MH17, de vergiftiging van Navalny en recent het bombardement op een meisjesschool in Teheran: onderzoekscollectief Bellingcat kwam de afgelopen jaren met grote onthullingen op basis van openbare data. Oprichter Eliot Higgins heeft nu een missie: de methode-Bellingcat zoveel mogelijk verspreiden.
MH17, de vergiftiging van Navalny en recent het bombardement op een meisjesschool in Teheran: onderzoekscollectief Bellingcat kwam de afgelopen jaren met grote onthullingen op basis van openbare data. Oprichter Eliot Higgins heeft nu een missie: de methode-Bellingcat zoveel mogelijk verspreiden.
Als Eliot Higgins (47), de man achter het onderzoekscollectief Bellingcat, in het verleden aan een lezing in het buitenland begon, keek hij eerst altijd even naar de achterste rijen. Het was goed mogelijk dat er iemand zou zitten, werkzaam voor de Russische ambassade, met een notitieblokje in de hand.
Afgelopen week was Higgins in Amsterdam voor een lezing bij uitgeverij DPG Media, waartoe ook de Volkskrant behoort, over de relatie tussen waarheidsvinding en de afbrokkeling van democratische instituties. Vrees voor Russische spionnen heeft hij niet meer zo erg, maar helemaal risicoloos zijn zijn publieke optredens niet.
Higgins bracht met Bellingcat de afgelopen jaren baanbrekende onderzoeksverhalen (onder andere over het neerhalen van MH17 en de vergiftiging in 2020 van de inmiddels overleden Russische dissident Alexei Navalny) en werd daarmee een doelwit van de Russische veiligheidsdiensten. Ook wordt hij al jaren bedreigd door pro-Russische individuen. De dreiging is niet alleen afkomstig van statelijke actoren, maar ook van complotdenkers op sociale media.
Het evenement in Amsterdam was daarom omgeven met veiligheidsmaatregelen. Het werd niet publiekelijk aangekondigd, toegang was alleen mogelijk met een persoonlijk toegekende QR-code, en bij de ingang konden bezoekers om een ID-kaart worden gevraagd.
Higgins: ‘Er kan bij zo’n evenement altijd iemand opduiken die zich de afgelopen tien jaar kwaad heeft gemaakt over jou op het internet en heeft besloten dat dit de avond is dat hij je gaat afmaken.’
Higgins begon zijn journalistieke carrière in 2012 vanuit zijn woonkamer in Leicester – tussen Londen en het noordelijke Manchester – met het analyseren van wapens die werden gebruikt in de burgeroorlog in Syrië. Hij was een werkloze administratief medewerker die thuis voor zijn kind zorgde.
Wapenkennis bezat hij niet, maar hij had wel een laptop en een goed oog voor detail. Zijn onderzoeken, die hij publiceerde op een blog, werden al snel opgepikt door grote media. Zo belandden Higgins’ onthullingen over hoe wapens uit voormalig Joegoslavië opdoken in de Syrische burgeroorlog in The New York Times.
Twee jaar later richtte hij Bellingcat op. Met behulp van sociale media, video’s, satellietbeelden, berichtgeving door lokale journalisten en andere openbare data (zogeheten open source intelligence of ‘osint’) onderzoekt het collectief ‘onderwerpen van maatschappelijk belang’.
Inmiddels heeft de organisatie 37 medewerkers. Tien daarvan werken vanuit Nederland, waar het administratieve hoofdkantoor vanwege de Brexit sinds 2018 is gevestigd.
Higgins komt deze dagen nog weinig zelf toe aan digitaal speurwerk. Naar eigen zeggen past dat bij hoe zijn rol in de organisatie in de loop der tijd is veranderd.
‘Sinds 2022 zien we een enorme toename in het gebruik van openbronnenonderzoek door de grote nieuwsorganisaties. Het is mainstream geworden. Nu stuiten we op een heel ander soort vraagstuk dat de kop opsteekt, iets dat draait om onze democratische veerkracht. Voor mij betekent dit dat ik dieper over mijn werk moet nadenken en dat ook naar mensen toe moet communiceren.’
