Marcia Luyten is journalist en columnist van de Volkskrant.
In de Beurs van Berlage had de burgemeester van Amsterdam een ontmoeting met driehonderd leerlingen van een jaar of 17. Als in College Tour mochten ze Femke Halsema interviewen. Ingestuurde vragen over huisvesting, veiligheid, hoe je burgemeester wordt, dat soort. Achter in de zaal hing een troep jongens. Niks ingediend, maar ze zochten aandacht. Halsema gaf ze het woord. ‘Hoe kun je als vrouw nou burgemeester zijn?’, zei de eerste. ‘Daar zijn vrouwen toch veel te emotioneel voor.’
Volgens steeds meer jongeren anno 2026 is dat een terechte vraag. In reportages en een uitgebreid onderzoek van deze krant, blijkt hoe razendsnel pubers conservatiever worden. Een tsunami aan video’s stort de manosfeer over jongens uit: mannen moeten sterk, grofgebekt en rijk zijn, met aan hun zijde een onderdanige vrouw. Terugkerend thema: mannen zijn veel geschikter om leiding te geven dan vrouwen. Met gemak zien jongeren duizend TikTokfilmpjes op een dag. In het Volkskrant-onderzoek keek een scholier op één dag 4.459 video’s.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Jongens spreken niet elke dag de burgemeester, wel ondermijnen ze dagelijks het gezag van vrouwelijke docenten. Toen een leraar de ouders van zo’n jongen op gesprek had, zeiden die: ‘Jullie hebben ook veel te veel labiele juffen in dienst.’ In het vorige week gepubliceerde Ipsos I&O-onderzoek van de Stichting School en Veiligheid meldt 78 procent van de docenten in het voortgezet onderwijs in de klas last te hebben van online verspreide ideeën over dominante mannelijkheid.
Nederland lijkt cultureel extra ontvankelijk voor deze dynamiek. Jongeren horen weliswaar tot Europa’s digitale en Engelstalige voorhoede, ze zijn in het gebruik van sociale media niet extremer dan leeftijdsgenoten in veel andere landen. De verklaring ligt dan ook dieper. Lisa Loeb laat in haar net verschenen boek Fopfeminisme, hoe Nederland zichzelf voor de gek houdt over de emancipatie van de vrouw onthutsend helder zien waarom juist Nederland zo ontvankelijk is voor de giftige manosfeer.
Nergens is de kloof groter tussen ideeën over emancipatie en harde statistiek. Nederlanders gaan voorop, slaan zich op de borst in het belijden van gelijkheid tussen seksen; ‘tolerant rijmt niet voor niets op Nederland’. De cijfers, door Loeb in salvo’s afgevuurd, tonen een andere werkelijkheid.
40 procent van de Nederlandse vrouwen is niet financieel onafhankelijk. Bij een scheiding gaan vrouwen er in koopkracht bijna een kwart op achteruit, mannen leveren niets in. De loonkloof – wat vrouwen per uur minder verdienen dan mannen – is 10,5 procent gemiddeld en14,5 procent in het bedrijfsleven.
Van alle bestuurders bij beursgenoteerde bedrijven is 17 procent vrouw; in 2023 had 69 procent van de beursgenoteerde bedrijven niet één vrouw in de raad van bestuur. Pas toen er voor de raden van commissarissen een wettelijk quotum kwam, nam daar het aantal vrouwen toe. De gemeente Heerlen stelde net een bestuur van enkel mannen samen. Op de Europese ranglijst van financiële gelijkheid bezet Nederland plek 26 (van de 27). Nederland zakte op de Global Gender Gap Index in een jaar tijd van 28 naar 43. Trumps Amerika staat boven ons.
Groot nieuws waren die cijfers niet, Nederland gelooft hartstochtelijk in vier mythen die de ongelijkheid in stand houden: de mythe van het gidsland, de mythe van de meritocratie, de mythe van vrije keuze en de mythe van de natuurlijke verschillen. Zij zijn het stalen fundament van Nederlands fopfeminisme: eraan zuigen geeft bevrediging.
Intussen bestendigen oude patriarchale ideeën de ongelijkheid. Ze zijn de vruchtbare humuslaag voor de manosfeer. Het is daarom gepaster om verder borstgeroffel over emancipatie achterwege te laten. Tijd om het te hebben over de feiten aangaande de enige minderheid die in dit land in de meerderheid is, de vrouw.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.