Home

Hoe een jonge Colombiaanse bendeleider de draak steekt met de vredespolitiek van de linkse president

De Colombiaanse president Gustavo Petro beloofde ‘totale vrede’, maar tijdens zijn regeringsperiode – die binnenkort afloopt – nam het gewapende geweld toe. In het noorden van het land maakt een jonge crimineel handig gebruik van Petro’s vredespolitiek.

is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit Riohacha in het noorden van Colombia.

Ze noemen hem ‘El Bendito Menor’, de gezegende minderjarige. Vanwege zijn leeftijd, want naar verluidt is hij pas 26 jaar oud. Een andere bijnaam is ‘de narco-influencer’, omdat hij zijn criminele leven als leider van een gewapende drugsbende uitvent in video’s op sociale media. Zijn werkelijke naam is Naín Andrés Pérez Toncel en hij is de schrik van La Guajira, de meest noordelijke provincie van Colombia.

‘Naín is niet bang’, zegt Yeison Deluque (44, gouden armband, twee knoopjes van zijn overhemd los). ‘Hij heeft de middelen en de wapens.’ De vlotte Deluque is ombudsman in Riohacha, met zo’n tweehonderdduizend inwoners de hoofdstad van La Guajira. De stad aan de Caribische Zee bestaat uit veel betonnen laagbouw. Op straathoeken schallen ook overdag de vallenato-smartlappen uit smoezelige barretjes.

Slachtpartijen

Als spil tussen burgers en lokale overheid hoort Deluque dagelijks van de inwoners van Riohacha hoe El Menor en zijn ‘Autodefensas van de Sierra Nevada’ terreur zaaien in de stad. De criminele groep gebruikt de bergketen in het zuiden van La Guajira als uitvalsbasis. ‘Ze zijn verantwoordelijk voor meerdere slachtpartijen. Toch slaagt Naín erin veel jongeren te rekruteren. Hij omringt zich met minderjarigen.’

Op een maandag eind april maakt Deluque samen met de lokale bestuurssecretaris Leandro Mejía (54) in een geblindeerde pick-uptruck een ronde door de stad. De donkere man met diepe frons is medeverantwoordelijk voor de veiligheid in Riohacha. ‘De situatie is niet best’, geeft Mejía toe. ‘Afpersing, ontvoering, moord, alle drie zijn ze het afgelopen jaar omhooggeschoten.’

Aan de rand van de stad parkeert Mejía zijn pick-uptruck bij een gevangenis in aanbouw. Ondanks een dik wolkendek hangt er een vochtige hitte rond de bouwput. Het complex met ruimte voor 1.700 boeven is hard nodig, zegt ombudsman Deluque. De overvolle oude stadsgevangenis barst haast uit haar voegen. ‘Dagelijks pakt de politie criminelen op, maar kopstukken zoals El Menor gaan vrijuit.’

De belofte van totale vrede

De komende maand maakt Colombia de balans op van vier jaar Gustavo Petro (66), de eerste linkse president van het land. In 2022 trad hij aan met de belofte om het door guerrilla- en drugsgeweld getergde land vrede te brengen, échte vrede, la paz total. Nu zit zijn termijn er bijna op. Over drie maanden zwaait hij af, de grondwet beperkt hem tot één regeringsperiode.

In getrapte verkiezingen kiest Colombia zijn opvolger. Een eerste stemming vindt plaats op 31 mei, op 21 juni volgt een beslissende ronde tussen de twee favorieten. Het belooft een confrontatie te worden tussen een linkse kandidaat uit het regeringskamp en een rechtse uitdager.

Ook in Riohacha hengelen de belangrijkste kandidaten vanaf grote billboards naar de stem van het volk: wilt u meer linkse vredespolitiek of toch liever terug naar rechts lik-op-stukbeleid? Online voert crimineel Pérez zijn eigen campagne. Met zijn stoere video’s, waarin zijn jonge vrouw ‘La Bebecita’ een prominente rol speelt, maakt hij de overheid belachelijk en werpt hij zich op als beschermheer van de lokale bevolking.

In de praktijk persen zijn voetsoldaten winkeliers af en ruimen ze tegenstanders uit de weg. Halverwege april legde Pérez met een dreigende video de wetten op aan de middenstand van Riohacha. Hij kondigde een gewapende lockdown af van drie dagen om de stad ‘schoon te vegen’. Al zijn vijanden zouden sterven, beloofde hij. Winkels en restaurants gehoorzaamden en sloten de deuren.