Tegenwoordig doet Bellingcat meer dan alleen osint-onderzoek. Zo onderhoudt het een grote gemeenschap op het online platform Discord, waar vrijwilligers samen informatie verifiëren. Ook organiseert de journalistieke organisatie wereldwijd trainingen in openbronnenonderzoek.
Het collectief deelde zijn bevindingen met aanklagers en onderzoekers in internationale rechtszaken, zoals de zaak die Oekraïne en Nederland tegen Rusland voerde bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voor het neerhalen van vlucht MH17.
Recentelijk onderzocht Bellingcat de luchtaanval op een meisjesschool in Iran op 28 februari, waarbij meer dan 150 mensen, voornamelijk kinderen, werden gedood. De Amerikaanse president Donald Trump beweerde in een persconferentie begin maart dat de Iraniërs achter de aanval zaten: ‘Ze hebben totaal geen precisie met hun munitie.’
Een dag later publiceerde Bellingcat als eerste een onderzoek naar een video van een raket die in de buurt van de meisjesschool was gevallen. Het is een type raket dat alleen de Amerikanen hebben. Het officiële Amerikaanse onderzoek naar de dodelijke aanval loopt nog.
Bellingcat bestaat inmiddels twaalf jaar. Waar op het spectrum van journalistiek en activisme zou u de organisatie nu plaatsen?
‘Activisme proberen we altijd te vermijden. We vinden het prima als ons werk organisaties helpt die wel actievoeren, maar we proberen neutraal te blijven. Het is alleen altijd zo geweest dat wanneer wij informatie naar buiten brengen, de ene kant blij zal zijn en de andere kant niet.
‘Ik zie onze onderzoeken als een bouwsteen voor iets waar bijvoorbeeld journalisten op voort kunnen bouwen. In het geval van het onderzoek naar de luchtaanval op de meisjesschool in Iran weten we dat we onze informatie zo snel mogelijk naar buiten moeten brengen. Journalisten die in het Witte Huis zitten, weten dan zeker dat er recht in hun gezicht wordt gelogen door Trump. Zij kunnen de vervolgvragen stellen.
‘Als je kijkt naar alles wat we doen, dan is de educatieve kant voor mij het belangrijkst, we moeten de volgende generatie voorbereiden op dit informatietijdperk. We hebben meer dan zesduizend mensen getraind in de Bellingcat-methode en werken nu samen met universiteiten en middelbare scholen om deze onderzoeksvaardigheden op te nemen in het onderwijscurriculum.’
Jullie recente scoops gingen over het factchecken van de Amerikaanse overheid, tot voor kort een democratie waarvan we de informatievoorziening redelijk konden vertrouwen. Hoe kijkt u daarnaar?
‘Mensen zeggen weleens dat wanneer Bellingcat onderzoek naar jouw land doet, het waarschijnlijk slecht nieuws voor dat land is. Ik denk dat dit zeker geldt voor de Verenigde Staten. Ik kan op dit moment niet naar de VS afreizen. We hebben signalen ontvangen dat mijn naam voorkomt op een lijst met mensen waar het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken onderzoek naar doet, omdat ze kritiek hebben geuit op Trump. Al is er maar één procent kans dat ik bij de grens word aangehouden, dat risico wil ik niet nemen.’
De documentaire die in 2018 over jullie werd gemaakt had de titel Bellingcat: Truth in a Post-Truth World, over een wereld waarin feiten ondergeschikt zijn aan meningen. Dat was voor Trumps tweede termijn, de Russische invasie van Oekraïne en het wijdverspreide gebruik van AI. In wat voor wereld leven we nu?
Lachend: ‘Een post-post-truth world? Nee, soms vind ik de term post-truth een beetje overdreven, maar het is volgens mij wel waar. We zijn volledig opgegaan in het huidige informatietijdperk en kunnen ons nauwelijks nog een alternatief voorstellen.
