Home

Het klimaattheater mist verbeeldingskracht

Toekomstdenken Klimaatbeleid zit gevangen in een dominant perspectief op economie, technologie en bestuur. Het wordt tijd om anders naar de toekomst te kijken.

Klimaatbeleid lijkt op een toneelvoorstelling die verloopt volgens een vast script. De wetenschapper kijkt in zijn glazen bol en legt uit wat de wereld te wachten staat. Vaak zijn dat waarschuwingen dat het er niet best uitziet en dat het de hoogste tijd wordt voor maatregelen. De politicus voert die met tegenzin uit, maar hij beweert dat hij niet anders kan omdat de wetenschap het voorschrijft. De politicus vreest namelijk de toorn van de burger. Dat is de toeschouwer die in dit theaterstuk ook een actieve rol heeft en die zich niet zomaar allerlei vrijheden, comfort en luxe laat afnemen.

Belangrijke bijrollen zijn er voor de milieuactivist, die boos roept dat er veel te weinig gebeurt, en voor de ceo van de grote multinational die graag zijn steentje bijdraagt, als zijn concurrentiepositie maar niet in gevaar komt. Er zijn ook figuranten. Zoals de ingenieur, die het klimaatprobleem met een simpele oplossing te lijf wil gaan. En de querulant, die al dat gepraat over opwarming totale onzin vindt. Dan is er nog de journalist, de recensent van de voorstelling, die zelden meer dan twee ballen uitdeelt omdat hij het script zwak vindt en de ontknoping niet overtuigend.

Zo gaat het al zo’n dertig jaar, zonder dat het klimaat er veel mee opschiet. En intussen groeit bij mensen de angst dat ze de greep op hun leven verliezen door al dat milieubeleid, dat ze er sociaaleconomisch alleen maar op achteruitgaan, dat ze van alles moeten inleveren en zo langzamerhand leven „op het randje van de ellende”.

Dat laatste citaat komt van hoogleraar Maarten Hajer van de Urban Futures Studio aan de Universiteit Utrecht, waar onderzoek wordt gedaan naar duurzame, democratische toekomstbeelden en wat er nodig is om die te realiseren. Samen met universitair docent Jeroen Oomen probeert hij met het vorig jaar bij Oxford University Press gepubliceerde boek Captured Futures: Rethinking the Drama of Environmental Politics de klimaatwereld op te schudden. Het boek leest als een aanklacht tegen het gebrek aan verbeeldingskracht bij alle partijen die een rol spelen in dit klimaattheater.

„We moeten voorkomen dat de wereld in elkaar stort. Dat is de boodschap van de milieupolitiek”, zegt Oomen in een videogesprek. „Ooit ging die boodschap gepaard met de belofte van een betere, sociaalecologisch rechtvaardige wereld.” Maar die is volgens Oomen onvoldoende uitgewerkt en heeft nooit geleid tot een echte eerlijke verdeling van de lasten.

De toekomst ligt open

Hajer en Oomen betogen in Captured Futures dat de toekomst gevangen zit in dominante economische, technologische en bestuurlijke denkbeelden. Daardoor is het bijna onmogelijk om die toekomst open en vrij tegemoet te treden. De verbeelding wordt verduisterd door aannames over haalbaarheid en wenselijkheid. Die komen vaak van machtige bedrijven, politieke partijen en internationale organisaties. En bijna altijd zijn ze gebaseerd op de logica van economische groei en technologische vooruitgang.

Het is niet zo dat er per se sprake is van bewuste manipulatie. Vaak hebben keuzes volgens Hajer en Oomen domweg te maken met de institutionele routine en professionele normen waaraan we gewend zijn. Zo mag het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) alleen ‘beleidsrelevante’ informatie aandragen. In de praktijk betekent het bijvoorbeeld dat computermodellen om de toekomst te ‘berekenen’ gevoed worden met harde cijfers en data van bekende beleidsprocessen. Ze leveren consistente, vergelijkbare getallen op die voldoen aan de gevestigde manier van denken.

Zo wordt volgens Hajer en Oomen net gedaan alsof klimaat en milieu geen politieke thema’s zijn. Want, luidt het argument, ze gaan ons allemaal aan. „De keuzes die we als samenleving maken, zijn per definitie politiek, net als de gevolgen van die keuzes”, aldus Oomen. „Om het apolitiek te houden is alle detaillering over een sociaalecologisch eerlijke toekomst eruit gehaald.” Daardoor gaat het bij de veranderingen die nodig zijn onvoldoende over de sociale gevolgen en over de vraag hoe de pijn eerlijk verdeeld kan worden.

Maarten Hajer, die als oud-directeur van het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) de beleidspraktijk van binnenuit kent, vult aan: „De milieupolitiek heeft de wereld van de internationale betrekkingen geïmiteerd. Dat begon al met de Conference on the Human Environment in 1972 in Stockholm. Daar werd de casus opgebouwd dat milieu en natuur heel belangrijke thema’s zijn die op het hoogste politieke niveau moeten worden besproken. De wetenschap werd ingezet om in de toekomst te kijken en de politiek van de juiste feiten te voorzien.”

Het gevolg is dat de wetenschap zelf gepolitiseerd is, zegt Hajer. Tegenstanders van klimaatbeleid zaaiden twijfel over de zekerheid de wetenschap. Klopt het wel wat er allemaal wordt beweerd? „Wat wij zeggen is”, aldus Hajer, „dat die smalle benadering [van klimaatbeleid] een vergissing is geweest.”

Klimaatbeleid is tonnenjacht geworden

Hajer wijst op het begin van de jaren zeventig. „Toen was er een veel rijker, breder debat over wat voor maatschappij we eigenlijk wilden”, zegt Hajer. „Wij zien dat de taal van de natuurwetenschap inmiddels dominant is, gekoppeld aan beleid dat draait om de vraag hoeveel ton CO2 er gereduceerd kan worden. Klimaatbeleid is een tonnenjacht geworden.”

Volgens Oomen komt dat door zowel een gebrek aan verbeelding, als door bewuste keuzes. In een poging om meer politieke invloed te krijgen, leunden ook milieuactivisten heel sterk op de natuurwetenschap. „Extinction Rebellion heeft lang als slogan ‘Listen to the science’ gehad. Dat is het register van de waarheid geworden.” De politieke context waarbinnen die specifieke waarheid opereert, wordt de enig mogelijke werkelijkheid. Er is geen ruimte meer voor andere toekomstbeelden.

Hajer en Oomen willen die alternatieven op allerlei manieren voorstelbaar maken. Als je burgers echt betrekt bij het bedenken van toekomstscenario’s, op een verdergaande manier dan een burgerberaad, worden die scenario’s misschien wel sneller geaccepteerd dan de uitkomsten van experts die achter gesloten deuren hun modellen ontwikkelen. Hajer en Oomen willen ook impliciete aannames over ‘groene’ groei en techno-optimisme in scenario’s zichtbaar maken. Via tentoonstellingen of zelfs een soort ‘living labs’ van kleine leefgemeenschappen die met alternatieve toekomsten experimenteren, kunnen andere werelden voorstelbaar worden.

Oomen denkt niet alleen in CO2-opslag of koolstofbelasting, het gaat hem om meer dan snelle oplossingen. „Ik denk eerder: hoe kunnen we hier een cultureel project van maken voor de komende dertig jaar”, zegt hij. „Dus je moet er niet te veel van mij hebben, dan gaat het allemaal te lang duren.” We moeten voorstelbaar maken dat het beter en mooier kan, voegt Hajer toe. „Er is echt nog een wereld te winnen.”

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next