‘Heel Colombia lijdt’

Drugsbaas Pérez is niet uniek in Colombia, zijn grip op een complete stad is geen lokale uitzondering. De jonge capo staat voor een groter Colombiaans probleem. Tijdens het bezoek van de Volkskrant aan het noordelijke departement La Guajira vindt in de regio Cauca, duizend kilometer naar het zuidwesten, een brute bomaanslag plaats op een bus. Zeker twintig burgers worden gedood.

De aanslag wordt toegeschreven aan Estado Mayor Central, een guerrillabeweging voortgekomen uit de voormalige Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (de Farc).

‘In Cauca, in Nariño, in Chocó: het is niet alleen hier in La Guajira’, zegt ombudsman Deluque. ‘Heel Colombia lijdt onder het geweld.’ Hij komt tot een wrange conclusie: ‘De vredespolitiek van de president is een totale mislukking.’

De aanstaande presidentsverkiezingen gaan niet enkel over Petro’s opvolger, ze zijn ook een referendum over zijn haperende vredespolitiek. In een poging de totale vrede te bewerkstelligen, reikte de linkse president de hand aan alle – maar dan ook werkelijk alle – gewapende groepen van Colombia. Iedere guerrillastrijder en drugscrimineel die bereid was te praten over het neerleggen van de wapens mocht aan tafel komen.

Gretig gingen tientallen groeperingen op de uitnodiging in. Onderhandelen wilden ze wel, maar de wapens inleveren deed vrijwel niemand. Ook El Bendito Menor omarmde op papier de vrede. Op 1 april vorig jaar tekende Petro een besluit waarin hij Pérez en enkele van diens handlangers aanwees als officiële gesprekspartners. Het was een enorme opsteker voor de drugsbaas: zijn arrestatiebevel werd ingetrokken.

Onbegrijpelijk, verzucht bestuurssecretaris Mejía in de donkere koelte van zijn auto. In plaats van vredesduif is bendeleider Pérez een aanstichter van oorlog in La Guajira, zegt hij. ‘De Autodefensas van Naín zijn in gevecht met de JJ, een groep die zich van de Autodefensas heeft afgesplitst.’ De landelijke regering maakte volgens hem een grote vergissing met het geven van een vrijpas aan de lokale crimineel. ‘Zijn macht is gegroeid.’

Gestruikeld over zijn goede intenties

In het stadscentrum van Riohacha bestelt kaashandelaar Héctor Rivadeneira (76) bij een stalletje een kleine sterke koffie. Breek hem de bek niet open over Petro. ‘De situatie is alleen maar verslechterd.’ Drie dagen moest hij binnenblijven vanwege de dreigementen van El Menor. ‘De hele stad was dicht. De burgemeester kon er niets tegen beginnen.’

Waar het volgens de marskramer aan ontbreekt is hard optreden van de staat en het leger. ‘In plaats daarvan heeft de regering criminelen benoemd tot vredesonderhandelaars.’

Petro faalde niet alleen in het sluiten van duurzame vredesakkoorden, hij hielp criminele groepen bij hun activiteiten, zo oordeelt een deel van de Colombiaanse kiezers. Zijn politieke tegenstanders beschuldigen hem van opzet, anderen zien een politicus die struikelde over zijn eigen goede intenties. In een recente enquête stelde twee derde van de respondenten zich onveiliger te voelen door Petro’s vredespolitiek.

De perceptie dat Petro criminele groepen volledig vrij spel gaf, strookt niet helemaal met de werkelijkheid. In de tweede helft van zijn termijn koos ook de vredespresident voor een militaire aanpak van groeperingen die keer op keer wapenstilstanden schonden. Het leger voerde meerdere bombardementen uit op guerrillabewegingen zoals het Nationale Bevrijdingsleger (ELN) en drugsorganisaties zoals de Clan del Golfo.

Met harde hand

Petro’s hardere aanpak heeft kaashandelaar Rivadeneira niet kunnen overtuigen. Nee, hij gaat zeker niet op de regeringskandidaat stemmen, de linkse senator en mensenrechtenactivist Iván Cepeda. Hij hoopt op winst voor de extreemrechtse advocaat Abelardo de la Espriella en diens partij Verdedigers van het Vaderland. ‘Abelardo is de verandering die we nodig hebben.’

