegt Van Brederode. „De bezwaren hebben volgens mij wel een hoog gehalte van ‘gewoon proberen’. Nee hebben ze, misschien krijgen ze die door zo’n bezwaar van tafel, of hoeven ze minder te betalen.”
Het Verenigd Koninkrijk stelde in 2022 een overwinstbelasting in die nog altijd bestaat, de zogenaamde Energy Profits Levy, in de volksmond de windfall tax. De heffing geldt voor winsten uit de winning van Britse olie en gas, en het bedroeg in eerste instantie 25 procent en inmiddels 38 procent.
Ook in het Verenigd Koninkrijk is er discussie over het fiscale instrument, onder meer over onduidelijkheid van de maatstaf. Er is geen grens vastgelegd waarboven de belasting geheven wordt, wel dat hij komt te vervallen als de olieprijs onder de 74 dollar per vat komt. In een toekomstige wijziging van de wet is wel een drempel opgenomen: de belasting gaat gelden als de olieprijs boven de 90 dollar per vat komt.
Is deze definitie ook iets voor Nederland? „Het zou kunnen, het geeft wel duidelijkheid. Maar de definitie wat in Nederland als overwinst eerder gold, afgezet tegen de vier voorgaande jaren, vind ik ook best duidelijk”, zegt Van Brederode. „Het getuigt juist van consistentie en voorspelbaarheid om nu met vergelijkbare wetgeving te komen als in 2022. De kennis erover is er, dus deze wetgeving zou in enkele weken op te tuigen moeten zijn. Om dezelfde discussies als over het inzetten van de belasting in 2022 te voorkomen, zou ik het niet met terugwerkende kracht invoeren.”
„Als er behoefte is aan een objectiever referentiepunt dan kun je winst ook relateren aan de bezittingen van een bedrijf”, zegt milieu-econoom Boerdijk. „Dan kijk je hoeveel winst een bedrijf maakt ten opzichte van wat het bezit. Overwinst kun je vervolgens definiëren als een rendement boven een bepaalde grenswaarde.”
De doeltreffendheid van de maatregel is een ander punt waarom landen twijfelen of zo’n instrument zin heeft. Oliebedrijven werken heel internationaal. Het is bijvoorbeeld zeker niet zo dat álle ‘uitzonderlijke’ winst die Shell (tegenwoordig een Brits bedrijf) bijschrijft, dit jaar onder de Britse regeling valt. Activiteiten in het buitenland, het overgrote deel van Shells bedrijfsvoering, blijven erbuiten. Toch heeft de regeling de Britse schatkist al best wat opgeleverd, schrijft de BBC: 2,6 miljard pond in 2022-2023, het jaar daarna 3,6 miljard pond en vorig jaar 2,9 miljard pond.
„Natuurlijk werken de bedrijven internationaal en ook de afzetmarkt van de raffinaderijen, die belangrijk zijn voor Nederland, is internationaal”, zegt Van Brederode. „Maar ik ben van mening dat je consequent moet zijn, als je vindt dat de energiecrisis leidt tot onrechtvaardige prijzen, dan moet je zo’n belasting invoeren, ook al is het maar over een deel van de totale winst.”
Er is wel het risico dat de bedrijven hun activiteiten voor zover mogelijk gaan verplaatsen naar landen waar gunstiger regelingen gelden. „Het ligt daarom voor de hand om een belasting als deze op EU-niveau in te voeren, dan beperk je dit soort weglekeffecten”, zegt Boerdijk. „Ik denk dat het belangrijk is dat er een structurele belasting op overwinsten voor olie- en gasbedrijven komt. Dan is er voorspelbaarheid, en direct ook een financieringsbron voor onvoorziene overheidsuitgaven ten tijde van crisis.”