‘We hebben onze hele informatie-infrastructuur – niet alleen waar we ons nieuws vandaan halen, maar ook hoe we contact hebben met onze families en relaties – gebouwd op platforms waar we zelf geen controle over hebben.
‘Niet alles aan het internet is slecht: mijn carrière zou er niet zijn geweest zonder Twitter (inmiddels X, red.). Al die techbedrijven maken ook dingen die nuttig zijn, maar ze beginnen te veel naast hun schoenen te lopen en hun algoritmes maken ons verslaafd.
‘Ik maak me veel zorgen om mijn 14-jarige dochter. Haar generatie gebruikt al heel veel AI. Sommige van haar vriendinnetjes hebben het nu over AI-vriendjes. Dan vraag ik me af: hoe gaan zij ooit een normale relatie krijgen als dit hun eerste ervaring met relaties met jongens is?’
Hoe gaan traditionele media volgens u om met die toename van AI-beelden?
‘In maart publiceerden we over een misstap van De Telegraaf. Ze hadden een verhaal over een Nederlandse vrouw die zogenaamd vluchten vanuit Dubai regelde voor mensen die wilden ontsnappen aan Iraanse luchtaanvallen. De krant gebruikte een foto van de vrouw waarvan wij achterhaalden dat die gegenereerd was met AI.
‘De Telegraaf (die de passage en foto later verwijderde, red.) zegt dat ze die informatie kregen van een betrouwbare bron die ze ook voor andere verhalen hebben gebruikt. Als zulk vertrouwen neerkomt op: ik kan zelf niet zien of deze afbeelding met AI gemaakt is, dus ik ga vertrouwen op iemand in mijn netwerk, en die persoon blijkt vervolgens niet betrouwbaar te zijn, dan leidt dat steeds opnieuw tot dit soort situaties.
‘We moeten mensen dus blijven trainen in het herkennen van AI, ook al verandert de technologie razendsnel. AI-detectiesoftware kan helpen, maar is nog niet erg betrouwbaar. We zitten nu in een race tussen de mensen die AI-beelden maken en de mensen die AI-detectietools ontwikkelen.’
Welke gevolgen gaan die steeds beter wordende AI-beelden hebben?
‘Ik denk dat AI-beelden vooral gebruikt gaan worden als excuus voor mensen om beelden die echt zijn te negeren of in twijfel te trekken. Dat gaat meer gebeuren dan dat mensen worden misleid om dingen te geloven die ze niet toch al geloofden.
‘Het grotere publiek gaat echt zijn tijd niet besteden aan het verifiëren van heel goed gemaakte AI-video’s. Met onze socialemedia-feeds zitten we gevangen in een zichzelf versterkende cirkel, die telkens bevestigt wat we willen horen. Het gaat niet om realisme. Het gaat om de boodschap.’
Wat kunnen burgers doen om zich beter te wapenen tegen desinformatie, al dan niet gecreëerd met AI?
‘Ik krijg deze vraag vaak en vind het een makkelijke uitweg. We vragen mensen hun gedrag te veranderen zonder ze iets te leren over waar dat gedrag vandaan komt. We zeggen: ‘vertrouw de instituties. Wees voorzichtig op sociale media’ – wat dat dan ook mag betekenen. En: ‘Probeer niet per ongeluk een nazi te worden of erin te worden geluisd dat de aarde plat is.’
‘Maar beter zou zijn om dit onderwerp op de agenda te zetten bij scholen en bij wie jou vertegenwoordigt binnen de overheid. Geef aan dat je wil dat kinderen onderwijs krijgen over dit onderwerp, al zijn het basisvaardigheden in kritisch denken. Zeg dat je een weerbaardere democratie wil. Dat is wat mensen zouden moeten doen: klagen over de verschrikkelijke situatie waar we in zijn beland.’
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant