Star Wars Met ‘The Mandalorian and Grogu’ keert Star Wars na bijna zeven jaar terug in de bioscoop. Waar staat deze filmfranchise na veertien jaar onder het regime van Disney en Kathleen Kennedy?
Grogu - rechts - redt met een groep Anzellanen zijn adoptiefvader Din Djarin in 'The Mandalorian and Grogu'
Implodeert het galaxy far, far away? Is het erop of eronder? De vorige Star Wars-speelfilm is al bijna zeven jaar geleden. Als de nieuwe speelfilm The Mandalorian and Grogu deze week flopt, dan is alles voorbij, las ik.
De twee sterren van deze film – vlees en bloed is schaars tussen de latex en pixels – ogen niettemin zeer relaxed in hun online persconferentie. Pedro Pascal en Sigourney Weaver giebelen als tienermeisjes bij de vraag welk Star Wars-personage ze nog graag willen spelen. Pedro Pascal, alias Din Djarin, The Mandalorian: „Die arme officier die door Darth Vader werd gewurgd, zonder dat hij hem aanraakte.” Sigourney Weaver, alias kolonel Ward: „Dus jij wil gewurgd worden?” Ze klapt dubbel van het lachen: een binnenpretje. Daarna: „Maar ik wil mevrouw Darth Vader wel spelen. O wacht, er is geen mevrouw Darth Vader.”
Pascal: „Jawel hoor, Nathalie Portman.” Weaver: „Echt waar?”
Sigourney Weaver als kolonel Ward in ‘The Mandalorian and Grogu’
Zoveel onwetenheid over de Star Wars-canon zal rechtgeaarde fans diep choqueren. Maar Star Wars staat en valt vermoedelijk niet met The Mandalorian and Grogu, dat zich afspeelt op een zijtoneel van het grote drama. De voorspelde recette in week één is 80 miljoen dollar: minder dan Solo in 2018, de enige Star Wars-film die ooit flopte. Maar de lat ligt nu lager, een Star Wars-films hoeft geen miljarden te verdienen.
Regisseur John Favreau kon putten uit personages, decors en geanimeerde poppen uit drie seizoenen The Mandalorian, de tv-serie voor Disney+. De dure sterren maakten vermoedelijk bar weinig draaidagen. Weavers rol is minimaal en Pascals gezicht is één keer in beeld: premiejagers van de Mandalorian-clan mogen hun helm van berskar-staal nooit afzetten. Pascals twee body doubles zullen het meeste werk hebben gedaan.
En de snoezige Grogu – alias Baby Yoda – kan de kas spekken met nog meer merchandise. Deze miniatuurversie van de wijze Jedi-meester die held Luke Skywalker over The Force leerde, ging in 2019 viraal. De groene rimpelbaby met puppy-ogen heeft een aandoenlijke vader-zoon dynamiek met de houterige, gepantserde Mandalorian, wiens groeiende vaderliefde zich slechts uit in gebaren, lichaamstaal en nu en dan een grom.
De speelfilm markeert een nieuw regime. In januari droeg de 72-jarige Kathleen Kennedy na veertien jaar de inhoudelijke leiding over de gehavende, maar nog zeewaardige filmfranchise Star Wars over aan Dave Filioni. Als vertrouweling van George Lucas en Spielberg moest ze voor Disney – dat rechthouder filmproductiemaatschappij Lucasfilm voor 4 miljard dollar kocht – Star Wars uitbouwen tot een ‘cinematic universe’.
Dit bij superheldenfabriek Marvel ontwikkelde concept was in de jaren tien de natte droom van Hollywood. Series, films, boeken en games van een ‘franchise’ – James Bond, Harry Potter, Star Wars – vormden voortaan een ‘filmuniversum’ met een gedeelde tijdlijn en een ‘canon’. Kleine films versterkten grote films, alles hing met alles samen en de fans zouden zich voor eeuwig in dit planmatig expanderend filmuniversum laten opsluiten. Creatieve intuïtie maakte plaats voor ‘continuïteits-management’.
Met zijn hondstrouwe achterban leek Star Wars voor die opzet geknipt. De Big Bang van dit filmuniversum was in 1977 het scifi-sprookje Star Wars: A New Hope, over de blonde boerenkinkel Luke Skywalker die zijn verre woestijnplaneet Tatooine verlaat om Jedi-ridder te worden, een paranormale vechtmonnik. Luke versloeg de kortademige schurk Darth Vader en blies diens genocidale superwapen The Death Star op in een optimistisch ruimteavontuur dat verfriste in een tijd vol zwartgallige films. Star Wars verdiende omgerekend in huidige dollars 4,2 miljard: een sensatie.
Grogu en The Mandalorian, een premierjager die nooit zijn helm afzet.
Critici mochten het een infantiel sprookje vinden, voor schepper George Lucas, die worstelde met een autoritaire vader, was het persoonlijk: een kosmische strijd van goed en kwaad én van vader en zoon. Darth Vader blijkt in latere films de op het slechte pad geraakte vader van Luke Skywalker, slotfilm Return of the Jedi werd in 1983 een familiereünie. Maar met de dood van de perfide keizer Palpatine leek het sprookje uit. Leek, want geobsedeerde Star Wars-fans hielden de cultus levend met verkleedpartijtjes, het lijmen van bouwpakketten en het schrijven, opvoeren en filmen van eigen Star Wars-avonturen.
Dat collectieve geknutsel verplaatste zich naar het opkomende internet, en eind jaren negentig bleek de tijd rijp voor nog een filmtrilogie. Opnieuw over goed en kwaad, vaders en zonen, maar patriarch Lucas koos nu partij voor papa. In drie ‘prequelfilms’ legden hij tussen 1999 en 2005 uit hoe de opvliegende, verliefde puber Anakin Skywalker in de wrede Darth Vader veranderde door de wijze en kuise raad van zijn Jedi-mentors in de wind te slaan.
Het stelde oudere fans teleur: bordkartonnen personages, houterige dialogen, zielloze digitale overkill en een toon die afwisselend infantiel, pontificerend en onbedoeld racistisch was. Lucas lag al op ramkoers met zijn fans toen hij zijn eerste Star Wars-film digitaal ging verbouwen -voor hen was die film de heilige graal. Door Lucasfilm over te nemen, verloste Disney George Lucas in 2012 uit een nukkige egelstelling.
Zaak was nu de gestrande walvis vlot te trekken. Sterproducer Kathleen Kennedy, een vriendin van Lucas en Spielberg, had ambitieuze plannen: een grote nieuwe trilogie en elk tweede jaar een kleinere speelfilm die verborgen hoekjes van het Star Wars-heelal verkende.
Het startschot werd in 2015 gegeven door J.J. Abrams, Hollywoods wonderkind, geniaal in het fris her-verpakken van oude ‘content’. The Force Awakens was een ‘requel’: een herhaling van deel één met een mix van jonge acteurs en vertrouwde gezichten.
Ditmaal verliet de jonge heldin Rey een woestijnplaneet om te strijden tegen de fascistoïde First Order, erfgenaam van het Keizerrijk. Opvolger van Darth Vader bleek de jonge Kylo Ren, zoon van schavuit Han Solo en prinses Leila uit de eerste serie. De vader-zoon-frictie escaleerde ditmaal in schokkende patricide. De film werd goed ontvangen en verdiende 2,4 miljard dollar.
Waarna Star Wars ontspoorde. Op internet klaagden reactionaire ‘fanboys’ over het ‘woke’-gehalte, met te veel vrouwen en helden van kleur. Die kritiek zwol aan bij vervolgfilm The Last Jedi in 2017, met zijn romance tussen een zwarte man en Aziatische vrouw; Luke Skywalker als zure kluizenaar; en een overdosis psychokinese, telepathie en astrale strijd. Fans schopten ruzie op internet: baanbrekend of ketterij?
In kennelijke paniek huurde Kennedy J.J. Abrams in om alles terug te draaien. Waardoor sluitstuk The Return of Skywalker een laffe herhalingsoefening werd die de voorgaande film negeerde en zelfs de perfide oude keizer Palpatine uit zijn graf liet oprijzen. De trilogie ging als een nachtkaars uit.
Dat zwalkbeleid bleek typisch voor Kathleen Kennedy. Bij de film Rogue One (2016) – rebellen stelen de blauwdruk van de ‘Death Star’ – werd de jonge regisseur op de valreep vervangen door een veteraan. Toen bij Solo (2018) – een schelmenfilm over de jonge Han Solo – het duo Phil Lord en Christopher Miller (Project Hail Mary) iets te jolig bleken, nam veteraan Ron Howard hun filmset over. Solo flopte.
Toen Kennedy in 2023 ook Lucasfilms tweede franchise, Indiana Jones, de nek omdraaide met zeperd The Dial of Destiny waren haar dagen geteld. Alles leek een zware bevalling bij deze onzekere control freak zonder heldere visie. Ze haalde met veel fanfare grote namen binnen, maar al hun ideeën voor films en series verdwenen in wat Hollywood ‘development hell’ noemt.