Op zijn verkiezingsposter staat de politicus afgebeeld met gestrekte hand tegen het voorhoofd. In april bezocht hij Riohacha en beloofde dat hij als president onmiddellijk achter bendeleider Pérez zal aangaan. Het feit dat de advocaat in het verleden drugscriminelen bijstond, maakt hem des te geschikter voor de functie, meent Rivadeneira. ‘Hij belooft mano dura tegen de misdaad.’

Tijdens de gewapende lockdown van El Menor moest ook docent José Quintero (56) zijn werk staken. In de schaduw van een stadspark vertelt hij hoe mannen op motoren waarschuwingsschoten losten buiten zijn universiteit. Toch is hij nog steeds aanhanger van Petro, zegt hij.

Volgens hem heeft de linkse president niet gefaald in zijn vredespogingen, maar is hij gedwarsboomd door zijn rechtse vijanden. ‘Rechts leeft in dit land van de oorlog. Ze hebben geen baat bij vrede.’ De linkse docent is overtuigd van de hechte banden tussen de Colombiaanse criminaliteit en de rechterflank van de Colombiaanse politiek. Tegenstanders van Petro zeggen hetzelfde over diens regering.

Quintero gruwt van de extreemrechtse De la Espriella, maar is minstens zo bezorgd over de andere rechtse politicus die een kans maakt op een plek in de tweede ronde. Senator Paloma Valencia is de kandidaat van de nog steeds invloedrijke ex-president Álvaro Uribe, die tussen 2002 en 2010 een bloedige strijd voerde tegen de Colombiaanse guerrilla.

Onder Uribes leiding ging het leger wel heel voortvarend te werk. Om een financiële beloning van de regering op te strijken vermoordden militairen duizenden onschuldige boeren en vermomden de lijken als guerrillastrijders. De slachtpartijen kwamen bekend te staan als ‘falsos positivos’, valse positieven.

De president wordt zelf ook verdacht van mensenrechtenschendingen. Docent Quintero weet het zeker: ‘Uribe gaf opdracht tot moord.’ Vorig jaar werd de ex-president veroordeeld tot een lange gevangenisstraf om kort daarop in hoger beroep weer vrijgesproken te worden. De omstreden politicus blijft zeer geliefd onder conservatieve Colombianen. Presidentskandidaat Valencia belooft hem te benoemen als minister van Defensie.

Steeds meer geweld

Petro’s softe aanpak heeft gefaald, is de campagneboodschap van de rechtse kandidaten. Cijfers onderschrijven dat het geweld in Colombia is toegenomen. Deze maand kwam ook het Internationaal Comité van het Rode Kruis, dat wereldwijd toeziet op naleving van de Geneefse Conventies, tot die conclusie.

De gewapende strijd tussen militante groepen in Colombia eiste in 2025 meer slachtoffers dan in de jaren ervoor, stelt de organisatie in een rapport. Het aantal ontheemden verdubbelde ten opzichte van een jaar eerder naar 235 duizend. Bijna duizend mensen, grotendeels burgers, kwamen om door explosieven.

‘De gebeurtenissen van 2025 zijn geen nieuw fenomeen’, schrijft de organisatie. Na uitzonderlijk rustige jaren rond het tekenen van het vredesakkoord met guerrillabeweging Farc in 2016, keerde de trend weer onder de laatste twee regeringen. ‘Sinds 2018 zien we een geleidelijke verslechtering van de humanitaire situatie.’

Geen gelopen race

De internationale waakhond houdt het bij cijfers en velt geen oordeel over de politiek van Petro. Dat is eind deze maand aan de Colombiaanse kiezers. Het is voor links nog geen gelopen race. Ondanks brede kritiek op zijn veiligheidsbeleid behoudt Petro grote steun onder de arbeidersklasse. Veel arme Colombianen dragen hem op handen vanwege zijn sociale politiek, hij investeerde onder andere in het minimumloon en toegankelijker onderwijs.

In peilingen doet de linkse senator Cepeda het dan ook beter dan de individuele rechtse kandidaten Valencia en De la Espriella, maar opgeteld kan de rechtse stem het winnen van links.

Petro blijft ondertussen ook vlak voor de verkiezingen zijn vredespolitiek nog uitdragen. Eerder deze maand bezocht hij La Guajira en richtte zich in een toespraak rechtstreeks tot crimineel El Menor, oftewel Naín Pérez.

‘Als meneer Naín met ons wil praten, dan kan dat. Wij praten met iedereen die het geweld wil afzweren’, zei hij. ‘Zo niet, dan verwacht ik dat de politie hem arresteert.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next