Home

Europees migratiepact moet grip op asielstromen versterken. Hoe groot is de kans dat het effect heeft?

De Eerste Kamer behandelt dinsdag de invoering van het Europese asiel- en migratiepact. Veel EU-landen zien dat als een belangrijk middel om meer ‘grip’ te krijgen op de komst en behandeling van asielzoekers. Experts waarschuwen echter voor een papieren werkelijkheid.

is chef van de politieke redactie.

Het migratiepact, dat op 12 juni van kracht wordt, verplicht EU-landen alle migranten te screenen die zich melden aan de Europese buitengrenzen. Bij dat onderzoek in merendeels gesloten centra wordt gecontroleerd om wie het gaat, waar hij of zij vandaan komt, of de asielzoeker zorg nodig heeft en of die een veiligheidsrisico vormt.

Al deze gegevens gaan in het centrale Eurodac-register. Tijdens de screening, die maximaal zeven dagen mag duren, wordt ook een eerste selectie gemaakt tussen kansrijke en kansarme asielverzoeken. Mensen in de laatste groep, plus degenen die logen bij hun asielaanvraag of een veiligheidsrisico zijn, gaan door naar een versnelde asielprocedure. Die mag in principe niet langer dan twaalf weken duren. De anderen gaan naar de gewone asielprocedure, waarvoor de maximale termijn op zes maanden is vastgesteld.

Solidariteit tussen EU-landen

Krijgt een lidstaat te maken met grote aantallen asielzoekers, dan moeten de andere EU-landen bijspringen. Dat kan door asielzoekers over te nemen of door geld en andere hulp (douaniers, asielspecialisten) te sturen naar het land in problemen.

Elk jaar moeten de landen in staat zijn om minimaal dertigduizend asielzoekers te herverdelen. Hoeveel mensen een land moet opnemen, wordt vastgesteld op basis van onder meer de welvaart en bevolkingsomvang. Een land kan nooit worden gedwongen om asielzoekers over te nemen, de lidstaat kan zijn verplichting altijd afkopen (20 duizend euro per asielzoeker).

Asielzoekers die zich niet melden aan de buitengrenzen, maar al op EU-grondgebied zijn, moeten daar binnen drie dagen worden gescreend. Op basis van de Eurodac-gegevens wordt nagegaan of de betrokkene al door een ander EU-land is geregistreerd. In dat geval wordt de asielzoeker overgebracht naar het eerste land van aankomst, om daar de asielprocedure te doorlopen. Alleen in het eerste land heeft de migrant recht op bepaalde voorzieningen (opvang, hulp, scholing). Bij illegaal doorreizen vervallen deze rechten en resteert een minimale opvang.

Mensen die geen asiel krijgen, belanden in de terugkeerprocedure, die in principe ook niet langer dan twaalf weken duurt. EU-landen worden geacht samen te werken bij de terugkeer en kunnen rekenen op hulp van Frontex (het EU-agentschap belast met de beveiliging van de buitengrenzen) en het Europese asielagentschap.

Terugkeer kan naar het land van herkomst, maar ook naar andere veilig geachte landen. De EU-landen en het Europees Parlement overleggen nog over een nieuwe Europese terugkeerwet die het mogelijk maakt om uitzethubs op te richten voor uitgeprocedeerden in andere landen.

Twijfels over effectiviteit

De belangrijkste vraag die voorligt in de Eerste Kamer: is dit meer dan een papieren werkelijkheid? Vanaf 12 juni gelden de regels uit het pact in de hele EU, maar experts waarschuwen dat daarmee de praktijk nog niet verandert. Er zijn nogal wat zwakke plekken. Lukt het bijvoorbeeld om de procedures snel genoeg af te handelen? De huidige asielprocedure in Nederland duurt op papier nu zes maanden, maar in de praktijk al snel twee jaar.

Het pact valt of staat met de mogelijkheid om afgewezen asielzoekers daadwerkelijk terug te sturen. Dat vergt afspraken met derde landen, die verre van eenvoudig zijn. Het is een teken aan de wand dat de eerste experimenten met uitzethubs in Rwanda, Oeganda en Albanië verre van succesvol zijn.

Als de terugkeer stokt, blijven landen als Italië en Griekenland met grote groepen asielzoekers zitten. ‘Dan laten ze mensen doorreizen naar het Noorden, zoals ze nu ook doen’, waarschuwde migratiewetenschapper Arjen Leerkes onlangs in de Volkskrant.

Bovendien is het maar de vraag of migranten zich netjes bij de aanmeldcentra aan de buitengrenzen zullen vervoegen. Sommigen zullen net als nu, geholpen door smokkelaars, meteen doorreizen naar Noord-Europa, verwacht Leerkes. In theorie moeten ze dan worden teruggebracht naar de aanmeldcentra in het Zuiden, maar het is twijfelachtig of een land als Italië deze mensen terugneemt, zeker als het zich onvoldoende gesteund voelt door het Noorden.

Nationale maatregelen

Omdat ook de Nederlandse regering twijfelt aan de effectiviteit, wordt er intussen ook nog gewoon gewerkt aan nationale maatregelen die Nederland tot een onaantrekkelijker migratieland moeten maken.

Het onlangs al door de Eerste Kamer aangenomen tweestatusstelsel wordt door het kabinet gezien als een belangrijk instrument. Het pact zelf voorziet ook in zo’n stelsel: er moet onderscheid worden gemaakt tussen mensen die persoonlijke vervolging te vrezen hebben, wegens bijvoorbeeld hun politieke overtuiging, hun ras, hun religie of hun geaardheid (zij krijgen de vluchtelingenstatus), en mensen die ‘in het algemeen’ op de vlucht zijn voor oorlog en ander geweld (zij krijgen de subsidiaire beschermingsstatus).

Het nationale beleid dat Nederland daaraan toevoegt, komt erop neer dat de laatste groep minder rechten krijgt. Dat raakt met name hun gezinshereniging: zij moeten sowieso twee jaar wachten voordat zij gezinsleden mogen laten nareizen. Ook dienen zij eerst geschikte huisvesting en betaald werk te hebben.

Verder zijn in de Nederlandse wet waarmee het pact wordt ingevoerd veel van de maatregelen opgenomen die ook al stonden in de Asielnoodmaatregelenwet die onlangs sneuvelde in de Eerste Kamer. De geldigheidsduur van een asielvergunning voor bepaalde tijd gaat omlaag van vijf naar drie jaar, de vergunning voor onbepaalde tijd wordt afgeschaft, de mogelijkheid tot nareis wordt beperkt tot het ‘kerngezin’ en de asielprocedure wordt verkort.

Wat doet de Eerste Kamer?

Hoewel ook in de Eerste Kamer twijfels heersen over de effectiviteit van het pact, is de steun er naar verwachting groot. In de Tweede Kamer werd het gesteund door D66, VVD, CDA, PVV, JA21, BBB, ChristenUnie, SGP en 50Plus. Dat is ook in de Eerste Kamer ruim voldoende voor een meerderheid.

Met medewerking van Peter Giesen (Berlijn) en Marc Peeperkorn (Brussel).

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next