AT-AT-tanks onderweg naar hun ondergang in ‘The Mandalorian and Grogu’
Toch was Kennedy’s bewind ook weer geen catastrofe. Ze harkte bijna 6 miljard dollar binnen met zes speelfilms. Na 2020 verlegde ze haar aandacht van films naar series, waarmee ze bijdroeg aan het succes van streamingdienst Disney+. De series draaiden om bijfiguren als Obi-Wan Kenobi, Boba Fett en Ahsoka. Slecht twee series waren echte klappers: Andor, een grimmige intrige over verzet en spionage in het Keizerrijk, en The Mandalorian, een space western over een premiejager met een schattige vondeling. Maar de kachel bleef branden.
De vraag is nu hoe Star Wars terug te brengen naar het grote scherm. Star Wars gooide – net als Marvel en Pixar – jarenlang zijn kroonjuwelen te grabbel op Disney+, dus waarom zouden fans er nog een duur bioscoopkaartje voor betalen? Remakes van oude hits zijn geen optie: Kathleen Kennedy stelde eerder al vast dat fans het niet pikken als Star Wars-helden als Luke, Leila of Hans Solo door andere acteurs worden gespeeld. Die handicap hebben andere ‘franchises’ niet: de zevende James Bond loopt zich warm en een nieuwe Harry Potter gaat straks gewoon weer naar de brugklas van Zweinstein.
De laatste, onbeminde filmtrilogie is een fors obstakel: daar valt nauwelijks op voort te borduren. Maar wellicht ligt de toekomst van Star Wars bij Shawn Levy’s film Starfighter met Ryan Gosling die volgend jaar uitkomt. Levy is een vakman op een winning streak: hij produceerde Netflix-sensatie Stranger Things en regisseerde superheldenkomedie Deadpool vs Wolverine die de kwakkelende Disneydochter Marvel uit het slop trok. Hoewel zijn film topgeheim is, liet Levy zich in The New York Times wenend ontvallen dat het ook bij hem zal draaien om vaders en zonen. Zijn afwezige pa had zich volledig over hem en zijn zusje ontfermd toen de producent als dertienjarige zijn depressieve, alcoholistische moeder ontvluchtte.
Oprechte emotie kan nooit kwaad: wie weet wordt dat de herstart voor Star Wars. Nobody knows anything, is in Hollywood opnieuw het motto nu de droom van een ‘cinematic universe’ is vervlogen. En wordt het niets, dan kan Lucasfilm-baas Dave Filioni – bekend van matige Star Wars-animatie – de fans nog jarenlang bedienen met nostalgische series. Ook aan een krimpend filmuniversum valt veel geld te verdienen.
Scifi-fantasyThe Mandalorian and Grogu. Regie: John Favreau. Met: Pedro Pascal, Sigourney Weaver. Lengte: 133 min. Te zien in de bioscoop.
De eerste Star Wars-film sinds 2019 borduurt voort op het succes van de serie The Mandalorian, over een vader en zijn adoptiezoon: de gehelmde premiejager Mando en de groene rimpelbaby Grogu. The Mandalorian and Grogu speelt zich af vijf jaar na de val van het perfide Keizerrijk. Namens de ‘Nieuwe Republiek’ jaagt Mando op restanten van het oude regime die zinnen op revanche. Hij is als een huurling van Blackwater die het naoorlogs Irak veilig maakt voor democratie door gewezen adjudanten van Saddam Hussein in te rekenen.
Het script heeft verder weinig om het lijf. Mando en Grogu evacueren ene Rotta de Hutt, alias Stinky, van een feestplaneet waar hij als gladiator werkt, een sympathieke alien die eruit ziet als een gepelde garnaal. Daarna moeten ze dezelfde Rotta redden van zijn bloeddorstige oom en tante. Een inzet van niks: welke garnaal op de barbecue belandt, is je om het even. Dat magere plot lijkt evenwel een bewuste keus. Om niet op een doorsnee tv-episode te lijken, wijken tekst en intrige voor grandioze actie en decors.
Na een proloog waarin Mando op een gletsjer drie AT’s – enorme tanks op vier poten – in peilloze ravijnen laat struikelen, is de film een en al actie in oogstrelend belichte, hoogromantische decors: geknok met laserpistool en mes, gladiatorenstrijd met aliens, een val in een slangenkuil, dogfights, ontvoering, ontsnapping en reuzenmonsters.
Dynamisch is het zeker, maar de vertrouwde, snoezige vader-zoon dynamiek wordt niet uitgewerkt, maar uitgemolken en het geheel is vluchtig als een hand stuifsneeuw. Ondanks gimmicks als Martin Scorsese, die zijn stem leent aan een alien-aapje in een fastfood-loket, is het toch niet veel meer dan een chique tv-episode. (CvZ)