In meerdere Europese landen staan publieke omroepen onder druk, onder meer vanwege radicaal-rechtse bewegingen die desinformatie verspreiden. Maar in Nederland wordt de publieke omroep van binnenuit bedreigd, door de journalistieke wanpraktijken van Ongehoord Nederland. Hoe is dat zo gekomen?
is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.
De betrouwbaarheid van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) staat onder druk en dat is in niet geringe mate te wijten aan de ondeugdelijke journalistiek van tv-omroep Ongehoord Nederland (ON). Het was een snoeiharde conclusie die een onafhankelijke evaluatiecommissie vorige week trok in een rapport over de staat van de publieke omroep.
Volgens de evaluatiecommissie voldoet ON nu al enkele jaren niet aan ‘de professionele en journalistieke kwaliteitsstandaarden van de publieke omroep’ door feiten en meningen niet te scheiden en door ‘aantoonbaar onjuiste informatie’ onweersproken te laten passeren.
De evaluatiecommissie achtte dit geen kleinigheid. De journalistieke wanpraktijken van ON tasten ‘de wellicht belangrijkste kernwaarde (betrouwbaarheid, red.) van de publieke omroep aan’.
Hoe heeft dit zover kunnen komen? En wat valt ertegen te doen?
Een publieke omroep waarvan de betrouwbaarheid onder druk staat is niet een uniek Nederlands fenomeen. Overal in Europa worden publieke omroepen in toenemende mate dwarsgezeten in het uitoefenen van hun publieke taak: het verzorgen van een betrouwbaar en pluriform tv- en radio-aanbod.
Vorig jaar constateerde de niet-gouvernementele organisatie Reporters Without Borders (RSF) dat Europese publieke omroepen ‘een reeks crises doormaken’ die knagen aan hun onafhankelijkheid en betrouwbaarheid.
Maar waar de publieke omroepen elders in Europa vooral door externe factoren, zoals radicaal-rechtse politici, worden bedreigd, komt de dreiging voor de betrouwbaarheid van de Nederlandse publieke omroep van binnenuit, in de vorm van ON.
Dat de publieke omroep ON, met zijn dubieuze vorm van journalistiek bedrijven, in zijn midden heeft verwelkomd, heeft alles te maken met de unieke inrichting van ons bestel.
De Nederlandse publieke omroep is de enige in Europa die bestaat uit een verzameling omroepen, die elk vanuit een eigen ideologische taakopvatting opereren. Daarmee weerspiegelt de publieke omroep, begin vorige eeuw opgericht, de Nederlandse verzuiling van weleer, waar elke religieuze of politieke gemeenschap haar eigen krant, kerk, clubhuis en tv-omroep had.
Om bij dit verzuilde omroepbestel binnen te komen wordt van aspirant-omroepen dan ook geëist dat ze ‘een godsdienstige, maatschappelijke of geestelijke stroming vertegenwoordigen’, iets toevoegen aan het bestaande aanbod, en minstens vijftigduizend betalende leden hebben.
Strenger dan dat waren de eisen niet toen ON in 2022 toetrad tot de publieke omroep. Al was toen ook al duidelijk dat de omroep zich schuldig maakte aan desinformatie.
Zelfs de Raad voor Cultuur, het adviesorgaan dat zich buigt over de toetreding van aspirant-omroepen, had vooraf grote bedenkingen bij ON. De Raad moest de aanvraag van ON beoordelen aan de hand van begrippen als ‘stroming’ en ‘maatschappijvisie’. Maar het had de mate waarin omroepen een bijdrage leveren of afbreuk doen aan het publieke belang veel explicieter willen laten meewegen.
Destijds gold publiek belang alleen niet als wettelijk criterium. Om dit publiek belang alsnog te beschermen, is in de afgelopen jaren geprobeerd om met geldboetes en ferme vermaningen ON weer in het gareel te krijgen.
Zo werd ON meermaals door de ombudsman voor de publieke omroepen op de vingers getikt vanwege het vermengen van feiten en meningen en het doorgeven van desinformatie. Hierop legde de publieke omroep ON forse geldboetes op.
Pijnlijke boetes ontving ON ook van het Commissariaat voor de Media, onder meer vanwege de schijn van belangenverstrengeling (zo vermengde een ON-medewerker redactionele en (privé) politieke belangen).
In 2023 deed de publieke omroep een uiterste poging om ON uit het bestel te krijgen. Toenmalig staatssecretaris voor Cultuur en Media Gunay Uslu (D66) werd verzocht de erkenning van de omroep in te trekken. Volgens de publieke omroep zou ON de journalistieke code – waarin onder meer staat dat uitzendingen feitelijk en fair moeten zijn – structureel schenden. Daarmee zou ON ‘onvoldoende samenwerkingsbereidheid’ tonen.
Het was de eerste keer in de omroepgeschiedenis dat een staatssecretaris zich over zo’n verregaand verzoek moest buigen. Uiteindelijk weigerde Uslu ON uit het bestel te zetten – deels omdat zij niet mee kon gaan in de argumenten van de publieke omroep, deels omdat ze haar vingers niet aan deze politiek delicate kwestie wilde branden. ‘De afstand tussen Den Haag en Hilversum moet zo groot mogelijk zijn.’
Conclusie: de publieke omroep lijkt inmiddels in een impasse terecht te zijn gekomen wat betreft ON. Geldboetes en kritische rapporten van de Ombudsman hebben niet het gewenste effect gesorteerd, en doortastend politiek optreden tegen ON lijkt ook ver weg.
Vorige week liet Rianne Letschert (D66), minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in een reactie op het kritische rapport van de evaluatiecommissie over de publieke omroep weten dat er ‘geen juridische basis’ is om in te grijpen bij ON.
Blijft over: het pleiten voor een instantie die wel normerend en verregaand kan optreden als een omroep structureel het publiek belang van de publieke omroep ondermijnt.
‘Een gezaghebbende, onafhankelijke toezichthouder is nodig’, aldus de evaluatiecommissie over de publieke omroep, ‘die wettelijk bevoegd is om uitspraken te doen over de inhoud van programma’s en die sancties kan doorvoeren.’
Het Commissariaat voor de Media heeft zich inmiddels bij deze oproep aangesloten. Het is nog onduidelijk of het huidige kabinet gevolg zal geven aan deze oproep. Wel zijn er andere plannen om de publieke omroep grondig te hervormen (vanaf 2029), maar die hebben vooral betrekking op de organisatorische inrichting van het bestel.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant